Artikel:

Wijzigingen in de werknemersverzekeringen per 1 januari 2022

24 december 2021

Per 1 januari 2022 vinden er, onder andere op het gebied van de werknemersverzekeringen, wijzigingen plaats. In dit perspectief wordt ingegaan op de ontwikkelingen ten aanzien van de WW-premie en de invoering van de gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

Wijzigingen Wet arbeidsmarkt in balans

Per 1 januari 2020 is op basis van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) een premiedifferentiatie ingevoerd voor het bepalen van de verschuldigde WW-premie (hoge en lage AWf-premie). Hiermee wordt beoogd om de balans tussen zekerheid en flexibiliteit op de arbeidsmarkt te herstellen.

De lage AWf-premie geldt slechts indien de werknemer werkzaam is op basis van een vast contract (schriftelijk vastgelegd en voor onbepaalde tijd), welk contract geen oproepovereenkomst is. Ook is er nog een uitzonderingsregel voor jongeren tot 21 jaar. Het verschil tussen de lage en de hoge AWf-premie bedraagt vijf procentpunt. De tarieven voor 2022 zijn als volgt vastgesteld:

  • de AWf-premie over het loon van werknemers met een vast contract bedraagt 2,70%;
  • de AWf-premie over het loon van andere werknemers bedraagt 7,70%.

Herzieningssituaties

Om misbruik van de lage AWf-premie te voorkomen, zijn vier herzieningssituaties opgenomen in de wet- en regelgeving:

  1. De schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt uiterlijk twee maanden na aanvang beëindigd;
  2. De werknemer krijgt over een kalenderjaar meer dan 30% extra uren verloond dan contractueel voor dat jaar zijn overeengekomen;
  3. De werknemer krijgt binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering door arbeidsurenverlies bij de werkgever;
  4. De werknemer krijgt opnieuw een WW-uitkering, maximaal één jaar nadat situatie 3 is opgetreden.

Door complicaties in de uitvoering zijn de herzieningssituaties 3 en 4 tot op heden nog niet in werking getreden.

De impact van Corona op de herzieningssituaties

Als gevolg van de Coronapandemie is in de jaren 2020 en 2021 herzieningsregel twee opgeschort. Onbedoelde gevolgen konden namelijk volgen voor sectoren waar nu veel extra overwerk nodig is (zoals in de zorg). In 2020 en 2021 hoeft daarom geen enkele werkgever, in verband met meer dan 30% overwerk, met terugwerkende kracht dan ook de hoge AWf-premie te betalen.
Vanaf 1 januari 2022 gelden zoals het er thans naar uitziet weer de gebruikelijke herzieningsregels. 

Tijdelijke urenuitbreiding

Bij de totstandkoming van de Wab is er bewust voor gekozen om contractflexibiliteit, zowel in uren als in duur van de arbeidsovereenkomst, onder de hoge AWf-premie te laten vallen. Dit betekent dat werkgevers bij een tijdelijke urenuitbreiding (een uitbreiding van de contracturen valt niet onder de 30% herzieningssituatie) de hoge AWf-premie moeten betalen. Een urenuitbreiding wordt namelijk veelal gezien als een tweede arbeidsovereenkomst. Uit jurisprudentie  blijkt echter dat urenuitbreiding niet altijd wordt gezien als een tweede arbeidsovereenkomst, waardoor de urenuitbreiding onderdeel kan zijn van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Recentelijk heeft de staatssecretaris van SZW haar standpunt inzake de tijdelijke urenuitbreiding, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 en in lijn met de jurisprudentie, gewijzigd. Dit betekent dat ingeval van tijdelijke urenuitbreiding in beginsel geen sprake is van een tweede arbeidsovereenkomst. Vanaf 2020 geldt voor de tijdelijke urenuitbreiding dus dezelfde AWf-premie als voor de oorspronkelijke uren. 

Volgens de staatssecretaris is in de volgende situaties echter wel sprake van een tweede arbeidsovereenkomst: 

  • De werkzaamheden of arbeidsvoorwaarden voor de urenuitbreiding verschillen wezenlijk van die van de bestaande arbeidsovereenkomst;
  • De werkgever is met de werknemer voor de urenuitbreiding expliciet een aparte arbeidsovereenkomst overeengekomen.

In de voornoemde situaties is de werkgever op de afzonderlijke arbeidsovereenkomst dus de hoge Awf-premie verschuldigd.

Werkgevers die vanaf 2020 enige tijd ten onrechte de hoge Awf-premie hebben toegepast, kunnen de eventueel teveel afgedragen (hoge) Awf-premie met terugwerkende kracht corrigeren. 

Mogelijke wijziging per 1 januari 2023

Momenteel wordt de mogelijkheid verkend extra voorwaarde(n) toe te voegen om te regelen dat arbeidsovereenkomsten die tijdelijk worden uitgebreid en arbeidsovereenkomsten met meerdere wisselende arbeidsomvangen in alle gevallen onder de hoge Awf-premie vallen. Er wordt gestreefd dit met ingang van 1 januari 2023 in werking te laten treden. 

De Aof-premie per 1 januari 2022

De lasten voor (met name) kleine werkgevers zijn onevenredig zwaar als zij te maken krijgen met langdurig zieke werknemers. Dit gaat om de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte alsook de re-integratieverplichtingen om werknemers terug te laten keren in het arbeidsproces. Per 1 januari 2022 komt er daarom een gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Werkgevers worden met ingang van 2022 onderscheiden in twee categorieën: 

  1. Voor kleine werkgevers met een loonsom van minder dan € 882.500 per geldt een percentage van 5,49%; en 
  2. Voor middelgrote en grote werkgevers met een loonsom groter dan € 882.500 en kleiner dan € 3.530.000 geldt een percentage van 7,05%.

Hiermee komt het kabinet kleine werkgevers tegemoet met het idee dat kleine werkgevers de besparing op de Aof-premie kunnen aanwenden voor een mkb-verzuim-ontzorgverzekering. 

Meer informatie?

Wilt u meer weten over de wijzigingen op het gebied van de werknemersverzekeringen? Neem dan contact op met uw contactpersoon binnen BDO of met een van onze loonheffingenspecialisten. Zij denken graag met uw mee.