Artikel:

Rapportage Belastingdienst Toezichtsplan Arbeidsrelaties verschenen

08 maart 2019

De Belastingdienst heeft de resultaten bekend gemaakt van het Toezichtsplan Arbeidsrelaties (Wet DBA) op basis van bedrijfsbezoeken bij 104 opdrachtgevers.

Uitkomsten bedrijfsbezoeken Belastingdienst

De Belastingdienst heeft recent de resultaten bekend gemaakt van het Toezichtsplan Arbeidsrelaties tussen zelfstandig ondernemers en opdrachtgevers. Het Toezichtsplan richtte zich op het uitvoeren van bedrijfsbezoeken bij 104 opdrachtgevers. Het kabinet heeft tot 1 januari 2020 een handhavingsmoratorium ingesteld in afwachting van nieuwe wetgeving voor het inhuren van zelfstandigen. Alleen als de Belastingdienst kan aantonen dat bedrijven kwaadwillend handelen, kan tijdens het handhavingsmoratorium van de wet DBA gehandhaafd worden door het opleggen van naheffingen en boetes. Per 1 juli 2018 is deze handhaving verruimd door de handhaving niet langer alleen te richten op de ernstigste gevallen van kwaadwillenden, maar op alle kwaadwillenden.

Toezicht door Belastingdienst

De Belastingdienst voert ongeveer 5600 reguliere onderzoeken per jaar uit waarbij de loonheffingen onderwerp van controle zijn. Daarnaast heeft de dienst in 2018 104 opdrachtgevers bezocht uit zoveel mogelijk verschillende branches en sectoren. Hiervan wordt bij 12 bedrijven vervolgonderzoek ingesteld en het vermoeden van kwaadwillendheid onderzocht. Dit komt bovenop het onderzoek naar kwaadwillendheid dat bij 8 opdrachtgevers al plaatsvindt. Bij 45 bedrijven is er voldoende kennis en ervaring met de huidige zzp-wetgeving aanwezig en wordt de wet ook op de juiste manier toegepast. Bij de overige 47 bedrijven is er in meer of mindere mate sprake van onjuist handelen. Hierbij gaat het om de volgende indicatoren:

  • Er zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding, terwijl er volgens overeenkomst geen gezagsverhouding zou zijn;
  • Zzp’ers verrichten dezelfde werkzaamheden en op dezelfde wijze als eigen werknemers;
  • Er is sprake van kernactiviteiten, het betreft een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering, wat een aanwijzing kan zijn voor werken in dienstbetrekking; 
  • Er is geen vervanging van de zzp’er mogelijk of wenselijk, terwijl het gezag niet ontbreekt;
  • De zzp’er heeft geen mogelijkheid om zelfstandig zijn werk in te delen;
  • De duur van arbeidsrelatie is dermate lang dat het werk van de zzp’er lijkt te zijn ingebed in de organisatie; 
  • Er lijkt sprake van een fictieve dienstbetrekking; 
  • Er wordt niet conform de modelovereenkomst gewerkt.

Aan deze opdrachtgevers zijn aanwijzingen gegeven en suggesties gedaan. Een aantal opdrachtgevers heeft aangegeven hiermee aan het werk te gaan. Hier kan een vervolgonderzoek worden ingesteld. De Belastingdienst zal dit intern beoordelen.

Het vervolg

De resultaten van de bedrijfsbezoeken dienen voor de Belastingdienst als input voor de uit te werken toezicht- en handhavingsstrategie. Uitgangspunt hierbij is dat de groep opdrachtgevers waarbij tijdens de bedrijfsbezoeken het vermoeden is ontstaan dat zij de arbeidsrelatie (mogelijk) niet juist kwalificeren in deze toezichts- en handhavingsstrategie worden betrokken. Indien de bij de opdrachtgever(s) geconstateerde situatie een op zichzelf staand geval betreft, wordt een vervolgonderzoek ingesteld waarbij het vermoeden van kwaadwillendheid wordt onderzocht. Indien de bij de opdrachtgever(s) geconstateerde situatie een sector brede problematiek betreft, wordt gekeken naar een sector brede toezicht- en handhavingsstrategie.

Belastingdienst handhaaft alleen bij kwaadwillendheid

Het is algemeen bekend dat de Belastingdienst op dit moment alleen bij kwaadwillendheid handhaaft. De – zware – bewijslast van kwaadwillendheid rust op de Belastingdienst. Opdrachtgevers geven in de praktijk dan ook aan de nieuwe wetgeving wel af te wachten en op korte termijn geen nader onderzoek te willen doen naar de mogelijke fiscale kwalificatie van hun arbeidsrelatie met individuele opdrachtnemers. 
Dat de Belastingdienst echter niet achterover leunt mag duidelijk zijn uit de rapportage. Door onder andere de publicatie van de bijlage ‘Beoordeling gezagsverhouding’ bij het Handboek Loonheffingen 2019 is de zienswijze van de Belastingdienst kenbaar voor opdrachtgevers en lijkt kwaadwillendheid dan toch sneller in beeld te kunnen komen.

Meer informatie

Laat u adviseren door één van onze specialisten van de Adviesgroep Loon- & Premieheffing als u vragen heeft of meer informatie wilt.