Artikel:

Nevenvestiging moet omzet hoofdhuis in aanmerking nemen voor bepalen pro rata

28 januari 2019

In de zaak Morgan Stanley oordeelde het Hof van Justitie dat een Franse nevenvestiging van een Britse bank ook de omzet van haar hoofdhuis in aanmerking moest nemen in haar pro rata. In dit perspectief vertellen wij u hier graag meer over.

Casus Morgan Stanley

Morgan Stanley is een Britse bank. Zij heeft een nevenvestiging in Frankrijk. Zowel het Britse hoofdhuis als de Franse nevenvestiging verrichten financiële diensten. Deze diensten zijn vrijgesteld van btw. In Frankrijk bestaat de mogelijkheid om – onder voorwaarden – te kiezen voor btw-heffing. 

De Franse nevenvestiging heeft werkzaamheden verricht voor het Britse hoofdhuis. Voor de btw zien we dergelijke interne prestaties niet. De door het hoofdhuis betaalde vergoeding voor de werkzaamheden is dus niet belast met btw. Voor de werkzaamheden voor het hoofdhuis heeft de nevenvestiging kosten gemaakt met Franse btw. Ook heeft zij kosten gemaakt zowel voor de werkzaamheden voor het hoofdhuis als haar eigen financiële dienstverlening. 

Oordeel Hof van Justitie

Volgens het Hof van Justitie moet de Franse nevenvestiging de prestaties van het Britse hoofdhuis in aanmerking nemen om te bepalen welk btw-bedrag zij op de gemaakte kosten in aftrek kan brengen. Er moet dan wel bekeken worden of de prestaties van het Brits hoofdhuis recht op aftrek zouden geven wanneer zij in Frankrijk zouden zijn verricht. Voor de kosten die uitsluitend zien op de werkzaamheden die zijn verricht aan het Britse hoofdhuis, mogen alleen de handelingen van het hoofdhuis in aanmerking worden genomen. In Frankrijk is het mogelijk om bij financiële transacties te opteren voor btw-heffing. Wij begrijpen het oordeel van het Hof van Justitie zo dat voor de transacties van het Britse hoofdhuis bezien moet worden of er geopteerd zou zijn wanneer de transacties in Frankrijk belastbaar zouden zijn. Indien er geopteerd zou zijn mag de omzet als belaste omzet worden aangemerkt bij de berekening van het pro rata. Het oordeel van het Hof van Justitie is op dit punt echter onduidelijk, waardoor dit niet geheel zeker is. 

Hof nuanceert oordeel in Le Credit Lyonnais

In de zaak Morgan Stanley nuanceert het Hof van Justitie zijn oordeel in de zaak Le Crédit Lyonnais. Uit die zaak zou kunnen worden afgeleid dat om de mate van aftrek te bepalen in het geval van Morgan Stanley alleen de omzet van de vaste inrichting in aanmerking moet worden genomen. Uit de zaken Le Crédit Lyonnais en Morgan Stanley leiden wij af dat als er een rechtstreeks en onmiddellijk verband is tussen gemaakte kosten en de activiteiten van het hoofdhuis een nevenvestiging de omzet van het hoofdhuis in aanmerking moet nemen om de mate van aftrek te bepalen. Is een dergelijk verband er niet dan moet de btw-aftrek worden vastgesteld aan de hand van uitsluitend de omzet van de nevenvestiging. Dat kan betekenen dat er gewerkt moet worden met verschillende pro rata’s. 

Belang voor de praktijk

De uitkomst in de zaak Morgan Stanley is voornamelijk van belang voor banken met nevenvestigingen in andere EU-lidstaten. De algemene overwegingen van het Hof van Justitie geven mogelijk ook aanleiding voor andere ondernemers die vrijgestelde prestaties verrichten om hun pro rata berekening onder de loep te nemen. Mogelijk biedt de zaak de mogelijkheid om voor een bepaalde activiteit een afzonderlijke pro rata te berekenen.

Meer informatie

Mocht u meer informatie willen, kunt u bij een van onze adviseurs terecht.