BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

Meer duidelijkheid over btw-positie leden rvc en rvt

07 juli 2020

Sinds 2013 kwalificeren rvc- en rvt-leden onder normale omstandigheden als btw-ondernemer voor hun activiteiten en zijn hierdoor btw-plichtig. In 2019 oordeelde het Hof van Justitie in de zaak IO dat de commissaris die in die zaak centraal stond geen btw-ondernemer is. De Staatssecretaris kondigde daarna aan dat een uitspraak van de Hoge Raad werd verwacht en dat commissarissen en toezichthouders voor hun situatie contact moesten opnemen met hun belastinginspecteur. Kortom, de afgelopen periode was er veel onduidelijkheid over de btw-positie van rvc- en rvt-leden.

Een recente uitspraak van de Hoge Raad brengt naar onze mening meer duidelijkheid. Rvc- en rvt-leden zijn door deze uitspraak minder vaak ondernemer voor de btw dan voorheen. Commissarissen en toezichthouders die op dit moment als btw-ondernemer handelen, hoeven mogelijk geen btw meer te voldoen. Zij kunnen de voorbelasting op gemaakte kosten dan ook niet langer in aftrek brengen. Daarnaast kan de uitspraak gevolgen hebben voor in het verleden in aftrek gebrachte btw. Als de organisatie waarvoor de commissaris of toezichthouder werkt daarentegen geen (volledig) recht op aftrek van btw heeft, dan is de uitspraak van de Hoge Raad ook voor die organisaties alsnog gunstig. De organisatie wordt dan immers niet met niet aftrekbare btw geconfronteerd die een kostenpost vormt. Wij verwachten dat er over het btw-ondernemerschap van de commissaris en toezichthouder nog beleid van de Staatssecretaris zal komen.

Uitspraak van de Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelde recent over de btw-positie van een lid van bezwarenadviescommissies. Volgens de Hoge Raad kan het lid van deze bezwarenadviescommissie niet als zelfstandige btw-ondernemer worden aangemerkt. Dit komt omdat de leden van de commissie geen individuele taken en verantwoordelijkheden hebben. Zij handelen daarom niet in eigen naam, voor eigen rekening en/of onder eigen verantwoordelijkheid. Ook lopen ze volgens de Hoge Raad geen economisch risico. Dat zij wel een zeker risico lopen omdat ze er niet van verzekerd zijn óf en zo ja, hoe vaak ze worden gevraagd om deel uit te maken van een bezwarenadviescommissie, doet er volgens de Hoge Raad niet toe.

Belang voor commissarissen en toezichthouders

Hoewel de zaak gaat over een lid van de bezwarenadviescommissie, is de zaak ook voor commissarissen en toezichthouders van belang. Wij leiden uit de uitspraak van de Hoge Raad af dat als een lid van de rvc of rvt geen eigen bevoegdheden en taken heeft, maar steeds optreedt als vertegenwoordiger van die rvc of rvt, er géén sprake is van ondernemerschap voor de btw.

Gevolgen en advies voor organisaties, rvc- en rvt-leden

Wij adviseren alle leden van de rvc of rvt om hun btw-positie naar aanleiding van deze zaak nader onder de loep te nemen. Organisaties die een beperkt recht op aftrek van voorbelasting hebben, raden wij aan om de leden van hun rvc of rvt ertoe te bewegen om deze beoordeling te doen, dan wel deze beoordeling samen met die leden te maken. Deze uitspraak kan namelijk een financieel voordeel opleveren voor deze organisaties én elimineert eventuele btw-risico’s voor het rvc- of rvt-lid. Daarnaast voorkomt het administratieve werkzaamheden die vaak vanuit efficiëntie-oogpunt bij de organisatie zijn gelegd door bijvoorbeeld namens de rvc- of rvt-leden te factureren (zogenoemde ‘selfbilling’).  

Om u enige richting te geven voor deze beoordeling is de beantwoording van de volgende vraag naar onze mening in eerste instantie van belang:
kunt u aan de rvc/rvt toegekende bevoegdheden individueel en op persoonlijke titel uitoefenen, ofwel handelt u niet onder mandaat of namens de rvc/rvt?

Wanneer u deze vraag met ja beantwoordt dan bent u naar onze mening btw-ondernemer, mits u ook economisch risico loopt. Indien dat laatste niet het geval is, dan moet nog gekeken worden naar de aansprakelijkheid jegens derden. Wanneer u persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor schade toegebracht aan derden, handelt u namelijk wél op eigen verantwoordelijkheid en bent u mogelijk wél btw-ondernemer. Naar onze mening geldt dit niet wanneer u slechts in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld in geval van taakverwaarlozing, aansprakelijk kan worden gesteld en normaliter de rvc, de rvt of de organisatie aansprakelijk is.

Hulp bij beoordeling btw-positie

Uiteraard zijn wij u graag behulpzaam bij het beoordelen van uw btw-positie of die van uw commissaris of toezichthouder. Neem daarvoor contact op met een van onze btw-specialisten.