Artikel:

Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting blijft dode letter

12 april 2018

De inhoudingsvrijstelling die in de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 in de dividendbelasting is geïntroduceerd voor vrijgestelde (en niet vpb-plichtige) lichamen, zou in de toekomst in werking treden. De Staatssecretaris van Financiën heeft echter recent aangegeven dat de vrijstelling nooit in werking zal treden.

Achtergrond

Wanneer een vennootschap winst uitkeert, is doorgaans dividendbelasting verschuldigd over deze uitkering. Als de dividendontvanger een vennootschapsbelasting (vpb-)plichtig lichaam is, geldt in deelnemingsverhoudingen (5% of meer) in de regel een inhoudingsvrijstelling. Daardoor blijft heffing van dividendbelasting achterwege. Mocht dit niet het geval zijn, kunnen vpb-plichtige lichamen de ingehouden dividendbelasting als voorheffing verrekenen met de verschuldigde vennootschapsbelasting. Niet-vpb-plichtige of vpb-vrijgestelde lichamen kunnen de ingehouden dividendbelasting niet verrekenen in de aangifte vpb. Indien aandelen – waarvoor winstuitkering wordt ontvangen – worden toegerekend aan het ‘niet-ondernemingsdeel’, ontbreekt deze verrekeningsmogelijkheid ook. Dit zal in de praktijk veelal aan de orde zijn.

Teruggaafregeling

Om te voorkomen dat de ingehouden dividendbelasting een ‘eindheffing’ wordt, is in de wet een teruggaafregeling opgenomen. Deze regeling leidt echter tot administratieve lasten en een liquiditeitsnadeel, omdat belastingplichtigen vaak lang moeten wachten totdat de verrekening wordt geëffectueerd. Daarom is een inhoudingsvrijstelling geïntroduceerd, waardoor bij een uitkering van winst niet langer dividendbelasting verschuldigd zou zijn. Deze inhoudingsvrijstelling zou op een later te bepalen tijdstip in werking treden.

Géén inwerkingtreding van de inhoudingsvrijstelling

In een recente brief aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris van Financiën aangegeven dat de inhoudingsvrijstelling nooit in werking zal treden. Hij geeft hiervoor als reden dat het kabinet voornemens is de dividendbelasting af te schaffen per 1 januari 2020. Daarnaast kunnen de ICT-systemen van de Belastingdienst niet (eenvoudig) worden aangepast. Uiteraard blijft de reguliere - maar omslachtige - teruggaafregeling bestaan.

Meer informatie

Tot aan de afschaffing van de dividendbelasting moeten niet vpb-plichtige en vrijgestelde lichamen derhalve gebruik blijven maken van de huidige teruggaafregeling. Heeft u naar aanleiding van dit onderwerp vragen? Neem contact op met één van onze specialisten. We helpen u graag.