Artikel:

Btw-heffing privégebruik auto van de zaak

25 april 2017

De btw op de kosten gemaakt voor een auto van de zaak (aangekocht of lease) kan in aftrek worden gebracht, indien de auto voor btw-belaste prestaties wordt gebruikt. IWordt de auto ook privé gebruikt, dan betaalt u over de waarde van het privégebruik btw. Hoofdregel was en is dat er naar het werkelijke privégebruik wordt gekeken. Tot 1 juli 2011 kon op grond van een goedkeuring voor de heffing van btw over het privégebruik worden aangesloten bij de bijtelling voor de inkomstenbelasting. Sinds 1 juli 2011 geldt dat er een goedkeuring is. Voor de btw-heffing voor privégebruik mag uitgegaan worden van 2,7% van de catalogusprijs (nieuwprijs) van de auto, inclusief btw en bpm, indien geen kilometeradministratie voorhanden is.  

De toepassing van de nieuwe regeling voor privégebruik van de auto vanaf 1 juli 2011 heeft behoorlijk wat vragen opgeroepen. Eerder hebben wij bericht over vier uitspraken van Rechtbank Gelderland, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de door A-G IJzerman getrokken conclusie.

Door de Belastingdienst zijn de bezwaren aangemerkt als massaal bezwaar. Inmiddels heeft de Hoge Raad op 21 april jl. uitspraak gedaan.

Btw-correctie leaseauto’s

In één van de  procedures stond ter discussie of onder de nieuwe regeling wel btw-heffing kan plaatsvinden ten aanzien van het ter beschikking stellen aan personeel van leaseauto’s zonder dat daar een vergoeding tegenover stond.

Volgens het Hof is geen sprake van een schending van het neutraliteitsbeginsel bij een onderscheid tussen de behandeling van het privégebruik van een auto als investeringsgoed of als lease. Het is juist de omstandigheid dat belanghebbende ervoor heeft gekozen de onderhavige auto’s in eigendom te verkrijgen en tot haar ondernemingsvermogen te rekenen die tot een andere behandeling voor de omzetbelasting leidt dan wanneer zij ervoor had gekozen de auto op basis van een overeenkomst van operational lease in bezit te krijgen. Beoordeeld vanuit het oogpunt van de afnemer (belanghebbende) is echter geen sprake van soortgelijke goederen of diensten. Aan belanghebbende is een levering verricht en aan de ondernemer met wie zij zich vergelijkt een dienst. Zoals de Inspecteur terecht betoogt, zijn leveringen en diensten wezenlijk van elkaar te onderscheiden prestaties die elk een (verschillende) behandeling voor de omzetbelasting rechtvaardigen.

De Hoge Raad oordeelt dat sprake is van twee verschillende prestaties (levering van een goed ten opzichte van een levering van een dienst) en dat het neutraliteitsbeginsel zich er niet tegen verzet dat deze prestaties verschillend worden behandeld.

Eigen bijdrage werknemer

Indien de werknemer een eigen bijdrage betaalt voor het privégebruik van de auto van de zaak, hoeft de werkgever in beginsel slechts btw te voldoen uit de eigen bijdrage en mag de btw op de aanschaf- of leasekosten in aftrek worden gebracht. Indien blijkt dat de eigen bijdrage lager is dan de zogenoemde normale waarde dan wordt de werkgever verplicht om btw te voldoen over deze normale waarde. In de procedures werd aangevoerd dat deze regeling niet is toegestaan. Hoewel volgens het hof de betalingen van de werknemers geen symbolische vergoedingen zijn, is het Hof ervan uitgegaan dat het betaalde bedrag niet overeenkomt met een (huur)prijs die op de markt voor dergelijke terbeschikkingstellingen gebruikelijk was. Het Hof acht het daarom in deze gevallen gerechtvaardigd dat de maatstaf van heffing wordt verhoogd tot de (normale) waarde van een dergelijke, tegen vergoeding verrichte, terbeschikkingstelling. De Hoge Raad oordeelt dat terecht de normale waarde als vergoeding in aanmerking wordt genomen door het hof, en niet de door de werknemers betaalde vergoeding. Zonder deze maatregel zou het namelijk mogelijk zijn dat, al dan niet kunstmatig, wordt bewerkstelligd dat minder belasting is verschuldigd dan wanneer de diensten van een onafhankelijke derde worden betrokken.

De nieuwe en de oude regeling in 2011

De btw-correctie ter zake van het privégebruik vóór 1 juli 2011 kon op basis van een goedkeuring aan het einde van het kalenderjaar worden aangegeven. Omdat aan het einde van het jaar 2011 de oude regeling niet meer gold, werd in één van de vier zaken bepleit dat in het geheel geen btw-correctie aangegeven hoefde te worden over het eerste halfjaar van 2011. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft omtrent het eerste halfjaar overwogen dat belanghebbende alleen kon kiezen voor toepassing van het goedkeurende besluit van 9 februari 2009 als zij aan het einde van het jaar de aftrekcorrectie zou voldoen. Belanghebbende was niet gehouden te handelen overeenkomstig hetgeen is bepaald in dit besluit, maar heeft ervoor gekozen dat wel te doen. Indien belanghebbende zich achteraf gezien toch niet op de goedkeuring wenst te beroepen, wordt de omzetbelasting wegens het privégebruik over het eerste halfjaar op grond van het BUA verschuldigd. Belanghebbende heeft, naar het oordeel van het hof, echter niet gesteld dat zij wenst af te zien van de goedkeurende regeling.

De Hoge Raad oordeelt dat X bv de btw over het eerste half jaar van 2011 is verschuldigd. Het voorschrift om de btw in het laatste tijdvak te voldoen is namelijk onlosmakelijk en onherroepelijk verbonden aan de eerder in strijd met de Wet OB 1968 (maar op basis van het besluit) genoten aftrek. Volgens de Hoge Raad is hierbij niet van belang dat de buitenwettelijke regeling in de loop van het jaar is ingetrokken.

Beperking correctie privégebruik

Een belanghebbende is van mening dat er weliswaar op grond van de nieuwe correctiesystematiek een correctie voor het privégebruik van de auto is verschuldigd, maar in die zaak ging het om de vragen op wie de bewijslast rust en de wijze waarop die correctie moet worden berekend. Wat betreft de bewijslast heeft het hof geoordeeld dat de bewijslast voor het aantonen van het privégebruik bij de Belastingdienst ligt en de bewijslast voor het privégebruik van de auto gedane uitgaven bij belanghebbende. Bij het gebrek aan een kilometeradministratie heeft belanghebbende, volgens het hof, geen concrete gegevens aangeleverd waarmee kan worden vastgesteld welke uitgaven zijn gedaan voor het privégebruik van de auto.

De Hoge Raad merkt hierover op, dat belanghebbende recht heeft op een btw-teruggaaf als meer btw is geheven dan overeenkomt met de btw over de aan het privégebruik toerekenbare uitgaven. Door slechts uit te gaan van de kilometeradministratie om de omvang van het privégebruik vast te stellen, is het hof volgens de Hoge Raad uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting of heeft het hof zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. Volgens de Hoge Raad moet namelijk ook rekening worden gehouden met alle omstandigheden, bijvoorbeeld de aard van de onderneming, de zakelijke doeleinden waarvoor de auto bruikbaar is, de werkzaamheden binnen de onderneming van degene die de auto gebruikt, en statistische gegevens. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof 's-Hertogenbosch.

BPM als onderdeel van de grondslag

In één van de procedures was tevens in geschil of de BPM bij de forfaitaire berekening buiten beschouwing dient te blijven. Bij de berekening op basis van het forfait wordt uitgegaan van 2,7% van de cataloguswaarde. De cataloguswaarde is normaal gezien inclusief BPM. De AG concludeert dat belastingplichtigen naar eigen goeddunken kunnen kiezen voor de toepassing van het forfait in plaats van de wettelijke regeling (correctie op basis van kilometeradministratie). Dit brengt volgens de AG mee dat geen sprake kan zijn van een (eventuele) strijd met de Btw-richtlijn omdat belastingplichtigen niet worden verplicht te kiezen voor dit (mogelijk) ongunstigere forfait.

De Hoge Raad oordeelt dat niet van belang is dat bij de vaststelling van het forfait rekening is gehouden met uitgaven die volgens de Btw-richtlijn niet in de maatstaf van heffing behoren te worden begrepen. Volgens de Hoge Raad kan een ondernemer die de forfaitaire regeling toepast en deze achteraf disproportioneel vindt, hier bezwaar tegen maken. Hij kan dan alsnog het bedrag aannemelijk maken dat op grond van de Wet OB 1968 en conform de Btw-richtlijn ten hoogste mag worden geheven.

Meer informatie

Ondanks dat alle belanghebbenden op vrijwel alle punten in het ongelijk zijn gesteld heeft de Hoge Raad op één punt ruimte gelaten. Het privégebruik kan op meer manieren worden aangetoond dan enkel via een kilometeradministratie. Dit betekent dat ook al ontbreekt een kilometeradministratie niet noodzakelijkerwijs het forfait moet worden toegepast om de verschuldigde btw af te dragen voor het privégebruik (zoals op de site van de Belastingdienst is vermeld). Het is afwachten hoe het hof in de verwijzingsprocedure omgaat met de door belanghebbenden aangeleverde ‘overige’ gegevens. We verwachten echter dat het in de praktijk zeer lastig zal zijn om overige gegevens aan te leveren die tot een vermindering zullen leiden van het privégebruik. Doordat er sprake is van het aanwijzen als massaal bezwaar, ligt de bal nu bij de inspecteur om een overweging te formuleren met betrekking tot het doen van uitspraak op de ingediende bezwaren. Zodra er meer bekend is zullen we dit berichten. Heeft u vragen hierover neem dan contact op met ons op via e-mail.