Waarom de vernieuwde innovatiebox innovatie wel degelijk stimuleert

Onlangs verscheen onderzoek van het CPB met de strekking dat de WBSO en Innovatiebox onvoldoende aansluiten bij de huidige, steeds verder digitaliserende wereld. Ook wordt gesteld dat de innovatiebox vooral gericht is op oude innovaties en dat daarom het beleid dient te worden herzien. Het onderzoek baseert zich echter vooral op beleid dat stoelt op cijfers uit 2016. Terwijl de effecten van de aanscherpingen in het innovatiebeleid voor zowel de WBSO als de innovatiebox uit 2016 en 2017 hierin nog niet zichtbaar zijn. Tijd voor een nuancering? 

Laten we voorop stellen dat we het CPB-rapport toejuichen. Vanuit marktontwikkelingen en de uitvoeringspraktijk kijken naar de doeltreffendheid van beleid is alleen maar goed. Een echt goede basis voor de toetsing op de doeltreffendheid van innovatiebeleid ontbreekt op dit moment. Gerichte experimenten lijken ons een verstandige route om verder te onderzoeken. Wel zijn onze praktijkervaringen ten aanzien van de WBSO en Innovatiebox anders dan de informatie uit het CPB-rapport. 

WBSO

Het onderzoek stelt dat uitbesteed onderzoek niet subsidiabel is voor WBSO. Het is echter onduidelijk welke definitie van uitbesteed onderzoek hier wordt gehanteerd. Het uitbesteden van bijvoorbeeld technische testen kan wel degelijk worden meegenomen onder de WBSO, indien het ten dienste staat van het eigen onderzoek binnen de onderneming.

We zijn er net als het CPB voorstander van om te experimenteren met het aanvraagproces van WBSO. Binnen de WBSO wordt nog uitgegaan van een erg klassiek innovatiemanagement model, terwijl de praktijk totaal anders werkt. Op dit moment dient een onderneming namelijk vooraf gedetailleerd aan te kunnen geven welke technische knelpunten die gaat oplossen. In de praktijk zien we tegenwoordig nieuwe sturingsmodellen voor innovatie, die meer kort-cyclisch werken. Hierdoor is het voor veel ondernemingen lastig vooraf in te schatten welke technische knelpunten ze precies gaan oplossen. Hierin dient naar meer flexibiliteit te worden nagestreefd. We ondersteunen daarin de adviezen van het CPB om een aantal experimenten te starten.

Innovatiebox

Met de stelling dat het voor een bedrijf dat kennis deelt met andere bedrijven
of dat winsten behaalt uit complementaire producten moeilijker kan zijn om aan de voorwaarden van de Innovatiebox te voldoen, zijn we het niet eens. In de praktijk brengen wij regelmatig, ook voor dit type ondernemingen, in kaart hoe de winsten kunnen worden toegerekend aan de Innovatiebox. Hiervoor zijn goede modellen beschikbaar.

Verder stelt het CPB dat de Innovatiebox vooral toeziet op oude innovaties. Het lijkt erop dat het CPB hierbij niet uitgaat van de nieuwste wetgeving, die nog meer actuele innovaties als voorwaarde stelt om in aanmerking te komen voor belastingvoordeel.

Belastingvoordeel vooral voor grote bedrijven?

In het onderzoek stelt het CPB dat het grootste deel van de belastingkorting via de Innovatiebox terechtkomt bij grote winstgevende bedrijven (‘de winners’). Dit is goed mogelijk wanneer je enkel uitgaat van de absolute getallen. Om ten behoeve van een gelijk speelveld dan maar de Innovatiebox de nek om te draaien gaat ons wat ver. Door de Innovatiebox wetgeving van 2017 zijn de toegangsvereisten voor de grote bedrijven juist zwaarder geworden. Het effect van deze wetgeving op de verdeling van middelen is nog niet bekend. Daarnaast profiteert uit onze ervaring juist ook innovatief MKB van de Innovatiebox. Het is zaak om naast de absolute getallen ook naar de relatieve verdeling te kijken. Een innovatieve MKB’er profiteert mogelijk procentueel veel meer dan een grote onderneming.  

Alternatief model

Wel is het interessant om na te denken over een model waarin ook de toeleveranciers van grote ondernemingen kunnen profiteren van de Innovatiebox. De toeleveranciers zijn gemiddeld genomen namelijk zeer innovatieve ondernemingen, maar profiteren niet van de innovatiebox, omdat hun opdrachtgever uiteindelijk eigenaar is van het intellectueel eigendom dat ontwikkeld wordt. De reden hiervoor is dat een onderneming over zelf voortgebracht intellectueel eigendom moet beschikken om gebruik te kunnen maken van de innovatiebox. Ten behoeve van een gelijker speelveld zou een alternatief model kunnen zijn dat iedere partij de Innovatiebox benut naar rato van zijn bijdrage aan een ontwikkeling, los van het eigenaarschap. Toegevoegde waarde voor ontwikkeling wordt dan beloond. Hiervoor zou de zogenaamde Nexus-benadering (bepaling over het uitbesteden van activiteiten) in de wet kunnen worden verruimd.

In onze optiek biedt de WBSO in combinatie met de Innovatiebox juist een goede basis voor het bestendigen van het innovatiebeleid binnen een onderneming. Anders dan ad hoc subsidie aanvragen, dient een onderneming binnen het huidige beleid jaarlijks aan te tonen dat zij aan de voorwaarden voor gebruik van de Innovatiebox voldoet. Via fiscale stimulering (gericht op kostenreductie) wordt een onderneming uitgenodigd om de innovatie in zijn bedrijfsproces te bestendigen. In de praktijk zien we dat juist de bedrijven die continu aan innovatie doen, zowel binnen de eigen onderneming als in netwerkverband, het meeste profiteren van de fiscale stimuleringsmaatregelen. Wel verdient het aanbeveling om te experimenteren binnen de WBSO aanvraag met meer actuele innovatiemanagementmodellen.

Meer informatie

Wij helpen u graag met het verbeteren van de organisatie van uw innovatieprocessen en bij het optimaliseren van WBSO en Innovatiebox. Uitgebreide informatie over de WBSO en Innovatiebox vindt u hier

Komt u in aanmerking? Doe de check!

Bent u benieuwd of uw organisatie in aanmerking komt voor deze regelingen? Op www.bdo.nl/innovatiebox vindt u twee checklists die u hiervan een eerste indruk geven. Uiteraard lopen onze specialisten deze checklists graag vrijblijvend en kosteloos met u door. Neem hiervoor contact op met een van onze specialisten.

 

Neem contact op