Hypotheekrenteleed na een echtscheiding? (deel 1)

Wie aan de hypotheekrente morrelt, morrelt aan het humeur van de Nederlander. Half december heeft de toenmalige staatssecretaris van Financiën twee onderzoeksrapporten met betrekking tot de evaluatie van de eigenwoningregeling aangeboden aan zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Het eerste onderzoek betrof de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling, het tweede onderzoek had betrekking op de complexiteit van de regeling. De conclusie van het tweede onderzoek is dat de huidige eigenwoningregeling te complex is, waardoor een juiste toepassing in sterke mate belemmerd wordt. In twee blogs licht ik deze regeling toe.

De casus: hypotheekrente na een echtscheiding

Aan de hand van een uitspraak van Hof Amsterdam van 24 september 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:3716) neem ik u mee in de complexiteit van de regeling. De feiten: twee mensen zijn gehuwd en hebben samen een eigen woning. Helaas strandt het huwelijk en op 6 september 2011 wordt de echtscheiding uitgesproken. In het echtscheidingsconvenant is opgenomen dat de woning niet wordt verdeeld en vooralsnog door beide partijen wordt bewoond. Volgens de feiten vertrekt de ex-echtgenote van belanghebbende een jaar later uit de woning. De casus handelt over de in de aangiften 2014 en 2015 geclaimde hypotheekrenteaftrek. De man heeft in die jaren de volledige hypotheekrente betaald, dus ook dat deel van de rente dat feitelijk door de vrouw verschuldigd was.

Hoe zit het met rentedruk na een echtscheiding?

Het fiscale knelpunt zit hier in het feit dat de man slechts voor 50% eigenaar was van de woning, en ook schuldenaar was voor de helft van de schuld waardoor hij maar recht heeft op aftrek van 50% van de hypotheekrente. De vrouw is eigenaar van de andere helft van de woning en heeft dus in principe recht op aftrek van de rente op haar deel van de schuld. Echter, de vrouw heeft geen rente betaald, want die is volledig door de man betaald. In fiscale terminologie zeggen we dan dat de rente niet op de vrouw heeft gedrukt en daardoor heeft (ook) zij geen recht op aftrek. Indien de echtscheidingsadvocaat zijn werk goed doet of een belastingadviseur raadpleegt, wordt dit opgelost door in het echtscheidingsconvenant af te spreken dat de door de ene partij betaalde rente op de schuld van de andere partij wordt aangemerkt als alimentatie. Dat heeft voor de betalende partij tot gevolg dat de helft van de rente aftrekbaar is als hypotheekrente en de andere helft als alimentatie. De andere partij moet de alimentatie bij zijn/haar inkomen rekenen en krijgt een aftrekpost die even groot is omdat nu de rente wel drukt. Daarmee is het voor deze partij min of meer fiscaal neutraal en voelt de uitkomst als rechtvaardig en redelijk.

Wederzijds geen recht op alimentatie

Echter, hier was iets helemaal misgegaan: in plaats van voormelde regeling op te nemen, was er in het echtscheidingsconvenant expliciet opgenomen dat er wederzijds geen recht bestond op alimentatie. Als dit niet was opgenomen, was er wellicht nog wat ruimte geweest om het ‘glad te strijken’, maar nu zag het gerechtshof die ruimte niet en oordeelde dat de man dus slechts recht had op aftrek van 50% van de door hem betaalde rente.

Eigenwoningregeling blijft ingewikkeld

Daarnaast was de aftrek óók in 2011 en in 2012 aan hem verleend en dat dus op basis van het vertrouwensbeginsel (de feiten zijn hetzelfde en de inspecteur heeft de aftrek vorig jaar ook toegestaan, dus ik mag er op vertrouwen dat de aftrek ook dit jaar wordt toegestaan) ook in 2014 en 2015 aftrek moest worden verleend. Ook dat beroep wordt verworpen, maar naar mijn mening op onjuiste gronden. Die gronden geven aan hoe ingewikkeld de eigenwoningregeling is, want zowel de inspecteur als het gerechtshof maken mijns inziens een onjuiste afweging. 

Samen eigenaar en samen verschuldigde rente betaald

Zij zien over het hoofd dat zij, tot het moment dat de vrouw de woning in 2012 verlaat, voor de inkomstenbelasting nog fiscale partners zijn. Dit terwijl het huwelijk tussen man en vrouw op 6 september 2011 al is beëindigd. En dat heeft tot gevolg dat ze gedurende die periode wel recht hebben op hypotheekrenteaftrek. Alleen, hoe gedurende de periode van fiscaal partnerschap de eigendom van de woning én de betaling van rente tussen beide partners is verdeeld, is niet van belang. Van belang is dat zij samen eigenaar van de eigen woning zijn en dat zij samen alle verschuldigde rente hebben betaald.

Meer informatie

Neem in geval van echtscheiding contact op met een van onze specialisten zodat u naast het persoonlijk leed, niet ook fiscaal wordt getroffen. Daarnaast brengt BDO regelmatig publicaties uit over relevante thema’s in de bouw- & vastgoedbranche. Wilt u op de hoogte blijven? Wij reiken deze perspectieven graag aan.