Heffingsvermindering – bent u op tijd?

Weer een stukje over de verhuurderheffing, of eigenlijk twee korte stukjes over de verhuurderheffing. Het eerste gaat over de heffingsverminderingen en het tweede deel over een arrest van de Hoge Raad.

Heffingsvermindering: wie het eerst komt, wie het eerst maalt

Bij het invoeren van de verhuurderheffing is er door diverse partijen op gewezen dat de heffing ten koste zou gaan van de investeringsruimte en dat terwijl er in delen van het land sprake is van een woningtekort. Om desondanks ruimten te realiseren, zijn er de heffingsverminderingen voor specifieke investeringen. Deze regeling heffingsvermindering was in eerste instantie beperkt, voor nieuwbouw gold dat alleen een heffingsvermindering werd verleend indien sprake was van nieuwbouw in Rotterdam Zuid. Bij de wijziging van de verhuurderheffing in 2017 is de nieuwbouwregeling uitgebreid: voor bijna heel Nederland geldt dat sprake is van een heffingsvermindering indien geïnvesteerd wordt in woningen met een huurprijs tot de eerste aftoppingsgrens (€597,30). Afhankelijk van de regio bedraagt de vermindering € 35.000 (Rotterdam Zuid), € 20.000 (schaarste gebieden) of €10.000 (overige aangewezen gebieden).

Het beschikbare budget werd in 2017 verhoogd van € 280 miljoen naar bijna € 700 miljoen en ook de looptijd van de regeling werd verlengd, tot en met 2021. Echter: u maakt massaal gebruik van de regeling! Dat heeft tot gevolg dat het budget bijna is uitgeput: er is al voor meer dan €650 miljoen aangevraagd, dus de verwachting is dat het budget in de binnen een paar maanden opraakt.

Snel in actie komen dus!

Bent u voornemens om kwalificerende investeringen te doen: zorg dat u tijdig uw investering meldt bij RVO om te voorkomen dat u de spreekwoordelijk hond in de pot vindt! Natuurlijk kan uw BDO-adviseur deze aanvraag voor u verzorgen.

Update jurisprudentie

Namens een aantal cliënten heeft BDO een procedure gevoerd over de verhuurderheffing. In de parlementaire geschiedenis bij de totstandkoming van de heffing is meermalen gezegd dat de overheid een stimulerend huurbeleid voert door huurtoeslag toe te kennen en dat de wetgever van mening is dat de verhuurders een gedeelte van deze stimulering zelf moeten opbrengen in de vorm van de verhuurderheffing. Dit betekent naar mening van BDO dan ook dat alleen die woningen die in aanmerking komen voor huurtoeslag zouden mogen worden belast met verhuurderheffing. Probleem is echter dat de verhuurderheffing spreekt over “huurprijs” en de huurtoeslag over “rekenhuur”. Standpunt van BDO was kort gezegd dat het begrip “huurprijs” in de verhuurderheffing hetzelfde moest worden uitgelegd als het begrip “rekenhuur” bij de huurtoeslag.

Helaas heeft de Hoge Raad onlangs anders beslist: de Hoge Raad volgt de Belastingdienst dat rekenhuur en huurprijs twee verschillende begrippen zijn. Dit was ook al af te leiden uit de conclusie van de Advocaat Generaal bij een eerdere zaak.

Wat betekent dit voor u?

Er is weer meer duidelijkheid over de wet en daardoor kunnen we ook “optimaliseren”. Voor een woning met een huurprijs die tegen het maximum bedrag van de rekenhuur aanzit, zou u kunnen overwegen om de huurprijs dusdanig te verhogen dat deze boven dit maximum uitkomt, onder een gelijktijdige verlaging van de servicekosten. Natuurlijk voor zover dit past binnen het woningwaarderingsstelsel. Voor uw huurder verandert er per saldo niets. Zijn totale lasten blijven gelijk, maar voor u betekent dat dat de woning in de toekomst niet meer onder de verhuurderheffing valt.

Meer weten? Nee dan contact op met onze specialisten.