Consultatie Wet nadere beloningsmaatregelen financiële sector

Op 5 juli 2019 publiceerde het Ministerie van Financiën een consultatiedocument over de Wet nadere beloningsmaatregelen financiële sector. Deze wet scherpt de regels over het beloningsbeleid van en variabele beloning door financiële ondernemingen in de Wet op het financieel toezicht (Wft) aan. Het doel van deze regels is het tegengaan van perverse prikkels voor bestuurders en medewerkers van financiële ondernemingen (zoals banken en verzekeraars), die aanzetten tot onzorgvuldige klantbehandeling en het nemen van onverantwoorde risico’s voor de stabiliteit van de onderneming. Met de regels beoogt de wetgever het vertrouwen in financial services te herstellen. Aanleiding voor aanscherping van de bestaande regels is de trend dat financiële ondernemingen de vaste beloning voor bestuurders verhogen.

Vaste beloning - invoeren retentieperiode bij aandelen

Het consultatiedocument introduceert een wettelijke retentieperiode van vijf jaar voor aandelen en andere financiële instrumenten waarvan de waarde afhankelijk is van de waarde van de onderneming die onderdeel zijn van de vaste beloning. Dit betekent dat bestuurders en medewerkers van een financiële onderneming die als vaste beloningscomponent dergelijke financiële instrumenten in de onderneming verwerven, deze voortaan ten minste vijf jaar zullen moeten aanhouden. Van dergelijke vaste beloningscomponenten gaat volgens de wetgever een ongewenste prikkel uit omdat zij gekoppeld zijn aan korte termijn koersstijgingen. Een retentieperiode brengt de belangen van bestuurders en medewerkers meer in lijn met het langetermijnbelang van de onderneming en perkt de kortetermijnrisico’s in. Een soortgelijke regeling is volgens het ‘pas toe of leg uit’-principe al opgenomen in de Corporate Governance Code die geldt voor beursgenoteerde financiële ondernemingen.

Verantwoording afleggen in bestuursverslag

Met het oog op het herstel van vertrouwen in de financiële sector vindt de wetgever het van belang dat financiële ondernemingen oog hebben voor hun maatschappelijke functie. Daarom wordt voorgesteld dat financiële ondernemingen voortaan in hun beloningsbeleid beschrijven hoe de beloningen binnen de onderneming zich verhouden tot de functie van de onderneming in de sector en de positie in de samenleving en hoe deze verhouding tot stand is gekomen.

Financiële ondernemingen moeten inzichtelijk maken hoe zij stakeholders (aandeelhouders, werknemers of hun vertegenwoordigers) van te voren betrekken bij de totstandkoming van een beloningsvoorstel c.q. de beloningen van met name de top van de onderneming. Financiële ondernemingen die verplicht zijn in hun bestuursverslag verantwoording over hun beloningsbeleid af te leggen moeten in dit verslag een beschrijving opnemen van de verhouding van de beloningen tot hun maatschappelijke functie en de manier waarop die verhouding tot stand is gekomen. Door invoering van deze regeling verwacht de wetgever dat de raad van commissarissen bij de totstandkoming van het beloningsbeleid en beloningsvoorstellen van met name de top van de onderneming meer rekening zal houden met de maatschappelijke functie van de financiële onderneming. DNB en AFM zien erop toe dat financiële ondernemingen zich aan de voorgestelde verplichtingen houden. De toezichthouders zullen niet toetsen of de beloning zich daadwerkelijk verhoudt tot de maatschappelijke functie van de betreffende instelling.

Afwijken bonusplafond niet-CAO personeel

Op grond van de bestaande regels mag de variabele beloning van een persoon die werkzaam is bij een financiële onderneming maximaal 20% bedragen van de totale jaarlijkse vaste beloning. De Wft bevat voor niet-CAO personeel de mogelijkheid om af te wijken van dit bonusplafond. Uit een uitvraag van DNB is gebleken dat deze afwijkingsmogelijkheid, die eigenlijk is bedoeld voor medewerkers die geen belangrijke risicoafwegingen maken en geen direct klantencontact hebben (zoals ICT’ers), nog te vaak wordt gebruikt voor medewerkers die juist risicoafwegingen maken en klantencontact hebben. Daarom wordt voorgesteld dat slechts in uitzonderlijke gevallen van de regeling gebruik gemaakt kan worden. Hiervan is volgens de wetgever sprake wanneer afwijking nodig is met het oog op de continuïteit van de bedrijfsvoering of dienstverlening van de financiële onderneming. Afwijken is in ieder geval niet mogelijk bij personen werkzaam binnen een interne controlefunctie (compliance, risk management, interne audit, actuariaat) of personen die zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten aan consumenten (adviseurs) of inhoudelijk klantcontact hebben. Financiële ondernemingen die gebruik maken van deze uitzondering moeten dit jaarlijks bij de toezichthouder melden en aangeven waarom afwijking van het bonusplafond gerechtvaardigd is.

Inwerkingtreding en overgangsrecht

De beoogde datum van inwerkingtreding van de voorgestelde aangescherpte regels is 1 januari 2021. Voor de voorgestelde verplichting voor financiële ondernemingen om zich rekenschap te geven van en verantwoording af te leggen over de verhouding van de beloningen tot de maatschappelijke functie van de onderneming en de totstandkoming hiervan geldt dat inwerkingtreding is voorzien voor 1 januari  2022. Dit betekent dat financiële ondernemingen voor 1 januari 2022 hun beloningsbeleid aangepast moeten hebben zodat verantwoording in het bestuursverslag over boekjaar 2022 afgelegd kan worden. Voor de retentieperiode en de afwijkingsmogelijkheid van het bonusplafond is overgangsrecht in de wet opgenomen. Voor personen die op 1 januari 2021 werkzaam zijn bij de financiële onderneming gelden deze regels pas vanaf 1 januari 2022.

Meer informatie?

Heeft u vragen over de consultatie of over de regels over belonen binnen financial services in het algemeen? Neem dan contact op met mij of een van onze juristen uit het financieel toezichtrecht team.

Neem contact op