Minder btw‑registraties: zo implementeert Nederland single VAT registration
Minder btw‑registraties: zo implementeert Nederland single VAT registration
Met de single VAT registration (SVR) beoogt de Europese Unie het aantal buitenlandse btw‑registraties van ondernemers binnen de EU te verminderen en daarmee de administratieve lasten terug te brengen. Het belangrijkste deel van de regels treedt in werking per 1 juli 2028. Eind maart 2026 werd bekend hoe Nederland deze regels wil implementeren, doordat een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer is ingediend. In dit artikel informeren wij u hierover en geven wij aan wat u nu al kunt doen om u voor te bereiden op de komende wijzigingen.
De SVR bestaat uit drie belangrijke onderdelen:
Er blijven echter situaties bestaan waarin meerdere btw‑registraties noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld bij intracommunautaire leveringen vanuit een andere EU-lidstaat dan de lidstaat van vestiging. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de regels verwijzen wij naar onze eerdere berichtgeving.
Dat wordt in de wetgeving opgelost door een verwijzing naar de btw-richtlijn. Naar de mening van BDO leidt dit tot een complex samenspel tussen nationale wetgeving en de btw‑richtlijn. Ondernemers zullen daardoor zorgvuldig moeten beoordelen welke regeling van toepassing is en welke rapportageverplichtingen gelden. Dit had naar onze mening eenvoudiger gekund.
Indien Nederland het land van aankomst is, geldt momenteel nog de eis dat partij C daar gevestigd moet zijn; een btw-registratie alleen is niet voldoende. Dit wordt met het wetsvoorstel gewijzigd. Vanaf 1 juli 2028 volstaat een btw-registratie.
Is een ondernemer in één EU-lidstaat gevestigd, dan is de eerste € 10.000 aan dergelijke verkopen belast in de eigen EU-lidstaat. Pas bij overschrijding van dit bedrag is btw verschuldigd in de lidstaat van de particulier. Wanneer een ondernemer deze uitzondering niet wil toepassen, moet hij zich momenteel melden bij de inspecteur. De drempel geldt voor elke ondernemer, niet alleen voor kleine ondernemers. Dit betekent dat ook startende ondernemers die verwachten aanzienlijke buitenlandse verkopen te realiseren, een dergelijke melding moeten doen.
Vanaf 1 januari 2027 volstaat het dat de gemaakte keuze blijkt uit de administratie.
Wat houdt single VAT registration in?
De kern van de SVR is dat een ondernemer in beginsel nog maar één btw‑registratie nodig heeft, namelijk in de lidstaat van vestiging. Via uitbreidingen van bestaande regelingen kunnen btw‑verplichtingen in andere lidstaten worden afgehandeld zonder dat een lokale btw-registratie nodig is. Daarnaast wordt een nieuwe regeling geïntroduceerd: de overbrengingsregeling.De SVR bestaat uit drie belangrijke onderdelen:
- Uitbreiding van de One Stop Shop (OSS): meer transacties kunnen via één centrale btw‑aangifte in de vestigingslidstaat worden aangegeven.
- Uitbreiding van de verplichte btw‑verleggingsregeling: bij grensoverschrijdende B2B‑leveringen en diensten verschuift de btw‑heffing vaker naar de afnemer.
- Een nieuwe overbrengingsregeling voor eigen goederen: verplaatsingen van eigen goederen binnen de EU hoeven niet langer automatisch tot een lokale btw‑registratie te leiden.
Er blijven echter situaties bestaan waarin meerdere btw‑registraties noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld bij intracommunautaire leveringen vanuit een andere EU-lidstaat dan de lidstaat van vestiging. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de regels verwijzen wij naar onze eerdere berichtgeving.
De Nederlandse implementatie van SVR
De Nederlandse implementatie van de SVR laat de wetgever weinig beleidsruimte. Dat maakt het wetsvoorstel op zichzelf niet erg verrassend. Hieronder gaan wij in op een aantal belangrijke aandachtspunten.Uitbreiding verleggingsregeling
Opvallend is dat de nieuwe verplichte verleggingsregeling in Nederland in een afzonderlijke regeling wordt vormgegeven, naast de bestaande verleggingsregeling. Dit kan naar onze mening verwarring scheppen, omdat bepaalde leveringen en diensten daardoor onder twee verschillende regelingen kunnen vallen. Alleen leveringen en diensten die onder de uitgebreide verplichte verleggingsregeling vallen, moeten worden opgenomen in de Opgaaf ICP.Dat wordt in de wetgeving opgelost door een verwijzing naar de btw-richtlijn. Naar de mening van BDO leidt dit tot een complex samenspel tussen nationale wetgeving en de btw‑richtlijn. Ondernemers zullen daardoor zorgvuldig moeten beoordelen welke regeling van toepassing is en welke rapportageverplichtingen gelden. Dit had naar onze mening eenvoudiger gekund.
Aanpassing regeling vereenvoudigde ABC-regeling
Positief is dat in het voorstel ook de vereenvoudigde ABC-regeling wordt aangepast en in lijn wordt gebracht met de btw-richtlijn. Dze regeling is van toepassing bij intracommunautaire transacties waarbij drie partijen uit verschillende EU-lidstaten zijn betrokken en voorkomt dat partij B zich voor de btw moet registeren in de lidstaat van A of C.Indien Nederland het land van aankomst is, geldt momenteel nog de eis dat partij C daar gevestigd moet zijn; een btw-registratie alleen is niet voldoende. Dit wordt met het wetsvoorstel gewijzigd. Vanaf 1 juli 2028 volstaat een btw-registratie.
Vereenvoudiging in kleine-ondernemersuitzondering e-commerce
Ook positief is de aangekondigde vereenvoudiging van de uitzondering voor kleine ondernemers binnen e-commerce. Deze regeling ziet op grensoverschrijdende verkopen van goederen binnen de EU aan particuliere afnemers, met name door webshops, en op het verrichten van telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten aan particuliere afnemers in andere EU-lidstaten.Is een ondernemer in één EU-lidstaat gevestigd, dan is de eerste € 10.000 aan dergelijke verkopen belast in de eigen EU-lidstaat. Pas bij overschrijding van dit bedrag is btw verschuldigd in de lidstaat van de particulier. Wanneer een ondernemer deze uitzondering niet wil toepassen, moet hij zich momenteel melden bij de inspecteur. De drempel geldt voor elke ondernemer, niet alleen voor kleine ondernemers. Dit betekent dat ook startende ondernemers die verwachten aanzienlijke buitenlandse verkopen te realiseren, een dergelijke melding moeten doen.
Vanaf 1 januari 2027 volstaat het dat de gemaakte keuze blijkt uit de administratie.
Wat kunt u nu doen?
Hoewel de belangrijkste wijzigingen onder de SVR pas per 1 juli 2028 ingaan, is tijdige voorbereiding essentieel. Wij adviseren ondernemers om nu al:- Hun btw‑posities en registraties binnen de EU te inventariseren en daarbij goederenstromen en grensoverschrijdende diensten in kaart te brengen.
- Te beoordelen welke transacties straks via de OSS kunnen worden aangegeven of waarvoor gebruik kan worden gemaakt van de verleggingsregeling of de nieuwe regeling voor de overbrenging van eigen goederen.
- Na te gaan of systemen en processen toekomstbestendig zijn, mede met het oog op e‑invoicing en digitale rapportage.


