WIBz-voorstel gewijzigd: voorwaarden winstuitkering

Artikel

Gepubliceerd: 
Het kabinet heeft deze maand een nota van wijziging ingediend bij het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (WIBz). Daarmee wordt meer duidelijkheid gegeven over de regulering van winstuitkeringen in de zorg. Tegelijkertijd krijgt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) extra instrumenten om toezicht te houden op financiële constructies, verbonden partijen en transacties binnen concernstructuren.  

Maximumrendement voor investeerders gerelateerd aan eigen vermogen 

Het was al bekend dat het bestaande systeem van winstuitkeringsverboden wordt verlaten. Er komt één uniform regime voor alle zorg- en jeugdhulpaanbieders. Iedere aanbieder mag straks in beginsel winst uitkeren, mits aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan. Daarmee moet een gelijk speelveld ontstaan en worden bestaande ontwijkconstructies bestreden.  

Straks mogen zorgaanbieders nog maar een maximale winstuitkering doen ter grote van een percentage van het eigen vermogen. Dat exacte percentage is nog niet bekend. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt gesproken van een “bescheiden maar voldoende aantrekkelijk rendement”. Het kabinet wil daarmee ruimte blijven bieden voor investeringen en innovatie in de zorg, terwijl excessieve rendementen worden voorkomen. Kijkend naar verschillende vermogenskostenmodellen voor de zorg denken wij dan zelf aan een bandbreedte van 5% tot 7%. 

Volgens het kabinet blijft investeren in de zorg mogelijk en wenselijk, maar het moet duidelijk zijn dat zorginstellingen primair een maatschappelijke functie vervullen en niet zijn ingericht voor onbeperkte winstuitkering.  

Andere voorwaarden voor winstuitkering 

De nota van wijziging beperkt zich niet tot een maximumrendement. Ook de voorwaarden waaronder winst mag worden uitgekeerd worden aanzienlijk aangescherpt. 

Zo moet onder meer sprake zijn van een correcte en tijdige openbare jaarverantwoording, voldoende financiële gezondheid en een positieve rentabiliteit over meerdere jaren. Daarnaast mogen geen ernstige overtredingen van kwaliteits- of toezichtswetgeving zijn geconstateerd.  

Bestuur en intern toezicht moeten bovendien expliciet instemmen met een winstuitkering. Zij worden een soort poortwachters: zij moeten vooraf toetsen of aan alle voorwaarden is voldaan. Een winstuitkering in strijd met de regels is nietig en kan worden teruggevorderd. Naar verwachting zal de instemmingsbevoegdheid ook statutair moeten worden verankerd, zodat zorgorganisaties hun statuten hierop moeten aanpassen.  

Opvallend is verder dat het begrip winstuitkering fors wordt verruimd. Niet alleen dividenduitkeringen vallen straks onder het toezichtskader, maar in bepaalde gevallen ook excessieve managementvergoedingen, bovenmatige vergoedingen voor goederen of diensten en andere vormen van vermogensonttrekking. Daarmee probeert het kabinet verkapte winstuitkeringen tegen te gaan. Ook is het niet meer mogelijk om de opgepotte reserves alsnog uit te keren na staking van de activiteiten. 

Meer toezicht op concernstructuren en private equity 

Naast winstuitkeringen richt de nota van wijziging zich nadrukkelijk op transacties met verbonden partijen. De regering gaat nog nader uitwerken welke transacties als risicovol worden beschouwd en wanneer sprake is van een verbonden partij. Daarbij wordt uitdrukkelijk gedacht aan vastgoedtransacties, groepsfinancieringen, aandelentransacties en dienstverlening binnen concernverband.  

Ook constructies waarbij overnameschulden op de zorginstelling worden afgewenteld, veelal geassocieerd met private-equityfinancieringen, worden expliciet genoemd als praktijk die aanleiding kan geven tot nadere regulering.  

Belangrijke impact op bestaande zorgstructuren 

De voorgestelde wijzigingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor de governance en inrichting van zorgorganisaties. Veel stichting-bv-structuren zijn oorspronkelijk ontstaan om binnen het huidige winstuitkeringsverbod toch ondernemerschap en rendement mogelijk te maken. 
 
Wanneer winstuitkering onder voorwaarden ook rechtstreeks vanuit een zorg-bv mogelijk wordt, verdwijnt een belangrijke juridische reden voor dergelijke structuren. Dat betekent niet dat stichtingen zullen verdwijnen. Governance, onafhankelijk toezicht, contractering door zorgverzekeraars en reputatieoverwegingen kunnen nog steeds redenen zijn om bestaande structuren in stand te houden. Wel ligt een heroverweging van veel huidige concernstructuren voor de hand.  

Van structuurregulering naar gedragsregulering 

Met deze nota van wijziging lijkt de WIBz een nieuwe fase in te gaan. De focus verschuift van het verbieden van bepaalde rechtsvormen naar het reguleren van financieel gedrag. 

Voor bestuurders, toezichthouders, investeerders en zorgondernemers betekent dit dat niet zozeer de gekozen structuur centraal komt te staan, maar de vraag of transacties, financieringen en winstuitkeringen transparant, marktconform en verantwoord plaatsvinden. Juist daarin lijkt de grootste verandering van de WIBz te liggen. 

We volgen de verdere behandeling van de WIBz en de aangekondigde algemene maatregelen van bestuur op de voet. Met name de hoogte van het maximaal toegestane rendement en de nadere invulling van de regels voor verbonden partijen zullen bepalend zijn voor de uiteindelijke impact van deze wet op de zorgsector.  

Auteur(s)