Voorstel om EU-regels voor directe belastingen te vereenvoudigen

Artikel

Gepubliceerd: 
De Europese Commissie heeft op 24 juni een pakket aan fiscale vereenvoudigingsmaatregelen gepubliceerd. Dit pakket is erop gericht EU-belastingregels te vereenvoudigen en de administratieve lasten voor ondernemingen te verminderen. Het pakket bestaat uit twee voorstellen: de Taxation Omnibus en de herziening van de richtlijn voor administratieve samenwerking (DAC-recast). Dit artikel gaat in op het eerste voorstel en belicht de belangrijkste onderdelen van de omnibus voor ondernemingen.  

De ‘Direct taxation Omnibus Directive’ vloeit voort uit het Werkprogramma 2026 van de Europese Commissie, dat op 21 oktober 2025 is gepubliceerd. Het voorstel beoogt de verschillende EU-richtlijnen beter op elkaar af te stemmen en regels te actualiseren die door uiteenlopende implementatie door lidstaten en de invoering van de Pijler Twee en FASTER-richtlijnen zijn verouderd. Het doel is het EU-kader voor directe belastingen te vereenvoudigen, te stroomlijnen en te verduidelijken. Dit zou gepaard moeten gaan met een verlaging van de administratieve lasten met ten minste 25% (voor MKB-ondernemingen zelfs met minimaal 35%). Het voorstel wijzigt zes belangrijke richtlijnen:, de Interest- en royaltyrichtlijn (IRR), de Moeder-dochterrichtlijn (MDR), de Fusierichtlijn (FR), de Anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD), de richtlijn geschilbeslechtingsmechanismen (GBM) en de FASTER-richtlijn. Hieronder lichten we de wijzigingen per richtlijn toe.  

Onder de IRR zijn rente- en royaltybetalingen die opkomen in een lidstaat vrijgesteld van bronbelasting in die lidstaat, mits de uiteindelijk gerechtigde een verbonden lichaam in een andere lidstaat is of een vaste inrichting in een andere lidstaat. 

De omnibus: 

  • Verruimt de toegang tot de bronbelastingvrijstelling door de minimale deelnemingseis te schrappen. Intra-EU rente- en royaltybetalingen kunnen daardoor kwalificeren voor de voordelen van deze richtlijn ongeacht de omvang van het belang dat zij in elkaar houden. 
  • Introduceert een waarborg tegen dubbele niet-heffing bij betalingen aan ontvangers in niet- of nul-belastingjurisdicties, met bepaalde uitzonderingen voor kwalificerende binnenlandse bijheffingen en Pijler Twee. 
  • Schrapt voorafgaande goedkeurings- en certificeringsprocedures en verschuift naar een beoordeling door belastingplichtigen zelf, ondersteund door controles achteraf en antimisbruikbepalingen. 
  • Voorziet in FASTER- of nationale teruggaafprocedures wanneer de gerechtigdheid op het moment van betaling niet kan worden vastgesteld. 
  • Verduidelijkt dat de IRD van toepassing is op betalingen die toerekenbaar zijn aan de activiteiten van een vaste inrichting. 
  • Actualiseert de bijlage met in aanmerking komende rechtsvormen en machtigt de Europese Commissie om deze via gedelegeerde handelingen bij te werken. 

De MDR voorziet in een bronbelastingvrijstelling voor dividenden en andere winstuitkeringen die dochtermaatschappijen aan moedermaatschappijen in andere lidstaten uitkeren. Ook voorkomt de richtlijn dubbele belastingheffing over dergelijke inkomsten bij de moedermaatschappij, via een deelnemingsvrijstelling of verrekening. 

De omnibus: 

  • Verruimt de toegang tot de voordelen van de MDR door de minimale deelnemingseis voor moedermaatschappijen te schrappen. De vrijstelling geldt daardoor voor dividenden en andere winstuitkeringen ongeacht de omvang van de participatie, terwijl aftrek van daarmee samenhangende kosten of verliezen beperkt blijft tot situaties met een relevante deelneming van ten minste 10%. 
  • Breidt de reikwijdte uit naar pensioenfondsen, ongeacht hun rechtsvorm. 
  • Vervangt administratieve procedures door een beoordeling door belastingplichtigen zelf (self-assessment), controles achteraf en antimisbruikbepalingen, met waar nodig toegang tot FASTER- of nationale teruggaafprocedures. 
  • Werkt de bijlage met kwalificerende rechtsvormen bij en geeft de Europese Commissie de bevoegdheid deze via gedelegeerde handelingen te actualiseren. 

Onder de FR passen lidstaten gemeenschappelijke regels toe die voorzien in uitstel van belastingheffing over vermogenswinsten uit bepaalde grensoverschrijdende bedrijfsreorganisaties tussen vennootschappen uit verschillende lidstaten, totdat de onderliggende activa daadwerkelijk worden vervreemd. De FR gaat ook gelden voor zogenoemde vereenvoudigde fusies, splitsingen door scheiding (moeder-dochterafsplitsing) en grensoverschrijdende omzettingen, ongeacht de rechtsvorm. De richtlijn beoogt fiscale neutraliteit te waarborgen voor de transacties die onder haar reikwijdte vallen. 

De omnibus: 

  • Brengt de FR in lijn met recente ontwikkelingen in het (civiele) EU-recht inzake grensoverschrijdende reorganisaties (Mobiliteitsrichtlijn). 
  • Breidt de reikwijdte uit naar ‘vereenvoudigde fusies’, ‘splitsingen door scheiding’ en grensoverschrijdende omzettingen. 
  • Zorgt voor een bredere toepassing van fiscale neutraliteit op kwalificerende grensoverschrijdende herstructureringen. 
  • Actualiseert de bijlage met in aanmerking komende rechtsvormen en machtigt de Europese Commissie om deze via gedelegeerde handelingen bij te werken. 

De ATAD bevat een gemeenschappelijk kader van antimisbruikmaatregelen ter bescherming van de vennootschapsbelastinggrondslag van lidstaten tegen agressieve belastingplanning, grondslaguitholling en winstverschuiving. 

De omnibus: 

  • Introduceert een nieuw hoofdstuk met een EU-brede R&D-aftrek als minimumstandaard, zodat kwalificerende R&D-uitgaven volledig aftrekbaar zijn. Belastingplichtigen kunnen deze uitgaven direct aftrekken in het belastingtijdvak waarin zij zijn gedaan, of spreiden over een van de vier daaropvolgende belastingtijdvakken. 
  • Past de renteaftrekbeperking (earningsstrippingmaatregel) aan door zowel de 30%-EBITDA-aftrekruimte als de drempel van EUR 3 miljoen verplicht te stellen. Lidstaten kunnen daardoor niet minder aftrekruimte bieden of een lagere drempel hanteren, zoals Nederland op dit moment nog doet. Daarnaast wordt indexatie van de drempel mogelijk, worden bepaalde derdenleningen uitgezonderd en komen er waarborgen voor situaties van algemeen belang, defensie en economische neergang. Het kader wordt verder vereenvoudigd door de uitzondering voor zelfstandige entiteiten te schrappen en de groepsescape en voortwentelingsregeling verplicht te maken. 
  • Actualiseert de ATAD-GAAR, zodat deze ziet op alle relevante directe belastingen, waaronder bronbelastingen en bepaalde Pijler Twee-bijheffingen. De bepaling verwijst voortaan naar “de belastingschuld” in plaats van naar de “vennootschapsbelastingschuld”. De ATAD-GAAR is bedoeld om misbruik te bestrijden dat niet door specifieke bepalingen wordt bestreken. 
  • Vereenvoudigt de CFC-regels door introductie van een vrijstelling voor Pijler Twee-belastingplichtigen en mkb-groepen. Daarnaast wordt Model A de enige toegestane benadering. Onder Model A worden specifieke categorieën passief inkomen in de heffing betrokken. 
  • Schrapt tot slot de zogenoemde geïmporteerde hybride mismatch-maatregel

De GBM bevat regels voor een snelle en effectieve beslechting van geschillen over de uitleg en toepassing van belastingverdragen. De richtlijn geldt voor zowel ondernemingen als particulieren en ziet op situaties van dubbele belastingheffing. 

De omnibus: 

  • Verduidelijkt het begrip “betrokken persoon” en introduceert flexibelere indieningsregels voor zaken met meerdere betrokken personen, waaronder een indieningstermijn van 30 kalenderdagen. 
  • Verbetert de toegang voor belastingplichtigen door eerdere arbitrage mogelijk te maken wanneer geen overeenstemming wordt bereikt, en door toe te staan dat gebreken in klachten worden hersteld voordat deze worden afgewezen. 
  • Verduidelijkt procedurele regels over de ontvankelijkheid van klachten, bezwaren tegen onafhankelijke personen, alternatieve geschilbeslechtingscommissies en vereenvoudigde indiening voor particulieren en kleinere ondernemingen. 
  • Verduidelijkt de samenloop tussen GBM-procedures en andere geschilbeslechtingsprocedures om overlap te voorkomen, terwijl bescherming van belastingplichtigen behouden blijft. 
  • Introduceert uitvoeringsbevoegdheden en geharmoniseerde statistische rapportage ter ondersteuning van een uniformere toepassing en monitoring van de richtlijn. 

FASTER moet bronbelastingprocedures binnen de EU efficiënter en veiliger maken voor beleggers, financiële intermediairs en nationale belastingdiensten. 

De omnibus: 

  • Past de reikwijdte van FASTER aan ter ondersteuning van de ruimere bronbelastingvrijstellingen onder de gewijzigde IRR en MDR. 
  • Zorgt ervoor dat versnelde vrijstellings- of teruggaafprocedures kunnen worden toegepast wanneer beursgenoteerde effecten via intermediairs of nominee accounts worden gehouden en de gerechtigdheid bij betaling niet kan worden vastgesteld. 
  • Voorkomt dat lidstaten toegang tot FASTER-procedures weigeren uitsluitend omdat een volledige bronbelastingvrijstelling wordt geclaimd onder de gewijzigde IRR of MDR. 

Als de EU Tax Omnibus Directive in haar huidige vorm wordt aangenomen, heeft dit aanzienlijke gevolgen voor het Nederlandse belastingstelsel. Wij benoemen een aantal in het oog springende punten: 

  • Voor dividenden afkomstig van EU-dochtermaatschappijen zou geen minimumbezitspercentage meer mogen gelden voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling. De vraag rijst of de Nederlandse wetgever het minimumbezitspercentage ook zal afschaffen voor vermogenswinsten onder de deelnemingsvrijstelling. Daarnaast kan dit gevolgen hebben voor de huidige discussie over de belastingheffing over inkomen uit sparen en beleggen van natuurlijke personen in de inkomstenbelasting. Het voorstel staat lidstaten overigens wel toe antimisbruikbepalingen in te voeren tegen ontwijking van inkomstenbelasting. 
  • De huidige Nederlandse implementatie van de earningsstrippingmaatregel is zeer strikt. De voorstellen op dit punt zullen door veel belastingplichtigen ongetwijfeld worden verwelkomd. 
  • De wijzigingen in de belastingheffing over EU-dividenden en in de renteaftrekbeperking kunnen een aanzienlijk negatief effect hebben op de Nederlandse begroting. Dat roept de vraag op of dit moet worden gecompenseerd met andere wijzigingen in het Nederlandse vennootschapsbelastingstelsel. 
  • De verduidelijking van de GAAR ten aanzien van de toepasselijke belastingen heeft vermoedelijk als effect dat (de uitleg van) deze GAAR nog meer uitstraling en invloed zal hebben op het Nederlandse leerstuk van fraus legis in EU-situaties. Ook voor andere belastingen dan de vennootschapsbelasting lijkt daarom een EU-conforme uitleg van fraus legis vereist. 

Actiestappen voor ondernemingen 

Ter voorbereiding op de mogelijke invoering van de nieuwe regels doen ondernemingen er goed aan reeds in een vroeg stadium de potentiële gevolgen in kaart te brengen. Aanbevolen acties zijn onder meer: 

  • Het in kaart brengen van relevante intra-EU-betalingen om de blootstelling aan de herziene PSD- en IRD-regels te beoordelen. 
  • Het herzien van groepsfinancieringsstructuren in het licht van de aangepaste renteaftrekbeperkingsregels en de invoering van een verplichte safe harbour. 
  • Het evalueren van R&D-uitgaven om mogelijke voordelen van de nieuwe EU-brede aftrekregeling vast te stellen. 
  • Het beoordelen van grensoverschrijdende herstructureringsplannen om kansen onder de verruimde reikwijdte van de TMD te identificeren. 
  • Het herzien van CFC-posities, in het bijzonder voor groepen die onder het bereik van Pillar Two of SME carve-outs vallen. 
  • Het voorbereiden op uitgebreidere zelfbeoordelingsverplichtingen onder de PSD en IRD. 
  • Het evalueren van bronbelastingprocedures om gereed te zijn voor procedures die in overeenstemming zijn met FASTER. 
  • Het overwegen van strategieën voor geschillenbeslechting in het licht van ruimere toegang tot arbitrage en verduidelijkte DRM-procedures. 

Tijdlijn van het voorstel

Het voorstel voor de Direct taxation Omnibus Directive wordt nu ter raadpleging voorgelegd aan het Europees Parlement en ter vaststelling aan de Raad. De tekst kan nog wijzigen. Omdat het om belastingwetgeving gaat, is unanimiteit van alle EU-lidstaten vereist. Hoewel het voorstel aanzienlijke vereenvoudiging en voordelen voor de interne markt van de EU kan opleveren, is onzeker of deze voordelen voldoende zijn om de richtlijn snel en in de voorgestelde vorm aan te nemen. De precieze tijdlijn is op dit moment nog onduidelijk. Heeft u naar aanleiding van dit artikel al vragen? Neem dan contact op met één van onze specialisten via onderstaande button. 

Auteur(s)

lisanne

Lisanne Rijff

Sr. Manager Bureau Vaktechniek | Tax & Legal
Bekijk details