Nieuwe bekostigingsregeling opvang gemeenten: toch btw-gevolgen
Nieuwe bekostigingsregeling opvang gemeenten: toch btw-gevolgen
Per 1 juli 2026 is de Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten in werking getreden. De Belastingdienst heeft een memo gepubliceerd over de btw-gevolgen van de nieuwe regeling. Deze zou geen gevolgen hebben voor de praktijk. Wij zien dit echter anders, dus er is actie vereist!
Specifiek voor de opvang van Oekraïners is om die reden door de VNG een praktische afspraak gemaakt met het ministerie van Financiën. Op basis van die afspraak mogen gemeenten 30% van de btw op de kosten die onder de bestaande bekostigingsregeling (Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne) uit het normbedrag worden bekostigd compenseren bij het Btw-compensatiefonds. De overige btw is kostprijsverhogend. Transitiekosten zijn specifiek uitgesloten van de ‘30%-afspraak’. Over de btw-gevolgen van onder meer deze regeling schreven we eerder ook een nieuwsbericht: Btw bij SPUK-regelingen opvang: nieuwe interne richtlijn Belastingdienst
Dit betekent concreet:
Hoe zat het ook alweer?
Gemeenten zijn belast met de opvang van diverse groepen, zoals asielzoekers, vergunninghouders, Oekraïense ontheemden en andere vreemdelingen. Hiervoor wordt tot op heden bekostiging ontvangen uit verschillende regelingen. Met de nieuwe Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten heeft het Rijk voorzien in één uniform bekostigingskader voor de opvang van alle groepen.De huidige praktijk
Voor de verschillende specifieke uitkeringen die gemeenten ontvangen is duidelijk dat deze onbelast zijn voor de btw. De discussie in de praktijk ziet op de mogelijkheid om de btw op externe kosten te compenseren bij het Btw-compensatiefonds. Wij zijn van mening dat compensatie van btw op basis van jurisprudentie in veel gevallen mogelijk moet zijn. Naar het oordeel van de Belastingdienst is echter (groten)deels sprake van een verstrekking aan individuele derden, waardoor in de meeste gevallen geen volledig recht op compensatie van btw bestaat. In de praktijk zou de btw op kosten voor opvang hierdoor in veel gevallen kostprijsverhogend werken.Specifiek voor de opvang van Oekraïners is om die reden door de VNG een praktische afspraak gemaakt met het ministerie van Financiën. Op basis van die afspraak mogen gemeenten 30% van de btw op de kosten die onder de bestaande bekostigingsregeling (Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne) uit het normbedrag worden bekostigd compenseren bij het Btw-compensatiefonds. De overige btw is kostprijsverhogend. Transitiekosten zijn specifiek uitgesloten van de ‘30%-afspraak’. Over de btw-gevolgen van onder meer deze regeling schreven we eerder ook een nieuwsbericht: Btw bij SPUK-regelingen opvang: nieuwe interne richtlijn Belastingdienst
Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten: wat is er veranderd?
Met de komst van de nieuwe bekostigingsregeling heeft de Belastingdienst op 27 juli 2026 een memo gepubliceerd waarin zij haar visie geeft op de btw-gevolgen. Hoewel de Belastingdienst stelt dat de nieuwe regeling fiscaal niet tot wezenlijk andere uitkomsten leidt, wijkt de toepassing van het memo op onderdelen af van de tot dusver voor de Oekraïne-opvang gehanteerde 30%-afspraak. Naar onze lezing leidt de uitleg in het memo in de praktijk echter wel tot relevante wijzigingen. Wij lichten dit hieronder nader toe.Wat zijn deze relevante wijzigingen?
- Waar het uitgangspunt eerder was dat alle kosten (met uitzondering van transitiekosten) in aanmerking kwamen voor de ‘30%-afspraak’ wordt in de nieuwe regeling onderscheid gemaakt tussen exploitatiekosten, uitvoeringskosten en bijzondere kosten. De 30%-afspraak geldt alleen voor uitvoeringskosten. Exploitatiekosten komen hiervoor niet in aanmerking. Dit betreft dus een flinke inperking van het recht op compensatie van btw.
- In het memo wordt voor de 30%-afspraak die geldt voor uitvoeringskosten geen onderscheid gemaakt naar de betreffende groep die wordt opgevangen. Hieruit lijkt te volgen dat de 30%-afspraak niet alleen geldt voor Oekraïense ontheemden, maar voor alle genoemde groepen.
- Hoewel indirecte gemeentelijke apparaatskosten naar hun aard als uitvoeringskosten kwalificeren, vallen zij volgens het memo niet onder de 30%-regel. Deze btw moet worden verwerkt op basis van het mengpercentage op algemene kosten.
Wat nu?
We hebben contact opgenomen met de Belastingdienst over onze bevindingen en gevraagd of de genoemde wijzigingen inderdaad bewust zijn gemaakt in het memo. Op moment van schrijven hebben wij hierop nog geen inhoudelijke reactie ontvangen. Ons advies is vooralsnog om (voor aanvragen onder de nieuwe bekostigingsregeling) de lijn van het memo te volgen.Dit betekent concreet:
- Voor bestaande situaties en situaties die onder de overgangsregeling vallen, is geen wijziging nodig.
- Bij een aanvraag onder de nieuwe bekostigingsregeling geldt het volgende:
- Volg de lijn van het memo en voer de niet-compensabele kosten op in de bekostigingsaanvraag. Zo worden extra kosten bij de gemeente voorkomen. Mocht binnen een periode van vijf jaar blijken dat de btw toch (deels) compensabel is, dan kan een verplichting ontstaan tot terugbetaling van een deel van de SPUK-gelden. De gemeente kan de btw dan alsnog via het Btw-compensatiefonds ‘vergoed’ krijgen.
- Breng in kaart welke kostenplaatsen binnen de gemeente betrekking hebben op de gemeentelijke opvangtaken. Maak daarbij onderscheid tussen transitie-, exploitatie-, uitvoerings- en indirecte apparaatskosten en tussen bijzondere kosten en verstrekkingen.
- Leg per kostencategorie en bekostigingsregeling het juiste btw-label vast en pas de administratie hierop aan.

