Maximum winstuitkering in de zorg: gamechanger voor het verdienmodel van private equity?

Artikel

Gepubliceerd: 
De aangekondigde wijziging van de Wet integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (Wibz) kan grote gevolgen hebben voor private-equitypartijen die investeren in de zorg. Waar de aandacht in het publieke debat vooral uitgaat naar de vraag of winstuitkering in de zorg wenselijk is, raakt het gewijzigde voorstel ook de kern van het investerings- en verdienmodel van financiële investeerders.

Private-equitypartijen investeren doorgaans in zorgaanbieders met het oog op waardegroei en rendement. 
Dat rendement wordt gerealiseerd via dividenduitkeringen, managementvergoedingen, rente op aandeelhoudersleningen en uiteindelijk de verkoop van de onderneming tegen een hogere waarde. Een wettelijk maximum aan winstuitkeringen beperkt een van de belangrijkste mechanismen waarmee investeerders rendement uit hun investering kunnen halen.

De impact kan aanzienlijk zijn. Wanneer de hoogte van winstuitkeringen wordt gekoppeld aan het geïnvesteerde vermogen, ontstaat feitelijk een gereguleerd rendement op zorginvesteringen. Dat maakt investeringen in de zorg minder aantrekkelijk ten opzichte van sectoren waarin dergelijke beperkingen niet gelden. Met name investeringen die zijn gebaseerd op operationele efficiëntie, schaalvergroting en consolidatie kunnen daardoor onder druk komen te staan.

Ook de waardering van zorgondernemingen kan veranderen. Potentiële kopers bepalen de waarde van een onderneming mede op basis van toekomstige kasstromen en de mogelijkheid om rendement uit de onderneming te halen. Als wettelijke grenzen worden gesteld aan winstuitkeringen, kan dat leiden tot lagere ondernemingswaarderingen. Dit effect zal waarschijnlijk het sterkst merkbaar zijn in segmenten waar investeerders de afgelopen jaren actief zijn geweest, zoals de mondzorg, paramedische zorg, zelfstandige klinieken/medisch specialistische zorg, huisartsenzorg en de geestelijke gezondheidszorg.

Daar komt bij dat de voorgestelde regeling niet alleen gevolgen heeft voor nieuwe investeringen, maar ook voor bestaande investeringsstructuren. Private-equityfondsen hebben hun investeringsmodellen gebaseerd op het huidige juridische kader, waarin winstuitkeringen in veel zorgsectoren in beginsel onbeperkt mogelijk zijn. Een wettelijke begrenzing kan de businesscases waarop investeringen zijn gebaseerd fundamenteel wijzigen.

De grootste juridische uitdaging voor het kabinet ligt daarbij mogelijk niet eens in de politieke discussie, maar in de onderbouwing van de maatregel. Om een generieke beperking van winstuitkeringen Europeesrechtelijk houdbaar te maken, zal moeten worden aangetoond dat deze beperking noodzakelijk en proportioneel is. Juist omdat VWS in het verleden zelf heeft gewezen op de nadelen van een generiek winstuitkeringsmaximum, ligt een kritische toetsing voor de hand.

Tegelijkertijd blijft de vraag naar zorg groeien en hebben zorgaanbieders behoefte aan kapitaal voor digitalisering, innovatie, vastgoed en uitbreiding. Private investeerders kunnen daarin nog steeds een belangrijke rol spelen. 

Voor private-equitypartijen is de boodschap in ieder geval duidelijk: de voorgestelde wijziging van de Wibz gaat niet alleen over winstuitkeringen, maar raakt rechtstreeks de economische uitgangspunten waarop veel zorginvesteringen momenteel zijn gebaseerd. Mocht het gewijzigde wetsvoorstel worden ingevoerd als wet, dan kan dat leiden tot een fundamentele herijking van het investeringslandschap in de Nederlandse zorg.

Wij houden de ontwikkelingen in de gaten. Als het aangepaste Wibz-wetsvoorstel bekend is, zullen we daarover nader informeren. 

Auteur(s)