Prinsjesdag 2026

Wat betekenen de aankomende plannen voor u?

Wat betekenen de aankomende plannen voor u?

Prinsjesdag 2026 komt eraan. Maar wat kunt u verwachten? Welke veranderingen worden mogelijk aangekondigd en wat kan dat betekenen voor u en uw organisatie?

De specialisten van BDO volgen de ontwikkelingen rondom het Belastingplan en de Miljoenennota op de voet. In de aanloop naar Prinsjesdag 2026 vindt u op deze pagina updates en een eerste overzicht van de belangrijkste voorgestelde maatregelen. Zo krijgt u snel inzicht in wat eraan komt en hoe u zich hierop kunt voorbereiden. Van fiscale wijzigingen tot de impact op ondernemers en werkgevers: wij zetten de belangrijkste punten helder voor u op een rij.

Wilt u direct na Prinsjesdag weten wat de plannen concreet voor uw situatie betekenen? Op deze pagina leest en volgt u alle relevante ontwikkelingen. Wij vullen deze continu aan met actuele informatie en verdiepende inzichten. Uiteraard kunt u ook terecht bij uw BDO-adviseur voor persoonlijk advies.

Daarnaast bundelen wij de belangrijkste wijzigingen in een compact document, dat u via onderstaande knop kunt openen.

In aanloop naar Prinsjesdag 2026 kunt u in de tussentijd alvast teruglezen wat de plannen en effecten van vorig jaar waren via onderstaande pagina’s.



Verwachte wijzigingen Belastingplan 2027

Hieronder vindt u een overzicht van de verwachte wijzigingen die naar verwachting op Prinsjesdag 2026 worden gepubliceerd.

Inkomstenbelasting/loonbelasting

Bij de Voorjaarsnota is een motie ingediend waarin wordt voorgesteld de verruiming van de hypotheekrenteaftrek (omdat het tarief in de tweede schijf wat zal gaan stijgen) ongedaan te maken. 

Het lijkt erop dat het kabinet hier niet veel mee zal doen. Een eerste reactie van de staatssecretaris op Kamervragen duidt daarop, maar de formele reactie zal met Prinsjesdag verschijnen.

In het coalitieakkoord van het Kabinet-Jetten werd de vrijheidsbijdrage voor burgers aangekondigd. Deze vrijheidsbijdrage is door de wetgever vormgegeven door de tabelcorrectiefactor beperkt toe te passen in de inkomstenbelasting in 2027 en 2028. Normaliter worden de schijfgrenzen in de inkomstenbelasting gecorrigeerd voor inflatie. De komende twee jaren wordt dit slechts beperkt toegepast. Dit is een belastingverhoging, doordat het beperkt ophogen van schijfgrenzen ertoe leidt dat belastingplichtigen vaker in een hogere schijf terechtkomen. Hierdoor krijgen meer belastingplichtigen te maken met een hoger belastingtarief dan bij het volledig toepassen van de tabelcorrectiefactor. Met deze maatregel wil het kabinet twee derde van de vrijheidsbijdrage opbrengen. De rest wordt via een verhoging van de aof-premie bij bedrijven opgehaald.


Hiermeewordt de regeling aftrek specifieke zorgkosten afgeschaft per 2028. Naar huidigrecht kunnen bepaalde zorgkosten die niet zijn vergoed door de zorgverzekeraaren niet onder het eigen risico vallen in de inkomstenbelasting onder voorwaardein aftrek worden gebracht. De voorgestelde wijziging betekent datbelastingplichtigen vanaf 2028 geen uitgaven voor specifieke zorgkosten meerals persoonsgebonden aftrek kunnen opvoeren in hun aangifte inkomstenbelasting.Dit raakt voornamelijk chronisch zieken, gehandicapten en anderebelastingplichtigen die jaarlijks extra zorgkosten maken die niet door dezorgverzekering worden vergoed. 

Dekomende zes jaar wordt de aftoppingsgrens voor aanvullende pensioenen (nu €137.800) bevroren. De aftoppingsgrens bepaalt het maximale loon waaroverpensioenopbouw fiscaal gefaciliteerd mag plaatsvinden. De maatregel houdt indat deze grens niet langer jaarlijks wordt geïndexeerd met de loonontwikkeling,maar voor deze periode wordt vastgezet. Dit betekent dat bij stijgende loneneen steeds groter deel van het inkomen boven de aftoppingsgrens uitkomt,waardoor over dat deel geen fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw meer mogelijkis. Werknemers met een pensioengevend loon rond of boven de aftoppingsgrenskunnen door de maatregel over het deel van hun loon dat boven de bevroren grensuitkomt geen fiscaal gefaciliteerd pensioen meer opbouwen. Het gevolg is minderpensioenopbouw en een lagere premieaftrek en op lange termijn resulteert dit inlagere pensioenuitkeringen. Dit zal ongetwijfeld ook gelden voor deinkomensgrens inzake lijfrentepremieaftrek.

Met deze maatregel wordt de gerichte vrijstelling voor reiskosten verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Ook wordt het forfait voor aftrekbare reiskosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters verhoogd. Het kabinet roept werkgevers op om deze fiscale ruimte daadwerkelijk te benutten, zodat het voordeel bij de werknemers terechtkomt.  

Ook het forfait voor reiskosten bij specifieke zorgkosten bij ziekenbezoek, weekenduitgaven voor gehandicapten en het forfait voor de giftenaftrek voor de situatie waarin een vrijwilliger afziet van een reiskostenvergoeding wordt verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.


De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 verlaagd en per 1 januari 2028 volledig afgeschaft. De startersaftrek is een regeling in de inkomstenbelasting, waardoor een (startende) ondernemer die minder dan vijf jaar ondernemer is onder voorwaarden maximaal drie jaar recht heeft op een extra aftrekpost van maximaal € 2.123.

Met deze maatregel wordt voorgesteld de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten af te schaffen. Het kabinet treft deze maatregel, omdat deze vrijstelling in het verleden als niet doelmatig geëvalueerd is. Werkgevers kunnen wel personeelskorting blijven geven. Deze korting komt dan echter ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Het is dan niet langer nodig om bij te houden hoeveel korting per werknemer is gegeven.


Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%. Het kabinet beoogt hiermee bedrijven extra te ondersteunen, door het aantrekkelijker te maken voor ondernemers om investeringen te doen in energiebesparende maatregelen of duurzame energie.


Een buitenlands belastingplichtige die een aanmerkelijk belang heeft in een in Nederland gevestigde vennootschap dat niet tot het vermogen van zijn onderneming behoort, wordt in de heffing betrokken voor het inkomen dat hij daaruit geniet. IN lijn met de wetssystematiek van de Wet IB 2001 stelt het kabinet voor om bij het ontstaan van de buitenlandse belastingplicht (met name door zetelverplaatsing van een vennootschap naar Nederland) uit te gaan van de waarde in het economische verkeer van het aanmerkelijk belang. Hierdoor wordt alleen een waardestijging of een waardedaling na de zetelverplaatsing in Nederland belast. Dit past volgens de wetgever binnen het huidige territoriale stelsel waarbij slechts waardestijgingen of waardedalingen worden belast voor zover er sprake is van belastingplicht in Nederland.

Bij het overlijden van een aanmerkelijkbelanghouder, waarbij aanmerkelijkbelangaandelen vererven, is in de regel inkomstenbelasting in box 2 verschuldigd. De wet bevat een faciliteit waarmee erfgenamen binnen 24 maanden na het overlijden van de aanmerkelijkbelanghouder onder voorwaarden onbelast dividend kunnen uitkeren vanuit de BV (overlijdensdividend). Deze faciliteit beoogt dubbele belastingheffing te voorkomen en de erfgenamen in staat te stellen de verschuldigde inkomstenbelasting (box 2) te kunnen betalen.

Daarnaast kan het overlijden van een aanmerkelijkbelanghouder gevolgen hebben in het kader van de Wet excessief lenen. Onder voorwaarden kan het lenen van (grote) bedragen bij de eigen vennootschap worden aangemerkt als positief fictief regulier voordeel. Bij overlijden van de aanmerkelijkbelanghouder wordt de hoogte van de schulden van de overleden aanmerkelijkbelanghouder gesteld op nihil. Hierdoor geniet de overleden aanmerkelijkbelanghouder juist een negatief regulier voordeel.

Het negatief regulier voordeel verlaagt het toepassingsbereik van de faciliteit om onbelast overlijdensdividend uit te keren.

Deze maatregel beoogt een samenloop van deze faciliteit en de Wet Excessief lenen bij de eigen vennootschap wettelijk uit te sluiten. Hiermee wordt een dubbele heffing bij de belastingplichtige voorkomen. 


Jaarlijks moeten de inwonersaantallen voor de BES-eilanden afzonderlijk worden aangepast om de tabelcorrectiefactor correct te kunnen doorvoeren. Zo blijven onder andere de schijfgrenzen in de Wet inkomstenbelasting BES en de belastingvrije som aansluiten bij lokale inflatie. Deze maatregel regelt dat voortaan automatisch wordt uitgegaan van de door het CBS vastgestelde inwonersaantallen per 1 januari voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar.

Venootschapsbelasting/dividendbelasting

De fiscale behandeling van de winst op afdekkingsinstrumenten op valutarisico’s wordt aangepast. De kosten van het afdekkingsinstrument zijn nu volledig aftrekbaar, maar de verwachte winst op het afdekkingsinstrument is onder de deelnemingsvrijstelling vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting. Volgens de wetgever gaat het bovenstaande in tegen het principe om slechts aftrek mogelijk te maken als daar heffing tegenover staat. De opbrengst van deze wijziging wordt daarnaast als dekking gebruikt voor de budgettaire derving van een arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2025 over de liquidatieverliesregeling. Deze maatregel wordt eerst ter internetconsultatie aangeboden met 1 januari 2027 als beoogde inwerkingtredingsdatum. Als in de uitwerking blijkt dat een beter alternatief voorhanden is, kan deze maatregel worden heroverwogen. 


Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%. Het kabinet beoogt hiermee bedrijven extra te ondersteunen, door het aantrekkelijker te maken voor ondernemers om investeringen te doen in energiebesparende maatregelen of duurzame energie.

In Nederland woonachtige natuurlijke personen of gevestigde lichamen die via een buitenlandse beleggingsinstelling uit Nederland afkomstige dividenden ontvangen, worden ook wel aangeduid als Nederlandse achterliggers of u-bochtbeleggers.

Naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad van 13 september 2024 wordt door het kabinet een teruggaafregeling voorgesteld voor dergelijke Nederlandse achterliggers die via buitenlandse beleggingsinstellingen dividenden afkomstig van in Nederland gevestigde vennootschappen ontvangen. 

De Hoge Raad oordeelde dat deze ‘Nederlandse’ dividenden niet zwaarder mogen worden belast dan Nederlandse dividenden die via een fiscale beleggingsinstelling aan haar Nederlandse achterliggers worden uitgekeerd. Door de voorgestelde teruggaafregeling kunnen Nederlandse achterliggers de ten laste van de buitenlandse beleggingsinstelling ingehouden dividendbelasting onder voorwaarden terugvragen.


De Hoge Raad heeft in een arrest van 27 februari 2026 geoordeeld dat het onzakelijkheidsvermoeden in de splitsingsfaciliteit niet in overeenstemming is met de Fusierichtlijn. Om deze strijdigheid zo snel mogelijk weg te nemen, stelt het kabinet voor dit bewijsvermoeden te schrappen. Dit geldt eveneens voor het bewijsvermoeden in de bedrijfsfusiefaciliteit aangezien dit vermoeden vrijwel identiek is aan het vermoeden in de splitsingsfaciliteit.

BTW/accijns

In het Belastingplan 2027 is opgenomen dat de tijdelijke verlaging van de brandstofaccijns op benzine met één jaar wordt verlengd, waardoor de verlaagde accijnstarieven die gelden tot 1 januari 2027 (€ 0,84 p/L) van kracht blijven. Hierdoor blijft het accijnstarief op benzine in deze periode lager dan het reguliere tarief zoals dat zonder verlenging per 1 januari 2027 zou gelden. De korting vervalt per 1 januari 2028, waarna het reguliere accijnstarief weer van toepassing is. 

Door deze maatregel is niet langer het lage tarief van 9%, maar het algemene btw-tarief van 21% per 1 januari 2028 van toepassing op sierteeltproducten. Sierteeltproducten zijn onder meer bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten zoals kerstbomen. De maatregel is onderdeel van een bredere aanpak waarbij negatief geëvalueerde fiscale regelingen worden aangepast of afgeschaft, met als doel het belastingstelsel te vereenvoudigen en een budgettaire opbrengst te realiseren voor het kabinet.

Brandstoffen die (gedeeltelijk) bestaan uit bio- of hernieuwbare brandstoffen hebben een lagere energie-inhoud dan fossiele brandstoffen. Met een liter van deze brandstoffen kan dus minder ver gereden worden maar er moet wel dezelfde hoeveelheid accijns over betaald worden. Om dit nadeel te compenseren bestaat er een teruggaafregeling. Deze accijnsteruggaafregeling voor bio- en hernieuwbare brandstoffen wordt per 1 januari 2027 beëindigd. Het kabinet neemt deze maatregel omdat de regeling arbeidsintensief en fraudegevoelig is. Een gedeelte van de budgettaire opbrengst van deze maatregel wordt conform de Voorjaarsnota 2026 ingezet ter introductie van de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor DAEB-woningen door woningcorporaties.

Met deze maatregel worden de tarieven van de alcoholaccijns vanaf 2027 voortaan jaarlijks geïndexeerd. Momenteel worden de tarieven, anders dan bij bijvoorbeeld benzineaccijns, niet automatisch geïndexeerd. Hierdoor neemt de hoogte van de alcoholaccijns vanwege inflatie relatief af. Door de tarieven van de alcoholaccijns jaarlijks te gaan indexeren blijft de reële hoogte van de tarieven voortaan gelijk.

Eind 2026 treedt het nieuwe Douanewetboek van de Unie (nDWU) in werking. Ter uitvoering van het nDWU wordt voorgesteld om de bestaande definitie daarvan in de Algemene douanewet en de Invorderingswet 1990 uit te breiden, waardoor deze definitie zowel het oude als het nieuwe Douanewetboek omvat.

Overig

In het coalitieakkoord van het Kabinet-Jetten is een verlaging van de overdrachtsbelasting opgenomen voor particuliere investeerders van 8% naar 7% vanaf 1 januari 2027. 

Dit betreft een verlaging van het algemene woningtarief dat van toepassing is op woningen (niet op andere onroerende zaken) waarin de verkrijger niet zelf duurzaam gaat wonen. Dit tarief is bijvoorbeeld van toepassing bij de verkrijging van een woning bestemd voor verhuur of als vakantiewoning


Woningcorporaties die onroerende zaken (zoals woningen) binnen hun sociale huisvestingstaak aan elkaar overdragen, betalen daar in sommige situaties overdrachtsbelasting over. Zij voldoen dan niet aan de voorwaarden om de bestaande vrijstelling te kunnen toepassen. Met deze maatregel wordt een nieuwe vrijstelling van overdrachtsbelasting geïntroduceerd om voortaan overdrachten van onroerende zaken in het kader van solidariteit (Diensten van Algemeen Economisch Belang) vrij te stellen van overdrachtsbelasting. 

Het kabinet is voornemens om per 1 juli 2026 de tarieven in de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers met 50% voor een half jaar te verlagen, tot en met 31 december 2026. Deze maatregel dient ter verlichting van de gestegen brandstofprijzen als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten.

Het kabinet stelt voor om per 1 juli 2026 de tarieven in de motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s voor een half jaar naar het nihiltarief te verlagen, tot en met 31 december 2026. Deze maatregel dient ter verlichting van de gestegen brandstofprijzen als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten.

De afgelopen jaren is de youngtimerregeling versoberd. De youngtimerregeling is een gunstige fiscale regeling voor ondernemers die zakelijk een auto van 15 jaar of ouder rijden. Per 1 januari 2026 is de jaargrens van de youngtimerregeling verschoven van 15 naar 16 jaar. Per 1 januari 2027 wordt deze jaargrens verder verhoogd naar 25 jaar.

Sinds 1 oktober 2023 is de Europese verordening CBAM van kracht. Tussen 1 oktober 2023 en 1 januari 2026 gold een overgangsperiode en sinds 1 januari 2026 is CBAM volledig operationeel. De verordening geeft de Europese Commissie de bevoegdheid om in een aantal gevallen de verordening nader uit te werken in gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. Daarnaast kan de verordening in de toekomst gewijzigd worden. Dit is initieel vormgegeven via een delegatiebepaling (ministeriële regeling).

De Raad van State heeft kritiek geuit op de keuze om vergaande uitvoeringsbevoegdheden via een ministeriële regeling te regelen. Volgens de Raad van State bood deze route onvoldoende waarborgen voor de rechtszekerheid.

Het kabinet heeft in dit kader eerder toegezegd dat de bepalingen die in de ministeriële regeling worden opgenomen nadien zo spoedig mogelijk op wetsniveau worden vastgelegd. Met deze maatregel wordt invulling gegeven aan deze toezegging.


Uitgangspunt van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) is dat burgers en bedrijven de keuze hebben tussen elektronisch bestuurlijk verkeer of de traditionele vorm van verkeer met de overheid. De Wmebv ziet op zowel uitgaand verkeer (verkeer van de overheid aan de burger), als inkomend verkeer (verkeer van de burger aan de overheid). De implementatie van de Wmebv is vanwege uitvoeringsproblemen diverse malen uitgesteld. Voor de Belastingdienst en de Douane is vorig jaar in de wet Overige Fiscale Maatregelen 2026  voorzien in een tijdelijke uitzondering van de Wmebv tot 1 januari 2030. Dienst Toeslagen is destijds niet meegenomen in deze uitzondering. Daarom wordt in de Overige Fiscale Maatregelen 2027 een uitzondering opgenomen waardoor Dienst Toeslagen uiterlijk tot 1 januari 2028 de tijd heeft om het elektronisch ontvangen van berichten voor alle werkstromen mogelijk te maken.

Deze maatregel beoogt het begrip ‘belastingplichtige’ voor de CO₂-heffing glastuinbouw te verduidelijken. De belastingplichtige is op dit moment de “rechtspersoon of natuurlijke persoon die het glastuinbouwbedrijf” drijft. Deze huidige wettekst wekt de indruk dat bij personenvennootschappen (zoals maatschap en vof) de achterliggende participanten belastingplichtig zijn. Dit voorstel expliciteert dat de belastingplicht rust op het samenwerkingsverband zelf (“eenieder die het glastuinbouwbedrijf drijft”). Als gevolg zijn de participanten niet afzonderlijk belastingplichtig en er hoeft ook aan hen geen toerekening plaats te vinden.

Met betrekking tot de pseudo-eindheffing van fossiele personenauto’s wordt voorgesteld een anticumulatiebepaling in de wet op te nemen ter voorkoming van dubbele heffing van enerzijds deze pseudo-eindheffing en anderzijds de pseudo-eindheffing hoge vertrekvergoedingen. Zonder een dergelijke anticumulatiebepaling zou in voorkomende gevallen sprake zijn van dubbele heffing bij dezelfde (rechts)persoon over dezelfde belastinggrondslag.

Bij privévluchten en andere situaties waarin geen vervoersovereenkomst bestaat, ontbreekt een formeel bewijs van de eindbestemming. In de oude systematiek werd in dergelijke gevallen automatisch het hoogste tarief voor de vliegbelasting toegepast, omdat de eindbestemming niet kon worden aangetoond.

De voorgestelde aanpassing maakt het mogelijk dat, wanneer er geen vervoersovereenkomst is de eindbestemming van een passagier ook met een ander passend bewijsstuk kan worden aangetoond, zodat in deze gevallen niet automatisch het hoogste tarief hoeft te worden toegepast


Andere wetsvoorstellen met Prinsjesdag

Op 5 januari 2026 is internationaal een akkoord bereikt over het zogenoemde Side-by-Side pakket. Met het Wetsvoorstel veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024 worden deze afspraken in de Nederlandse belastingwet opgenomen. Dit wetsvoorstel is ter internetconsultatie aangeboden en moet per 1 januari 2027 ingaan. Echter, veel onderdelen zullen terugwerkende kracht hebben tot 1 januari 2026.

Met het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups wordt de definitie van startende ondernemingen vervangen door die van startup en scale-up. Hierdoor vallen aandelen of winstbewijzen van dergelijke bedrijven onder de vermogenswinstbelastingsystematiek. Daarnaast wordt een fiscale maatregel voorgesteld ten aanzien van medewerkersparticipaties bij startups en scale-ups. Dit zorgt ervoor dat wordt belast uiterlijk bij vervreemding van aandelenopties en geldt een versmalling van de belastinggrondslag tot 65%.  

Up-to-date blijven? Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Webinar Prinsjesdag 2025 terugkijken?

Webinar Prinsjesdag 2025 terugkijken?

De specialisten van BDO hebben in één uur tijd samen met journalist en econoom Peter Hein van Mulligen van het CBS de kijkers bijgepraat over alle ontwikkelingen en meest opvallende wijzigingen. Kon u er niet bij zijn of wilt u het webinar nogmaals bekijken?