Zorg focust op preventie, bekostiging blijft achter
In de Nederlandse ziekenhuissector is de focus op ‘van ziekte naar gezondheid’ al enkele jaren ingezet. Recent is duidelijk geworden dat preventie en farmaceutische innovatie de zorgvraag en patiëntstromen ingrijpend kunnen veranderen. Zo maakt GLP-1-medicatie voor obesitas bijvoorbeeld concreet hoe één medische ontwikkeling beide kan beïnvloeden. Deze medicatie kan (op lange termijn) leiden tot een lagere zorgvraag en dat kan weer leiden tot minder opnames en ingrepen, gevolgen voor de capaciteit en uiteindelijk de omzet en investeringsbehoefte van ziekenhuizen. Tegelijkertijd kunnen ziekenhuizen zich niet van de ene op andere dag eenvoudig aanpassen op een verandering in zorgvraag en patiëntstromen. Vastgoed ligt voor tientallen jaren vast, personeelsstructuren zijn lastig aan te passen en kapitaallasten lopen door. Ziekenhuizen moeten nu anticiperen op een zorgtoekomst die er over een aantal jaar wezenlijk anders kan uitzien. De huidige bekostigingsmodellen zijn echter sterk gericht op productie en sluiten zodoende minder goed aan bij de opgave waar ziekenhuizen mee te maken hebben.
Het is dan ook tijd om de impact van preventie en veranderende patiëntenstromen onderdeel te maken van de financiële strategie, zegt Mike Tagage, voorzitter van de branchegroep Zorg bij BDO Nederland: “Ziekenhuizen moeten financiële gezondheid als strategisch vraagstuk behandelen en daarbij verder kijken dan de gebruikelijke vijf jaar. Werk als ziekenhuis met scenario’s over veranderende patiëntstromen en kijk wat de gevolgen per scenario zijn voor het personeel, het vastgoed en de investeringsmogelijkheden. Herijk periodiek op basis van nieuwe ontwikkelingen en stel de koers waar nodig bij om wendbaar te blijven in een snel veranderende zorgmarkt.”
Tegelijkertijd signaleert BDO dat er meer nodig is om de bekostiging passender te maken bij de veranderende ziekenhuiszorg. Tagage: “Zorgverzekeraars, banken en overheid zullen met elkaar moeten werken aan nieuwe randvoorwaarden voor een bekostigingsmodel waarbij preventie structureel wordt beloond. De blik moet ook hier op de lange termijn gericht zijn. Als door een veranderende zorgvraag ziekenhuizen bijvoorbeeld minder patiënten op hun locatie behandelen, wil dat niet zeggen dat dit nadelig moet zijn in hun bekostiging. Het is namelijk goed mogelijk dat die andere zorgvraag is veroorzaakt door hun investeringen en focus op gezondheid.”
Algemene ziekenhuizen: herstel zet door, verschillen worden groter
De algemene ziekenhuizen noteren over 2025 een gemiddeld rapportcijfer van 6,3 en daarmee een lichte verbetering ten opzichte van de 6,1 een jaar eerder. Ook het rendement (van 1,9% in 2024 naar 2,1% in 2025) en de EBITDA-marge (7,5% in 2024 en 7,6% in 2025) tonen een kleine verbetering. Dat zijn voorzichtig positieve cijfers, maar BDO benadrukt wel dat de verschillen tussen ziekenhuizen toenemen. Zo blijft het gemiddeld rapportcijfer van kleine ziekenhuizen met een 5,9 achter bij de middelgrote (6,3) en grote ziekenhuizen (6,6). Ook qua EBITDA-marge blijven kleine ziekenhuizen (6,7%) achter vergeleken met de middelgrote (7,6%) en grote ziekenhuizen (7,8%). De kleinere ziekenhuizen zijn kwetsbaarder voor financiële tegenvallers en voor hun financiële positie sterker afhankelijk van incidentele posten.
In totaal noteren 17 van de 61 ziekenhuizen een onvoldoende als gemiddeld rapportcijfer. Daarnaast noteert één op de vijf ziekenhuizen een rendement onder de grens van 1% die door banken als kritiek wordt gezien. Ook behaalt 30% van de ziekenhuizen een EBITDA-marge onder de kritieke grens van 6,5%. De personeelskosten stijgen: de personele reserveringen en voorzieningen stijgen met 6% tot € 2,3 miljard. Tegelijkertijd lopen ook de kosten voor personeel niet in loondienst als percentage van de opbrengsten opnieuw op: 45,5% in 2024, 46% in 2025. De vastgoedportefeuille veroudert per saldo doordat investeringen achterblijven, de vastgoedouderdomsratio daalt van 46,5% in 2024 naar 45,7% in 2025.
Deze cijfers laten een beeld zien waarbij ondanks het herstel grote uitdagingen blijven bestaan voor algemene ziekenhuizen. De ruimte voor investeringen in preventie, passende zorg, digitalisering en vernieuwing van het vastgoed blijft krap. De verschillen in financiële weerbaarheid en investeringsruimte tussen ziekenhuizen nemen daarnaast toe, waarbij de kleinere ziekenhuizen achterblijven.
UMC’s: investeringsopgave stijgt, terwijl investeringen dalen
Het gemiddelde rapportcijfer van de academische ziekenhuizen daalt licht verder: van een 6,5 in 2024 naar 6,4 in 2025. De UMC’s zagen het gemiddelde rendement stijgen met 0,2 procentpunt tot 2%, waarbij BDO opmerkt dat er grote verschillen bestaan tussen de zeven UMC’s onderling: het rendement varieert van 0,5% tot 4,4%. De EBITDA-marge blijft stabiel op 6,3%, maar bleef wel voor het tweede jaar op rij onder de bancaire ondergrens van 6,5% en ook een stuk lager dan in de jaren voor 2024.
Opvallend is dat de investeringen op het laagste niveau in tien jaar uitkwamen. Deze daalden met 16% van € 662 miljoen in 2024 tot € 556 miljoen in 2025. De daling lijkt volgens BDO vooral het gevolg van de timing en fasering van grote bouw- en ICT-projecten en niet zozeer een structureel kleinere investeringsbehoefte. De komende jaren zijn voor UMC’s namelijk forse investeringen nodig in vastgoed, digitalisering, data-infrastructuur en nieuwe elektronische patiëntendossiers.
De cijfers van de UMC’s laten zien dat de structurele druk op deze ziekenhuizen toeneemt. Het tekort aan gespecialiseerd personeel speelt in deze sector al langer en blijft een lastig punt. De kosten voor digitalisering en IT nemen toe, terwijl er druk op de academische begroting zit en investeringen broodnodig zijn. De financiële ruimte voor die investeringen is echter beperkt. De rol van UMC’s verschuift verder richting hoogcomplexe zorg, onderzoek, opleiding en innovatie. Een bekostiging die (meer) recht doet aan de academische kennis- en innovatiefunctie van deze ziekenhuizen is een voorwaarde om de Nederlandse zorgsector als geheel vooruit te helpen.