Zzp: kabinet zet koers naar rust en duidelijkheid onder zelfstandigen
Zzp: kabinet zet koers naar rust en duidelijkheid onder zelfstandigen
Op 9 april 2026 heeft de minister van Werk en Participatie de Tweede Kamer geïnformeerd over de kabinetskoers van meer rust en duidelijkheid onder zelfstandigen. Deze brief is met name relevant voor opdrachtgevers die werken met zzp’ers, omdat het kabinet expliciet bevestigt wat binnen de huidige juridische kaders mogelijk blijft en waar aandacht nodig is bij het voorkomen van schijnzelfstandigheid.
De kabinetskoers bouwt voort op eerdere stappen, waaronder de Nota van wijziging bij het wetsvoorstel VBAR. De aanpak blijft gebaseerd op drie lijnen: een gelijker speelveld tussen contractvormen, duidelijkheid over de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie en handhaving op schijnzelfstandigheid. De invulling daarvan wordt aangepast met het oog op meer rust in de praktijk.
Dit betekent dat:
Voor opdrachtgevers betekent dit dat:
Het kabinet geeft aan dat voorspelbaarheid en naleving van de regels essentieel zijn voor een goed functionerende arbeidsmarkt.
De kabinetskoers bouwt voort op eerdere stappen, waaronder de Nota van wijziging bij het wetsvoorstel VBAR. De aanpak blijft gebaseerd op drie lijnen: een gelijker speelveld tussen contractvormen, duidelijkheid over de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie en handhaving op schijnzelfstandigheid. De invulling daarvan wordt aangepast met het oog op meer rust in de praktijk.
Meer rust op korte termijn door vasthouden aan bestaande kaders
Een belangrijk onderdeel van de kabinetskoers is het schrappen van het verduidelijkingsdeel uit het wetsvoorstel VBAR. Volgens het kabinet zorgde dit onderdeel in de praktijk voor onzekerheid en terughoudendheid bij opdrachtgevers, terwijl samenwerken met zzp’ers binnen de huidige wetgeving goed mogelijk is.Dit betekent dat:
- het bestaande toetsingskader leidend blijft
- de beoordeling plaatsvindt op basis van het Burgerlijk Wetboek en geldende jurisprudentie
- de feitelijke uitvoering van het werk doorslaggevend is
Rechtsvermoeden blijft onderdeel van het beleid
Tegelijkertijd zet het kabinet het rechtsvermoeden van werknemerschap door bij een uurtarief onder 38 euro. Dit instrument is bedoeld om met name lager betaalde zelfstandigen meer duidelijkheid te bieden over hun rechtspositie en om schijnzelfstandigheid in kwetsbare situaties tegen te gaan.Voor opdrachtgevers betekent dit dat:
- het uurtarief een relevant aandachtspunt blijft
- het tarief altijd in samenhang met de opdrachtinrichting wordt beoordeeld
- ook boven de tariefgrens een zorgvuldige beoordeling noodzakelijk blijt
Voorlichting en hulpmiddelen met nadruk op wat wel kan
Om rust en duidelijkheid verder te ondersteunen zet het kabinet in op extra voorlichting en praktische hulpmiddelen. In de brief wordt aangekondigd dat:- een communicatiecampagne wordt gestart die laat zien hoe op een juiste manier met zzp’ers kan worden gewerkt
- de webmodule beoordeling arbeidsrelatie wordt geactualiseerd
- extern ondernemerschap expliciet wordt meegenomen in de beoordeling
Handhaving blijft onverminderd van kracht
Hoewel de toon van de brief gericht is op rust en ondersteuning, benadrukt het kabinet dat handhaving op schijnzelfstandigheid noodzakelijk blijft. Sinds het vervallen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 is de Belastingdienst actief op dit dossier en die inzet blijft ongewijzigd.Het kabinet geeft aan dat voorspelbaarheid en naleving van de regels essentieel zijn voor een goed functionerende arbeidsmarkt.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers en hun zzp-beleid
Deze kabinetskoers vraagt om heldere keuzes in het zzp-beleid van organisaties. Voor opdrachtgevers zijn de volgende aandachtspunten van belang:- maak bewuste keuzes over wanneer inzet van zzp’ers passend is
- richt opdrachten zo in dat zelfstandig ondernemerschap ook in de praktijk zichtbaar is
- gebruik hulpmiddelen zoals de webmodule ter ondersteuning bij besluitvorming
- beoordeel lopende samenwerkingen periodiek, met name bij langdurige inzet


