Zaak Stellantis Portugal: TP-correctie beïnvloedt btw-heffing

Artikel

Gepubliceerd: 
Op 15 januari 2026 is de conclusie van Advocaat-Generaal (A-G) Kokott in de zaak Stellantis Portugal gepubliceerd over de btw-gevolgen van een transfer pricingcorrectie (TP-correctie). In afwachting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie geeft de conclusie al een belangrijke aanwijzing over de btw-behandeling van TP-correcties. De A-G roept in de conclusie op tot een duidelijke uitspraak die in de praktijk kan worden toegepast. Dit kan de btw-beoordeling van TP-correcties in de praktijk vereenvoudigen.  

Achtergrond  

De groep waarvan Stellantis Portugal (hierna: Stellantis) in het betreffende jaar deel uitmaakt, houdt zich bezig met de productie en verkoop van auto’s. Zo zijn er entiteiten die de auto’s produceren (OEM’s) en entiteiten, zoals Stellantis (NSC’s/NCO’s), die de auto’s in specifieke landen distribueren aan lokale dealers. 

Stellantis koopt de auto’s van de OEM voor een (referentie)prijs die later omhoog of omlaag wordt bijgesteld (price-setting), om een arm’s length resultaat te bereiken. De prijs wordt op basis van een transfer pricing-overeenkomst zo vastgesteld dat Stellantis na aftrek van alle kosten een bepaalde winstmarge realiseert, die in Portugal belast is met vennootschapsbelasting. De door Stellantis gerealiseerde kosten bestaan ook uit reparatiekosten van auto’s met defecten wegens fouten in het productieproces; in verband met garantie; en bij procedures met betrekking tot hulp bij pech onderweg. Wanneer de definitieve prijs van de auto’s bekend is (price-testing), wordt een credit- of debetfactuur uitgereikt door de OEM aan Stellantis. In het belastingjaar van de procedure is een creditfactuur uitgereikt en heeft Stellantis een betaling ontvangen van de OEM om de juiste winstmarge te behalen.  

De Portugese Belastingdienst heeft een naheffingsaanslag btw opgelegd omdat de vergoeding de tegenprestatie zou zijn voor een dienst die door Stellantis aan de OEM wordt verricht.  

Wordt een dienst verricht?  

De A-G is het niet eens met het standpunt van de Portugese Belastingdienst vanwege de volgende punten: 
  • Volgens de A-G is het onduidelijk welke dienst Stellantis zou verrichten. Door de afspraken is het mogelijk dat er een positieve of negatieve vergoeding is. Dat Stellantis moet betalen voor een dienst die door haar zelf wordt verricht, vindt de A-G niet reëel.   
  • Stellantis draagt de kosten van de garantie voor de OEM. De A-G benadrukt dat alleen het dragen van kosten geen dienst kan zijn.  
  • De aanpassing van de winst in het kader van de winstbelasting heeft niets te maken met de btw-wetgeving en vormt geen vergoeding voor een dienst van wie dan ook.  
De voorlopige conclusie van de A-G is dan ook dat de aanpassing van een tegenprestatie voor een levering op zichzelf nooit een dienst kan vormen voor de btw.  

Wanneer zijn er volgens de A-G btw-gevolgen door een prijsaanpassing bij een TP-correctie? 

De A-G roept het Hof van Justitie daarna op om het niet te laten bij de constatering dat geen sprake is van een dienst. De A-G geeft als advies om nader in te gaan op de btw-gevolgen van TP-correcties. Die zijn volgens haar: 
  • Geen btw-gevolgen: Eenzijdige aanpassing van de winst door de belastingdienst 
  • Wel btw-gevolgen: (Arcomet Towercranes) Contractueel overeengekomen en verrichte dienst waar een vergoeding voor wordt betaald indien de winst te hoog of te laag is 
  • Wel btw-gevolgen: (Stellantis Portugal) Aanpassing van de prijs van overeengekomen leveringen van goederen of diensten onder bezwarende titel 
In de btw-richtlijn is geregeld dat contractueel bepaalde prijsaanpassingen omhoog en omlaag achteraf de maatstaf van heffing beïnvloeden. In de casus van Stellantis wordt de prijs van een concrete levering aangepast en leidt dit tot een verlaging van de maatstaf van heffing. Daarnaast lijkt de A-G ook de mogelijkheid te zien om fictieve diensten te constateren. Wanneer dat het geval is en hoe daarmee moet worden omgegaan in geval van TP-correcties is naar onze mening echter nog onvoldoende duidelijk uit de conclusie.  

Vooruitblik & Praktijk 

De conclusie is een mooie aanleiding voor het Hof van Justitie om een praktisch bruikbare uitspraak te doen voor de btw-gevolgen van TP-correcties. Het is voor de duidelijkheid belangrijk dat het Hof ook ingaat op de situaties dat er prestaties onderling worden geruild tussen twee groepsentiteiten of dat een prijsaanpassing ziet op verschillende soorten leveringen of diensten. Dit zijn twee relevante situaties die helaas niet in de conclusie zijn behandeld.  

De btw-gevolgen van TP-correcties blijven bijzonder actueel. Voor ondernemers met TP-afspraken blijft het van belang om duidelijk vast te stellen of correcties leiden tot btw-gevolgen. Zelfs wanneer volledig recht op aftrek van voorbelasting bestaat, kunt u anders geconfronteerd worden met boetes en rente. Wij zijn u uiteraard graag behulpzaam bij een dergelijke analyse.   

Meer informatie? 

Als u vragen heeft wat betreft btw en transfer pricing correcties dan helpen wij u graag verder. Neem dan contact op met een van onze btw-adviseurs voor meer informatie. 

Auteur(s)

Eefje Lemmens
Partner Tax & Legal | Transfer Pricing | Global Value Chain