Vrijstelling voor beheer van kredieten beperkt in A-G conclusie
Vrijstelling voor beheer van kredieten beperkt in A-G conclusie
Onlangs heeft Advocaat-Generaal (A-G Brkan) een conclusie gepubliceerd inzake de btw-behandeling van beheer van kredieten na securisatie. Indien deze conclusie wordt gevolgd, heeft dit grote gevolgen voor de Nederlandse praktijk.
Om zekerheid te verkrijgen over de btw-behandeling van de verkoop van de kredieten en het daaropvolgend beheer van krediet heeft A Oy verzocht om een ruling van de Finse Belastingcommissie. De Belastingcommissie was initieel van mening dat beide transacties onder de vrijstelling vallen. De Finse dienst voor het toezicht op de rechten van rechthebbenden op belastingen was het hier niet mee eens aangezien A Oy niet meer de kredietverstrekker was na verkoop waarna de zaak naar het Europese Hof van Justitie is verwezen.
A-G Brkan stelt verder dat het beheer van kredieten door A Oy ook niet onder de vrijstelling voor het aangaan van zekerheids- en garantieverbintenissen noch onder de vrijstelling voor handelingen betreffende schuldvorderingen valt. Dit heeft tot gevolg dat het beheer van kredieten door de oorspronkelijke kredietverstrekker na verkoop van deze kredieten voor securisatie belast is met btw.
Mocht de conclusie worden gevolgd, dan zal dit een aanzienlijke impact hebben op banken, SPV’s actief in securisatie en andere partijen actief in handelingen inzake kredieten, aangezien dergelijke partijen meestal geen of een beperkt recht op aftrek van voorbelasting hebben.
Achtergrond van de casus
Het gaat in deze zaak om een bank in Finland (A Oy) die kredieten verstrekt voor financiering van woningen. De door A Oy verstrekte kredieten worden vervolgens verkocht aan een 100%-deelneming, B Oy. B Oy is een “special purpose vehicle” (SPV) dat zich focust op securisatie van woningkredieten door middel van omzetting in verhandelbare effecten. Na overdracht van de kredieten aan B Oy, blijft A Oy verantwoordelijk voor het beheer van de kredieten.Om zekerheid te verkrijgen over de btw-behandeling van de verkoop van de kredieten en het daaropvolgend beheer van krediet heeft A Oy verzocht om een ruling van de Finse Belastingcommissie. De Belastingcommissie was initieel van mening dat beide transacties onder de vrijstelling vallen. De Finse dienst voor het toezicht op de rechten van rechthebbenden op belastingen was het hier niet mee eens aangezien A Oy niet meer de kredietverstrekker was na verkoop waarna de zaak naar het Europese Hof van Justitie is verwezen.
Conclusie A-G Brkan
De Advocaat-Generaal is van mening dat het beheer van kredieten door A Oy verricht ten behoeve van B Oy niet onder de vrijstelling voor handelingen inzake kredieten kan vallen. A-G Brkan is van mening dat de vrijstelling voor het beheer van kredieten enkel kan worden toegepast op de huidige kredietverstrekker. Wanneer de vrijstelling wordt uitgebreid met de oorspronkelijke kredietverstrekker, kan dit leiden tot fiscale constructies die de personele werkingssfeer van de vrijstelling voor het beheer omzeilen en daarmee haar werking verliest. A-G Brkan is dan ook van mening dat de btw-vrijstelling voor beheer van kredieten alleen van toepassing is op de huidige kredietverstrekker en niet op de beheerdiensten die de oorspronkelijke kredietverstrekker blijft verrichten.A-G Brkan stelt verder dat het beheer van kredieten door A Oy ook niet onder de vrijstelling voor het aangaan van zekerheids- en garantieverbintenissen noch onder de vrijstelling voor handelingen betreffende schuldvorderingen valt. Dit heeft tot gevolg dat het beheer van kredieten door de oorspronkelijke kredietverstrekker na verkoop van deze kredieten voor securisatie belast is met btw.
Gevolgen voor de praktijk
Hoewel dit slechts een conclusie van de A-G is en het dus nog niet zeker is of deze wordt gevolgd door het Gerecht, is het van belang om u bewust te zijn van de impact, mocht deze opinie van de A-G wél gevolgd worden. Het standpunt van A-G Brkan is namelijk niet in lijn met de huidige btw-behandeling in Nederland en enkele andere EU-lidstaten.Mocht de conclusie worden gevolgd, dan zal dit een aanzienlijke impact hebben op banken, SPV’s actief in securisatie en andere partijen actief in handelingen inzake kredieten, aangezien dergelijke partijen meestal geen of een beperkt recht op aftrek van voorbelasting hebben.


