Vergoeden van huisvestingskosten: denkt u (ook) aan de btw?

Artikel

Gepubliceerd: 
Werkgevers hebben binnen de werkkostenregeling de mogelijkheid om extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking onbelast aan werknemers te vergoeden. Dit betreft de zogenoemde extraterritoriale kosten (afgekort: ET-kosten). Met ingang van 1 januari 2026 is het vergoeden van bepaalde ET-kosten versoberd. Sinds deze versobering liggen dergelijke vergoedingen niet alleen vanuit de loonheffingen onder een vergrootglas, maar vergt dit onderwerp – als gevolg van een recent verschenen uitspraak van het Gerechtshof¹ – nu ook aanvullende aandacht vanuit btw-perspectief. 

Aandachtspunten loonheffingen 

Werkgevers kunnen ET-kosten vergoeden via de expatregeling (voorheen de 30%-regeling), waarbij onder voorwaarden een percentage van het loon onbelast kan worden uitbetaald. Het alternatief is dat de werkgever de werkelijke ET-kosten onbelast vergoedt. 

Per 1 januari 2026 kunnen bij vergoeding van de werkelijke ET-kosten de volgende kosten niet langer onbelast worden vergoed als ET-kosten: 
  • extra kosten van levensonderhoud doordat het prijspeil in Nederland hoger is dan in het land van herkomst van de werknemer. Hieronder vallen ook de kosten van gas, water en licht; en 
  • de gesprekskosten voor privédoeleinden met het land van herkomst. 
In Nederland maken veel bedrijven gebruik van expats die zich tijdelijk of permanent in Nederland vestigen, of van arbeidsmigranten die tijdelijk in Nederland werken (bijvoorbeeld seizoenarbeiders). Indien een werknemer vanuit fiscaal oogpunt in het land van herkomst blijft wonen en daar huisvestingskosten heeft, mag een werkgever de kosten van huisvesting in Nederland onbelast vergoeden als ET-kosten (dubbele huisvestingskosten). 

Als een werknemer als fiscaal inwoner van Nederland kwalificeert, vormen de kosten van huisvesting in Nederland eerste huisvestingskosten. Deze eerste huisvestingskosten mogen alleen onbelast als ET-kosten worden vergoed indien deze kosten hoger zijn dan 18% van het loon van de werknemer. 

Werkgevers die gebruikmaken van arbeidsmigranten bieden deze werknemers vaak huisvesting aan. Om de kosten van huisvesting niet (volledig) voor rekening van de werkgever te laten komen, hanteren zij doorgaans een cafetariaregeling. Via deze cafetariaregeling ruilen werknemers een deel van hun belaste loon uit voor huisvesting. Doordat bepaalde kosten in verband met deze huisvesting (waaronder kosten voor gas, water en licht) vanaf 2026 niet meer onbelast mogen worden vergoed, is deze uitruilmogelijkheid vanaf 2026 beperkter dan in 2025. 

Een cafetariaregeling blijft desondanks een interessante regeling voor werkgevers en werknemers, maar kent de nodige aandachtspunten. Zo kan alleen belast loon worden uitgeruild, voor zover: 
  • het loon meer bedraagt dan het wettelijke minimumloon; 
  • de regeling schriftelijk is overeengekomen; en 
  • de werknemer zich realiseert dat de cafetariaregeling kan doorwerken naar andere (inkomensafhankelijke) regelingen. 

Aandachtspunten btw 

Voor de btw kan de inhouding van een bedrag voor huisvestingskosten op het loon van de werknemer tot gevolg hebben dat hierover btw is verschuldigd. Dit is onlangs beslist door het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch. In die zaak ging het om een in Litouwen gevestigd uitzendbureau dat personeel ter beschikking stelt in Nederland. Aan het personeel biedt het uitzendbureau huisvesting aan, waarvoor de werknemers een bedrag betalen door middel van inhouding op het salaris. Het uitzendbureau koopt deze huisvesting in bij derden. Werknemers die geen gebruikmaken van de aangeboden huisvesting, moeten zelf in huisvesting voorzien; het uitzendbureau vergoedt deze kosten niet. 

De vraag is of het uitzendbureau door het tegen betaling aanbieden van huisvesting een dienst onder bezwarende titel verricht en derhalve btw is verschuldigd over de ontvangen bedragen. 

Het Gerechtshof oordeelde dat dit het geval is. Er bestaat een rechtstreeks verband tussen het aanbieden van huisvesting en de vergoeding die de werknemers daarvoor betalen. De overeengekomen vergoeding is bovendien niet willekeurig. Het feit dat de hoogte van de vergoeding afhankelijk is van het aantal gewerkte uren, maakt dit volgens het gerechtshof niet anders. Voor de praktijk betekent dit dat de werkgever (in dit geval het uitzendbureau) btw verschuldigd is over de ontvangen vergoedingen of inhoudingen indien sprake is van tijdelijke, gemeubileerde huisvesting. Wij verwachten dat dit in de praktijk niet altijd wordt onderkend. 

Op het verstrekken van huisvesting aan werknemers is mogelijk het zogenoemde Besluit uitsluiting aftrek (BUA) van toepassing. Dit is onlangs aan de orde geweest in een procedure bij Rechtbank Zeeland‑West‑Brabant². De rechtbank oordeelde dat bij de verstrekking van huisvesting aan arbeidskrachten sprake was van een persoonlijke keuze van de werknemer die primair het privébelang dient. Indien de BUA‑drempel van EUR 227 per werknemer per jaar wordt overschreden, heeft dit tot gevolg dat de btw op de gemaakte huisvestingskosten in het geheel niet door de ondernemer of werkgever in aftrek kan worden gebracht. 

Het vorenstaande maakt duidelijk dat er linksom of rechtsom btw‑gevolgen kunnen zijn indien een werkgever huisvesting regelt voor zijn werknemers. Ons advies is dan ook om in kaart te brengen welke situatie zich in uw organisatie voordoet en te beoordelen of voor de btw correct wordt gehandeld. 

Conclusie 

Met het versoberen van het vergoeden van bepaalde ET-kosten worden met name werkgevers (en werknemers) getroffen die de werkelijke ET-kosten aan hun werknemers vergoeden en deze geheel of gedeeltelijk laten uitruilen. Voor deze werkgevers is het van belang om bestaande afspraken en de verwerking via een cafetariaregeling opnieuw te beoordelen en waar nodig aan te passen. 

Daarnaast geldt dat in beginsel btw is verschuldigd over de bedragen die worden ingehouden op het salaris van de werknemer voor het aanbieden van tijdelijke, gemeubileerde huisvesting. Indien geen vergoeding wordt gevraagd en/of geen inhouding plaatsvindt, is de btw op de gemaakte huisvestingskosten mogelijk niet aftrekbaar in verband met de toepassing van het BUA. 

Wilt u meer weten over het vergoeden van ET-kosten, het gebruik van een cafetariaregeling en/of de btw‑gevolgen bij het vergoeden van huisvesting? Neem dan contact op met uw contactpersoon binnen BDO of met één van onze btw‑ of loonheffingenspecialisten. Zij helpen u graag verder. 
 
1) ECLI:NL:GHSHE:2026:188 
2) ECLI:NL:RBZWB:2026:3246