Wetsvoorstel Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups
Dit wetsvoorstel voorziet in een lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups én uitstel van deze belastingheffing tot het moment dat de werknemer de verkregen aandelen verkoopt.
Start-ups en scale-ups hebben vaak niet de financiële middelen om een concurrerend salaris te bieden. Een aandelenoptieplan is een aantrekkelijke alternatieve beloningsvorm om talentvolle medewerkers aan te trekken en te behouden. Op grond van het wetsvoorstel worden opbrengsten van aandelenoptieplannen onder voorwaarden bij de werknemer voor (slechts) 65% als loon in aanmerking genomen. Het hoogste tarief in de loonbelasting van 49,5% wordt door deze grondslagversmalling verlaagd naar circa 32%.
Het wetsvoorstel beoogt de Nederlandse belasting op aandelenopties in start-ups en scale-ups meer in lijn te brengen met wat internationaal de standaard is.
Personeelskorting op branche-eigen producten: straks alleen nog onbelast mogelijk ten laste van de vrije ruimte
Geeft u personeel korting op branche-eigen producten? Dan kan dat vanaf 2027 duurder worden. Het kabinet is namelijk voornemens om de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten af te schaffen. Nu mag u nog onbelast een korting verlenen van 20% van de waarde in het economische verkeer van deze producten, met een maximum van 500 euro per werknemer per jaar. Vanaf 2027 kunnen werkgevers de personeelskorting nog steeds onbelast blijven geven. Deze korting moet dan wel passen binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Is de vrije ruimte al volledig gebruikt, dan kan het verlenen van de personeelskorting leiden tot een eindheffing van 80%.
Vooral werkgevers in retail, productie en andere sectoren waar personeelskorting gebruikelijk is, moeten opnieuw kijken naar hun arbeidsvoorwaarden. Het advies is daarom: breng vóór 2027 in kaart hoeveel korting wordt gebruikt, hoeveel vrije ruimte beschikbaar is en of u de regeling wilt voortzetten, aanpassen of anders vormgeven.
Bevriezing aftoppingsgrens pensioen en lijfrente
Sinds 2015 is een maximaal inkomen ingevoerd waarover pensioen (en lijfrente) kan worden opgebouwd. Dat was destijds € 100.000. Dit wordt in principe jaarlijks geïndexeerd. In 2025 en 2026 is dat overigens niet gebeurd als budgettaire maatregel.
Nu wordt voorgesteld, wederom om budgettaire redenen, de aftoppingsgrens (nu € 137.800) tot en met 2032 te bevriezen. Het gevolg is dat bij stijgende lonen een steeds groter deel van het inkomen boven de aftoppingsgrens uitkomt, waardoor over dat deel geen fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw meer mogelijk is. Dit leidt tot minder pensioenopbouw, lagere premieaftrek en op termijn resulteert dit in lagere pensioenuitkeringen. Deze maatregel geldt ook voor het maximale inkomen waarover lijfrentepremieaftrek mogelijk is.
Bijtelling privégebruik youngtimers
Voor auto’s van de zaak geldt normaal een bijtelling van 22% van de cataloguswaarde (18% voor emissievrije auto’s). Voor youngtimers geldt een afwijkende regeling: de bijtelling bedraagt 35% van de werkelijke waarde van de auto.
Per 1 januari 2026 is de leeftijdsgrens voor een youngtimer verhoogd van 15 naar 16 jaar. Hierdoor verloren auto’s die op 1 januari 2026 tussen de 15 en 16 jaar oud waren per 1 januari 2026 tijdelijk hun status en kwamen later in 2026 weer in aanmerking zodra zij 16 jaar werden. Om dit te voorkomen, is goedgekeurd dat de youngtimerregeling gedurende heel 2026 van toepassing blijft op deze auto’s, als zij al vóór 1 januari 2026 aan de bestuurder ter beschikking waren gesteld. Deze overgangsregeling wordt nu wettelijk vastgelegd.
Daarnaast was eerder aangekondigd dat de leeftijdsgrens per 1 januari 2027 zou stijgen naar 25 jaar. Dat voorstel wordt nu teruggedraaid. In plaats daarvan wordt de grens aangepast naar 17 jaar in 2027 en naar 20 jaar in 2028.
Voor auto’s die al vóór 1 januari 2026 aan dezelfde bestuurder ter beschikking waren gesteld en in 2027 de leeftijd van 17 jaar bereiken, geldt een overgangsregeling waardoor de youngtimerregeling het hele jaar 2027 van toepassing blijft. Vanaf 2028 vervalt deze tegemoetkoming en geldt de regeling pas zodra de auto ouder is dan 20 jaar.
Verhogen onbelaste reiskostenvergoeding naar € 0,25 p/km (BES-eilanden: $ 0,22 p/km)
Met deze maatregel wordt de gerichte vrijstelling voor reiskosten verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Ook wordt het forfait voor aftrekbare reiskosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters verhoogd. Het kabinet roept werkgevers op om deze fiscale ruimte daadwerkelijk te benutten, zodat het voordeel bij de werknemers terechtkomt.
Ook het forfait voor reiskosten bij specifieke zorgkosten bij ziekenbezoek, weekenduitgaven voor gehandicapten en het forfait voor de giftenaftrek voor de situatie waarin een vrijwilliger afziet van een reiskostenvergoeding wordt verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.
Aanpassingen in de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s
In het Belastingplan 2026 werd al voorgesteld om vanaf 2027 een pseudo-eindheffing in te voeren voor werkgevers die een fossiele personenauto ter beschikking stellen voor privégebruik. De werkgever is een pseudo-eindheffing verschuldigd van 12% over de cataloguswaarde van elke fossiele personenauto die een werkgever ook voor privédoeleinden ter beschikking stelt aan een of meer werknemers. Voor deze regeling wordt ook woon-werkverkeer als privégebruik aangemerkt. In het Belastingplan 2027 wordt deze maatregel op enkele punten aangepast en verduidelijkt. Het kabinet stelt een vijftal aanpassingen voor die zijn gericht op het wegnemen van knelpunten in de praktijk en het beperken van administratieve lasten voor werkgevers.
De voorgestelde wijzigingen zijn:
Wilt u weten wat deze plannen concreet voor uw situatie betekenen? Neem dan contact op met uw BDO-adviseur.