Latente verliezen vallen onder de bepaling gericht tegen ‘handel in verlieslichamen’

Artikel

Gepubliceerd: 

De Hoge Raad heeft op 11 september 2026 duidelijkheid gegeven over de bepaling in de vennootschapsbelasting die ‘handel in verlieslichamen’ tegengaat. Volgens de hoofdregel van deze anti-verlieshandelbepaling kunnen verliezen niet meer verrekend worden met toekomstige winsten als het uiteindelijke belang in de belastingplichtige voor minimaal 30% wijzigt. Bij een kapitaalvennootschap, zoals een NV of BV, gaat het hier over een aandeelhouderswijziging van 30% of meer. Op deze hoofdregel bestaan verschillende uitzonderingen. Zo worden specifiek omschreven wijzigingen in het uiteindelijke belang niet meegeteld. Verder blijven de verliezen onder voorwaarden toch voorwaarts verrekenbaar als wordt voldaan aan diverse toetsen.  

De anti-verlieshandelbepaling geldt ook voor latente verliezen 

Het arrest van de Hoge Raad gaat over een fundamentele vraag: wat wordt in de context van de anti-verlieshandelbepaling precies bedoeld met verliezen? Zijn dit uitsluitend verliezen die zijn gerealiseerd? Of zijn dit gerealiseerde verliezen én latente verliezen die aanwezig zijn op het tijdstip van de aandeelhouderswijziging? Het antwoord op deze vraag is van groot praktisch belang. Als ook de latente verliezen onder het bereik van de bepaling vallen, zijn de gevolgen veel ingrijpender. In dat geval is het bedrag aan verliezen dat potentieel wordt geraakt door de anti-verlieshandelbepaling namelijk veel groter.  

In de casus van het arrest werden eind 2015 de aandelen in een BV overgedragen aan derden. Deze BV bezat panden die minder waard waren dan waarvoor zij op de fiscale balans gewaardeerd stonden (latent verlies). In 2017 verkocht de BV de panden en realiseerde daarbij een fiscaal verlies op deze panden van ongeveer € 4,3 miljoen. Volgens de Hoge Raad valt het in 2017 gerealiseerde verlies onder het bereik van de anti-verlieshandelbepaling. De kern van het oordeel is dat verliezen die zijn ontstaan in de periode vóór de aandeelhouderwijziging niet verrekenbaar zijn met winsten van volgende jaren die (ook) ten goede komen aan de nieuwe aandeelhouders. Voor de goede orde: in deze zaak ging het over latente verliezen op vastgoed, maar het oordeel van de Hoge Raad geldt voor alle vermogensbestanddelen. 

Visie BDO 

Wij kunnen deze beslissing van de Hoge Raad begrijpen, maar hadden het passender gevonden als de Hoge Raad had geoordeeld dat latente verliezen niet onder de anti-verlieshandelbepaling vallen. Helaas is dit niet gebeurd.  

Wat betekent dit voor de praktijk? Allereerst dat bij een (voorgenomen) wijziging van het uiteindelijke belang nog kritischer moet worden beoordeeld in welke mate verliezen verrekenbaar blijven. Daarbij moet worden beseft dat het toepassen van deze anti-verlieshandelbepaling door dit oordeel van de Hoge Raad (nog) complexer wordt. Er komen tal van vragen op die in de huidige wet- en regelgeving niet worden beantwoord. Het waarderen van vermogensbestanddelen en dit zorgvuldig en tijdig documenteren, neemt aan belang toe. Uw BDO-adviseur kan u assisteren bij het in kaart brengen van de (mogelijke) gevolgen van dit arrest voor uw situatie. Voor meer informatie over dit arrest en de gevolgen voor uw persoonlijke situatie neemt u contact op met uw BDO-adviseur. 

Auteur(s)