Koepelvrijstelling weer iets verder verduidelijkt
Koepelvrijstelling weer iets verder verduidelijkt
Het Europese Hof van Justitie heeft op 22 januari 2026 de reikwijdte van de koepelvrijstelling in de btw verder verduidelijkt. Uit het arrest volgt dat de diensten van de koepelorganisatie niet specifiek of onontbeerlijk hoeven te zijn. Het is voldoende dat zij direct nodig zijn voor de vrijgestelde activiteiten van de leden.
Het Hof van Justitie stelt dat er weliswaar een verband moet bestaan tussen de diensten van de koepelorganisatie en de vrijgestelde activiteiten van haar leden, maar dat het niet hoeft te gaan om specifieke diensten die een onontbeerlijke bijdrage leveren aan die vrijgestelde activiteiten. Het is voldoende dat de door de koepelorganisatie verrichte diensten daarvoor ‘direct nodig’ zijn. Een algemene dienst als schoonmaakwerkzaamheden kan direct nodig zijn voor de vrijgestelde activiteiten van de leden, zeker in sectoren met strikte hygiëne-eisen zoals de zorg en het onderwijs. Niet van belang is dat schoonmaakdiensten vanwege hun algemene aard niet uitsluitend samenhangen met de vrijgestelde activiteiten.
Bij de ruime toepassing dient echter nog een belangrijke kanttekening te worden geplaatst. De Nederlandse Belastingdienst is namelijk van mening dat de koepelvrijstelling niet mogelijk is als de leden de diensten van de koepelorganisatie gemengd gebruiken (dus ook deels voor btw-belaste diensten). Uit eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie blijkt naar onze mening reeds dat de koepelvrijstelling in dat geval gedeeltelijk toepasbaar is (voor zover gebruikt voor vrijgestelde activiteiten). De advocaat-generaal had dat in haar conclusie in deze zaak herhaald. Het Hof van Justitie heeft dat in dit arrest jammer genoeg niet expliciet benadrukt. Uit de verschillende overwegingen in het arrest kan echter wel degelijk worden afgeleid dat het Hof van Justitie die gedeeltelijke toepassing van de koepelvrijstelling aanhangt. Dat volgt naar onze mening ook uit de ‘oproep’ van het Hof van Justitie om de voorwaarden voor de koepelvrijstelling vooral niet te streng uit te leggen, omdat daarmee het doel van deze vrijstelling wordt ondermijnd. Zolang de Belastingdienst haar standpunt blijft hanteren, zal in Nederland nog geen sprake zijn van een ruimere toepassing van de koepelvrijstelling. Algemene diensten, zoals schoonmaak, zullen immers vaak tot de algemene kosten van de leden behoren en dus in veel gevallen ook voor een (klein) deel ten behoeve van btw-belaste activiteiten worden gebruikt. Wij hopen dat de Belastingdienst toch overstag gaat en gedeeltelijke toepassing van de koepelvrijstelling gaat onderkennen. Anders is het wachten op de volgende procedure.
Contact
De koepelvrijstelling
De btw-koepelvrijstelling geldt voor diensten die worden verleend door een zelfstandige ‘koepelorganisatie’ aan haar leden, als (cumulatief):- de leden prestaties verrichten die zijn vrijgesteld of waarvoor zij geen ondernemer zijn;
- de prestaties van de koepelorganisatie rechtstreeks nodig zijn voor die vrijgestelde of niet-belastbare prestaties van de leden;
- de koepelorganisatie van ieder lid slechts terugbetaling vordert van ieders aandeel in de gezamenlijke uitgaven;
- de vrijstelling niet leidt tot concurrentieverstoring; en
- de diensten niet van de vrijstelling zijn uitgezonderd: uitgezonderd zijn o.a. het verzorgen van de loon-, salaris-, pensioen-, financiële- en grootboekadministratie, het ontwikkelen en/of ter beschikking stellen van ICT-systemen en programmatuur en het ter beschikking stellen van personeel.
Het arrest
Het arrest ziet op twee Spaanse zaken waarin een samenwerkingsverband schoonmaakdiensten verricht voor haar leden. Eén samenwerkingsverband verzorgt de volledige schoonmaak in de ziekenhuizen van haar leden, de ander in gebouwen van onderwijsinstellingen. De samenwerkingsverbanden hebben het beheer van hun personeel uitbesteed aan een derde, die verantwoordelijk is voor onder meer de planning en selectie, alsmede de opleiding en loonadministratie van het schoonmaakpersoneel. De Spaanse belastingdienst meent dat schoonmaakdiensten zodanig algemeen van aard zijn, dat zij niet rechtstreeks en uitsluitend samenhangen met de vrijgestelde activiteiten van de leden.Het Hof van Justitie stelt dat er weliswaar een verband moet bestaan tussen de diensten van de koepelorganisatie en de vrijgestelde activiteiten van haar leden, maar dat het niet hoeft te gaan om specifieke diensten die een onontbeerlijke bijdrage leveren aan die vrijgestelde activiteiten. Het is voldoende dat de door de koepelorganisatie verrichte diensten daarvoor ‘direct nodig’ zijn. Een algemene dienst als schoonmaakwerkzaamheden kan direct nodig zijn voor de vrijgestelde activiteiten van de leden, zeker in sectoren met strikte hygiëne-eisen zoals de zorg en het onderwijs. Niet van belang is dat schoonmaakdiensten vanwege hun algemene aard niet uitsluitend samenhangen met de vrijgestelde activiteiten.
Voor de praktijk
In de Nederlandse wetgeving is een aantal activiteiten principieel uitgesloten van de koepelvrijstelling (zie de voorbeelden onder voorwaarde 5 hierboven). Het Hof van Justitie maakt in dit arrest duidelijk dat zo’n uitsluiting niet is toegestaan. De Nederlandse wet voldoet op dit punt niet aan de Europese Btw-richtlijn en zal moeten worden aangepast. Dit is in 2024 ook al een keer door een Nederlands gerechtshof aangegeven. De Nederlandse wetgever heeft dat tot op heden niet opgepakt. Wellicht dat dit recente Europese arrest hem daartoe wel aanzet. Het Hof van Justitie vindt in ieder geval dat schoonmaakdiensten niet leiden tot concurrentieverstoring. Dat opent de weg naar andere, meer algemene diensten die de leden anders zelf ook (gewoonlijk) zouden verrichten in het kader van de vrijgestelde activiteiten. Dat biedt ruimte voor een bredere toepassing van de koepelvrijstelling.Bij de ruime toepassing dient echter nog een belangrijke kanttekening te worden geplaatst. De Nederlandse Belastingdienst is namelijk van mening dat de koepelvrijstelling niet mogelijk is als de leden de diensten van de koepelorganisatie gemengd gebruiken (dus ook deels voor btw-belaste diensten). Uit eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie blijkt naar onze mening reeds dat de koepelvrijstelling in dat geval gedeeltelijk toepasbaar is (voor zover gebruikt voor vrijgestelde activiteiten). De advocaat-generaal had dat in haar conclusie in deze zaak herhaald. Het Hof van Justitie heeft dat in dit arrest jammer genoeg niet expliciet benadrukt. Uit de verschillende overwegingen in het arrest kan echter wel degelijk worden afgeleid dat het Hof van Justitie die gedeeltelijke toepassing van de koepelvrijstelling aanhangt. Dat volgt naar onze mening ook uit de ‘oproep’ van het Hof van Justitie om de voorwaarden voor de koepelvrijstelling vooral niet te streng uit te leggen, omdat daarmee het doel van deze vrijstelling wordt ondermijnd. Zolang de Belastingdienst haar standpunt blijft hanteren, zal in Nederland nog geen sprake zijn van een ruimere toepassing van de koepelvrijstelling. Algemene diensten, zoals schoonmaak, zullen immers vaak tot de algemene kosten van de leden behoren en dus in veel gevallen ook voor een (klein) deel ten behoeve van btw-belaste activiteiten worden gebruikt. Wij hopen dat de Belastingdienst toch overstag gaat en gedeeltelijke toepassing van de koepelvrijstelling gaat onderkennen. Anders is het wachten op de volgende procedure.
Meer informatie?
Heeft u vragen over de koepelvrijstelling of wilt u samen met ons bekijken wat dit voor uw situatie betekent? Neem dan gerust contact op met één van onze btw-adviseurs.Contact


