Kabinet scherpt autobelastingen aan: wat verandert er?

Artikel

Gepubliceerd: 
Het kabinet zet verdere stappen in de hervorming van autobelastingen, met een duidelijke focus op het stimuleren van elektrisch rijden. In een nieuwe Kamerbrief kondigt staatssecretaris Eelco Eerenberg o.a. aanpassingen aan in de pseudo eindheffing voor fossiele auto’s, schetst hij alternatieven voor de aanpassing van de youngtimerregeling en gaat hij in op de mogelijke introductie van een ‘greentimerregeling’.

Aanpassingen pseudo eindheffing moeten knelpunten oplossen

De pseudo eindheffing voor fossiele personenauto’s treedt per 1 januari 2027 in werking. Eerder dit jaar hebben we hierover een artikel gepubliceerd met de belangrijkste aandachtspunten. 

Na overleg met de sector komt het kabinet nu met gerichte aanpassingen om praktische knelpunten te beperken:
  • Vervangend vervoer: er geldt een vrijstelling van maximaal 14 dagen als de werknemer tijdelijk een fossiele auto rijdt vanwege bijvoorbeeld reparatie van zijn elektrische leaseauto. 
  • Korte terbeschikkingstelling: vrijstelling voor kortdurende inzet van bijvoorbeeld fossiel aangedreven huurauto’s. Hiervoor geldt een maximum van één periode van zeven aaneengesloten dagen per jaar. Deze vrijstelling vervalt per 1 januari 2031.
  • Lesauto’s: vrijstelling voor rijscholen die lesgeven met fossiel aangedreven personenauto’s. 
  • Overgangsrecht verlengd van 17 september 2030 tot 1 januari 2031: dit geldt voor fossiele auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld.
Daarnaast worden in de Kamerbrief enkele situaties verduidelijkt:
  • Bij grensoverschrijdend werken heeft Nederland niet altijd het (volledige) heffingsrecht over de beloning van de werknemer. Indien in die situatie een fossiel aangedreven personenauto ter beschikking wordt gesteld, wordt voor de berekening van de verschuldigde pseudo-eindheffing het heffingsrecht over het loon van deze werknemer gevolgd.
  • Bij (incidenteel) gebruik van een taxi als passagier is er geen sprake van een terbeschikkingstelling van de auto, waardoor de werkgever voor deze taxirit ook geen pseudo-eindheffing verschuldigd is. Als de werknemer structureel een auto met chauffeur tot zijn beschikking heeft, kan de pseudo-eindheffing wel van toepassing zijn.
  • Bij een fusie/overname, waardoor de formele werkgever van een werknemer kan wijzigen, kan het hiervoor genoemde overgangsrecht blijven gelden voor fossiele auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld. Bij wisseling van werkgever (ook binnen het concern) geldt deze uitzondering niet.

Youngtimerregeling onder druk: opties voor geleidelijke afbouw

De bestaande youngtimerregeling is inmiddels al versoberd en wordt het komende jaar in beginsel verder versoberd. De leeftijdsgrens van een auto om aangemerkt te kunnen worden als ‘youngtimer’, is per 1 januari 2026 namelijk al verschoven naar 16 jaar. Vanaf 1 januari 2027 wordt deze leeftijdsgrens in principe naar 25 jaar verschoven, waardoor aanzienlijk minder auto’s gebruik kunnen maken van de gunstige bijtelling (35% van de waarde in het economische verkeer). De Kamer heeft echter gevraagd om een meer geleidelijke overgang. Het kabinet presenteert daarom meerdere opties, variërend van eerbiedigende werking voor bestaande gevallen tot een stapsgewijze verhoging van de leeftijdsgrens. Een belangrijke kanttekening is dat alle varianten leiden tot budgettaire derving. Het kabinet ziet het verhogen van het bijtellingspercentage niet als logische dekking, omdat dit percentage primair bedoeld is om het privévoordeel zo nauwkeurig mogelijk te benaderen. 

Greentimerregeling in beeld als alternatief voor oudere elektrische auto’s

Parallel aan de versobering van de youngtimerregeling onderzoekt het kabinet de introductie van een zogeheten ‘greentimerregeling’. Deze regeling moet het aantrekkelijker maken om elektrische auto’s van circa vijf tot acht jaar oud langer zakelijk in te zetten. Het voorstel gaat uit van een verlaagd bijtellingspercentage van circa 14–15% over de oorspronkelijke cataloguswaarde. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat relatief veel gebruikte elektrische leaseauto’s worden geëxporteerd en wil het juist de binnenlandse tweedehandsmarkt voor deze auto’s versterken. Uit eerste onderzoeksresultaten blijkt dat de regeling vooral interessant kan zijn voor huidige youngtimergebruikers. Voor hen is een oudere elektrische auto doorgaans duurder dan een youngtimer, maar goedkoper dan een nieuwe auto met reguliere bijtelling. 

Een definitief besluit over de verdere aanpassing van de youngtimerregeling en de mogelijke introductie van een greentimerregeling wordt in augustus 2026 verwacht.

Tot slot

Het kabinet zet verder in op verdere elektrificatie van het Nederlandse personenautowagenpark, maar probeert tegelijk de overgang beheersbaar te houden voor werkgevers en bestaande regelingen geleidelijk aan te passen.

Wilt u meer weten over de hierboven genoemde regelingen en wat deze concreet voor u betekenen of kunnen gaan betekenen, neem dan contact op met uw contactpersoon binnen BDO of met één van onze loonheffingenspecialisten. Zij helpen u graag verder.

Auteur(s)