Hoge Raad: alcoholisch pauzedrankje tóch belast met 21% btw
Hoge Raad: alcoholisch pauzedrankje tóch belast met 21% btw
De Hoge Raad oordeelde onlangs over de btw op het pauzedrankje dat bij de toegangsprijs van een theatervoorstelling is inbegrepen. De vraag was of het drankje ook belast is tegen het verlaagde btw-tarief dat geldt voor de toegang tot theatervoorstellingen. De uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor theaters, maar kan relevant zijn voor alle organisaties die samengestelde prestaties verstrekken.
Het theater voerde nog aan dat het pauzedrankje een vergelijkbare functie heeft als het gebruikmaken van de garderobe en de reserveringskosten voor toegangskaarten, die volgens de Staatssecretaris van Financiën wel onder het lage btw-tarief vallen. De Hoge Raad volgt dit betoog niet en oordeelt dat deze handelingen geen gelijke gevallen zijn en een wezenlijk andere functie vervullen dan het pauzedrankje.
Deze uitspraak kan relevant zijn voor iedere organisatie die samengestelde prestaties verricht. Of handelingen kwalificeren als samengestelde of zelfstandige prestaties is steeds sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval.
Achtergrond: drankje inbegrepen in de toegangsprijs
Een stichting exploiteert een theater. In de toegangsprijs voor theatervoorstellingen is standaard één pauzedrankje inbegrepen. Bezoekers kunnen kiezen uit alcoholische en alcoholvrije dranken. De toegangsprijs is niet lager wanneer een bezoeker geen drankje wil afnemen. Extra consumpties worden apart aan de bar afgerekend.Samengestelde prestaties en btw
Voor de btw is als hoofdregel dat iedere prestatie zelfstandig moet worden beoordeeld. Op deze regel bestaan twee uitzonderingen:- Twee of meer handelingen zijn zo nauw met elkaar verbonden dat het kunstmatig zou zijn om deze te splitsen.
- Eén of meer handelingen vormen de hoofdprestatie, waarbij de andere handelingen moeten worden gezien als bijkomende prestaties. Er is sprake van een bijkomende prestatie, wanneer deze prestatie geen doel op zich is voor de afnemer, maar een middel om optimaal gebruik te kunnen maken van de hoofdprestatie.
Oordeel van het Hof: drankje als bijkomende prestatie
Het Hof oordeelde eerder dat het pauzedrankje voor de gemiddelde consument geen doel op zich is. Het drankje maakt het bezoek aan de voorstelling aantrekkelijker en vormt een middel om daarvan zo goed mogelijk te profiteren. Volgens het Hof was daarom sprake van een bijkomende prestatie, belast tegen het verlaagde btw‑tarief van 9%.Uitspraak Hoge Raad: pauzedrankje staat los van de voorstelling
De Hoge Raad oordeelt echter anders. Volgens de Hoge Raad is het pauzedrankje niet van belang voor het bijwonen van de theatervoorstelling, omdat het alleen tijdens de pauze van een voorstelling wordt verstrekt en niet tijdens een voorstelling. Daardoor is het drankje geen middel om optimaal gebruik te kunnen maken van het bijwonen van de voorstelling. De verstrekking van het pauzedrankje kwalificeert daarom als een zelfstandige prestatie.Het theater voerde nog aan dat het pauzedrankje een vergelijkbare functie heeft als het gebruikmaken van de garderobe en de reserveringskosten voor toegangskaarten, die volgens de Staatssecretaris van Financiën wel onder het lage btw-tarief vallen. De Hoge Raad volgt dit betoog niet en oordeelt dat deze handelingen geen gelijke gevallen zijn en een wezenlijk andere functie vervullen dan het pauzedrankje.
Wat betekent dit voor de praktijk
Theaters, schouwburgen, concertzalen en andere podia moeten dus 21% btw afdragen over het alcoholische pauzedrankje. Aangezien nog niet duidelijk is of een bezoeker een alcoholvrij of alcoholisch drankje kiest bij de aankoop van een toegangskaart, moet achteraf worden bepaald welk bedrag aan btw er door het theater moet worden voldaan. Dit betekent dat de btw op het pauzedrankje pas verschuldigd is op het moment dat het drankje wordt verstrekt in de pauze van de voorstelling en niet bij de verkoop van de toegangskaart. Let op: wanneer een bezoeker geen drankje neemt maar deze wel is klaargezet, is de btw alsnog verschuldigd. Wij menen dat er situaties denkbaar zijn dat het pauzedrankje wél als bijkomende prestatie kan kwalificeren. Ook zijn er situaties mogelijk waarin de btw niet verschuldigd is wanneer een bezoeker geen drankje neemt.Deze uitspraak kan relevant zijn voor iedere organisatie die samengestelde prestaties verricht. Of handelingen kwalificeren als samengestelde of zelfstandige prestaties is steeds sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval.

