EU-rechter: btw-vrijstellingen per lid fiscale eenheid beoordelen

Artikel

Gepubliceerd: 
Het Gerecht van de EU (‘Gerecht’) heeft in een recente uitspraak aangegeven dat btw-vrijstellingen moeten worden beoordeeld per lid van een fiscale eenheid btw. Leden van een fiscale eenheid btw zonder erkenning kunnen daarom niet “meeliften” op een btw-vrijstelling van een ander lid met erkenning. 

Casus

In deze zaak gaat het om een Nederlandse fiscale eenheid btw die bestaat uit twee stichtingen en drie bv’s. Deze rechtspersonen houden zich elk bezig met verschillende aspecten van de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Eén van de stichtingen is erkend als instelling die personen in een inrichting opneemt voor verzorging en verpleging (intramurale zorginstelling) én als instelling van sociale aard. Deze stichting past voor haar activiteiten zowel de intramurale zorg als sociaal-culturele btw-vrijstelling toe waarvoor deze erkenningen vereist zijn. Eén van de bv’s verleent op afstand toezicht op personen met een verstandelijke beperking. Deze diensten verricht zij aan de andere leden van de fiscale eenheid btw en aan andere zorginstellingen. Deze bv is zelf niet als zodanig erkend voor deze btw-vrijstellingen. De vraag is of toepassing van de btw-vrijstellingen moet worden bepaald op het niveau van de fiscale eenheid btw of op het niveau van ieder lid van die fiscale eenheid btw. 

Oordeel van het Gerecht

Het Gerecht beantwoordt dat de intramurale zorg en sociaal-culturele vrijstelling alleen kunnen worden toegepast wanneer een (rechts)persoon zelf aan alle voorwaarden van deze vrijstellingen voldoet. Ondanks dat een fiscale eenheid btw gezien wordt als één belastingplichtige, moet voor deze vrijstellingen per lid afzonderlijk worden beoordeeld of aan alle voorwaarden van de btw-vrijstelling wordt voldaan. 

Een ruimere uitleg zou volgens het Gerecht in strijd zijn met het beginsel van fiscale neutraliteit. In dat geval zouden (rechts)personen zonder erkenning binnen een fiscale eenheid btw met een wel erkend lid btw-vrijgesteld zijn en buiten fiscale eenheid btw-belast.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Hoewel de uitspraak naar verwachting voor veel organisaties geen directe wijziging betekent, bevestigt deze dat binnen een fiscale eenheid btw per lid moet worden beoordeeld of aan alle vrijstellingsvoorwaarden wordt voldaan. Opvallend in deze zaak is dat door alle rechters als feit is vastgesteld dat de stichting erkend is zoals bedoeld in de twee vrijstellingen. In de Nederlandse wet ontbreekt echter een erkenningsvereiste bij de intramurale zorg vrijstelling. Dit kan aanleiding geven tot discussie met de Belastingdienst.

Het is nog onzeker of deze uitspraak ook doorwerkt naar andere btw-vrijstellingen. Het Gerecht haalt in zijn beantwoording immers de specifieke bewoordingen, context en doelstellingen van de twee genoemde btw-vrijstellingen aan. Wij adviseren om te controleren of alle leden van een fiscale eenheid btw zelfstandig voldoen aan alle voorwaarden voor de btw-vrijstellingen die worden toegepast. Volgens deze uitspraak kan niet worden “meegelift” op de btw-vrijstelling van andere leden binnen de fiscale eenheid btw. Voldoet een lid niet zelfstandig aan alle voorwaarden van de btw-vrijstelling, dan kijken wij graag met u mee naar oplossingen. 

Meer weten? 

Twijfelt u of alle leden van uw fiscale eenheid btw aan de vrijstellingsvoorwaarden voldoen? De btw-specialisten van BDO helpen u graag bij het beoordelen van de risico's en mogelijke oplossingen.
 

Auteur(s)