Bouwen met een doel: Hoe koolstofarme bouwmaterialen de toekomst bepalen
Bouwen met een doel: Hoe koolstofarme bouwmaterialen de toekomst bepalen
Wanneer we praten over de CO₂-voetafdruk van een gebouw, ligt de focus vaak op het energieverbruik tijdens gebruik, zoals verwarming, koeling en verlichting. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Een groot deel van de uitstoot vindt plaats lang voordat het licht aangaat. Embodied carbon doelt op koolstofemissies die verbonden zijn aan materiaalproductie, transport en bouw, en kunnen meer dan 50% van de totale levenscyclusuitstoot van een gebouw vormen. Dit artikel legt uit wat embodied carbon is, waarom materiaalkeuzes belangrijk zijn en hoe nieuwe regelgeving zoals het Europese Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) projectbeslissingen beïnvloedt.
Het grootste deel van deze emissies ontstaat voordat een gebouw in gebruik is, tijdens de product- en bouwfase (A1–A5). Deze zogenaamde ‘upfront’ emissies bieden de grootste kans voor vroege reductie. Beslissingen in deze fase, zoals het kiezen van materialen met een lagere koolstofimpact, leveren langdurige voordelen op en beïnvloeden zelfs toekomstige renovatie- of sloopimpact.
Later in de levenscyclus ontstaan emissies door onderhoud en vervanging (B1–B5) en door verwerking en verwijdering aan het einde van de levensduur (C1–C4). Operationele emissies (B6–B7), zoals energie- en waterverbruik, blijven belangrijk, maar naarmate gebouwen energiezuiniger worden, neemt het aandeel van embodied carbon in de totale voetafdruk toe.
Wat is embodied carbon?
Deze term verwijst naar de broeikasgasemissies die ontstaan gedurende de volledige levenscyclus van bouwmaterialen, van productie en transport tot installatie, onderhoud en verwerking aan het einde van de levensduur. De onderstaande afbeelding laat de verschillende fasen in de levenscyclus van een gebouw zien en waar deze emissies optreden.Het grootste deel van deze emissies ontstaat voordat een gebouw in gebruik is, tijdens de product- en bouwfase (A1–A5). Deze zogenaamde ‘upfront’ emissies bieden de grootste kans voor vroege reductie. Beslissingen in deze fase, zoals het kiezen van materialen met een lagere koolstofimpact, leveren langdurige voordelen op en beïnvloeden zelfs toekomstige renovatie- of sloopimpact.
Later in de levenscyclus ontstaan emissies door onderhoud en vervanging (B1–B5) en door verwerking en verwijdering aan het einde van de levensduur (C1–C4). Operationele emissies (B6–B7), zoals energie- en waterverbruik, blijven belangrijk, maar naarmate gebouwen energiezuiniger worden, neemt het aandeel van embodied carbon in de totale voetafdruk toe.
Waarom zijn materiaalkeuzes belangrijk?
Elk materiaal heeft zijn eigen koolstofprofiel. Cement en staal zijn bijvoorbeeld onmisbaar, maar traditioneel zeer koolstofintensief. Slimmere alternatieven kunnen grote reducties opleveren zonder concessies aan prestaties of kosten. Metaal met een hoog gerecycled gehalte vermindert emissies aanzienlijk, en cement met minder klinker verlaagt de impact van productie. Praktijkvoorbeelden tonen aan dat reducties van 20–40% haalbaar zijn door vroeg in het ontwerp keuzes te maken, zoals het optimaliseren van constructies, prioriteit geven aan gerecycled materiaal en overontwerp vermijden.Wat verandert CBAM voor projecten?
Het Europese CBAM verandert koolstof van een rapportagekwestie naar een compliance- en kostenkwestie. Vanaf 2026 geldt een koolstofprijs, gekoppeld aan het EU ETS, voor geïmporteerde materialen met hoge impact zoals cement, ijzer, staal en aluminium.Voor bouwprojecten betekent dit:
- Leveranciers met lage koolstofimpact worden commercieel aantrekkelijker, omdat hun producten geen CBAM-kosten krijgen.
- Inkoop moet datagereed zijn. Fabrieksspecifieke Environmental Product Declarations (EPD’s) zijn essentieel voor CBAM-rapportage en naleving.

