Bepaling btw-aftrek op basis van bruto handelsvolume bevestigd door de Hoge Raad

Artikel

Gepubliceerd: 
In een recent arrest heeft de Hoge Raad belangrijke richtlijnen gegeven over de toepassing van een verdeelsleutel op basis van bruto handelsvolume bij het bepalen van het recht op aftrek van voorbelasting voor market makers die hun omzet behalen uit het verschil tussen bied- en laatkoersen. Onder bruto handelsvolume verstaat de Hoge Raad in dit geval alle verkopen minus alle aankopen.

Achtergrond – samenvatting arrest

De belastingplichtige is een market maker in financiële instrumenten op effectenbeurzen. Zij verdient aan de verschillen tussen bied- en laatkoersen. De belastingplichtige zorgt ervoor dat voor beleggers continu, en onder alle marktomstandigheden, op handelsplatformen zoals Euronext handel in effecten mogelijk is.

De biedkoers geeft de hoogste prijs weer waarvoor de belastingplichtige effecten wil kopen en de laatkoers is de laagste prijs waarvoor de belastingplichtige bereid is effecten te verkopen. Het verschil tussen de bied- en laatkoersen vormt de vergoeding voor de belastingplichtige.

Daarnaast ontving de belastingplichtige omzet van haar deelnemingen buiten de EU op basis van transfer pricing-documentatie voor supportdiensten (“TNMM-vergoedingen”) en een profit split (“RPSM-betalingen”).
Gelet op de activiteiten van de belastingplichtige was het lastig om de vestigingsplaats van elke gebruiker vast te stellen. Daarom was met de Belastingdienst een afspraak gemaakt over de wijze waarop wordt vastgesteld welk gedeelte van de vergoedingen afkomstig is van afnemers buiten de EU voor het bepalen van het recht op aftrek van btw.

Na het opstellen van de transfer pricing-documentatie wilde de belastingplichtige in 2016 de TNMM-vergoedingen en RPSM-betalingen ook meenemen in haar berekening van de omvang van het aftrekrecht. Dit werd door de Belastingdienst afgewezen.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad heeft de uitspraak van het gerechtshof gedeeltelijk vernietigd, omdat deels sprake was van een onjuiste rechtsopvatting, en de zaak vervolgens verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Daarbij heeft de Hoge Raad aanwijzingen gegeven die het verwijzingshof bij de beoordeling in acht dient te nemen.

De Hoge Raad heeft bevestigd dat wanneer de omzet bestaat uit het verschil tussen bied- en laatkoersen en de omstandigheden vergelijkbaar zijn met de deviezentransacties die aan de orde waren in het arrest First National Bank of Chicago van het Hof van Justitie, de vergoeding kan worden vastgesteld op basis van het bruto handelsresultaat. Of dit inderdaad het geval is, moet worden beoordeeld door het verwijzingshof.

Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij het vaststellen van de plaats van vestiging van haar afnemers belastingplichtigen alles wat hun ter beschikking staat mogen aandragen als bewijsmiddel om de vestigingsplaats van hun afnemers aannemelijk te maken. De btw-richtlijn en het Nederlandse fiscale procesrecht kennen geen bijzondere bewijsregels of bewijsstandaarden. Het verwijzingshof zal moeten beoordelen welk deel van de afnemers in deze casus geacht kan worden buiten de EU te zijn gevestigd.

Ten slotte kunnen de TNMM-vergoedingen en RPSM-betalingen in aanmerking worden genomen bij het bepalen van het recht op aftrek op gemengde kosten, mits de RPSM-betalingen moeten worden aangemerkt als een vergoeding voor diensten die zijn verricht aan de deelnemingen. Ook dit zal het verwijzingshof moeten beoordelen.

Gevolgen voor de praktijk

Voor belastingplichtigen die handelen in effecten en hun omzet behalen op basis van het verschil tussen bied- en laatkoersen, bevestigt dit arrest dat afspraken met de Belastingdienst kunnen worden gemaakt om het recht op aftrek te berekenen op basis van het bruto handelsresultaat.
Het arrest bevestigt daarnaast dat elk bewijsmiddel kan worden aangevoerd om de vestigingsplaats van afnemers te onderbouwen, mits de gegevens die daarvoor worden gebruikt nauwkeurig, betrouwbaar en actueel zijn.

Het is nog de vraag hoe overige inkomsten kunnen worden meegenomen in een berekening van het recht op aftrek op basis van handelsvolume. Dit zal hopelijk duidelijk worden na de uitspraak van het verwijzingshof. Gezien de aanzienlijke handelsvolumes die market makers verwerken, zal dit met name impact hebben in situaties waarin het recht op aftrek erg laag is of sprake is van aanzienlijke profit splits aan deelnemingen buiten de EU.

Meer informatie?

Neem contact op met een van onze btw-adviseurs voor meer informatie.

Auteur(s)