Belangrijke bevestiging grensarbeiders: heffingskortingen niet op wereldinkomen

Artikel

Gepubliceerd: 
Auteur(s): Marc van Peer
De Hoge Raad heeft eind februari 2026 een belangrijke uitspraak gedaan voor grensarbeiders en andere niet‑kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Daarmee is definitief duidelijkheid gekomen over de vraag welk inkomensbegrip moet worden gehanteerd bij de berekening van bepaalde heffingskortingen in de Nederlandse inkomstenbelasting.  

Achtergrond: welke inkomensgrondslag is relevant? 

Bij niet‑kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen speelt al langere tijd de vraag of bij de afbouw van heffingskortingen moet worden uitgegaan van het wereldinkomen of uitsluitend van het in Nederland belastbare inkomen. 

Het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch heeft hierover geoordeeld dat: 
  • voor de arbeidskorting en het premiedeel van de algemene heffingskorting moet worden uitgegaan van het in Nederland belastbare inkomen uit werk en woning; 
  • voor het belastingdeel van de algemene heffingskorting wél moet worden gekeken naar het wereldinkomen. 

Deze benadering pakt in veel gevallen gunstig uit voor grensarbeiders, omdat de afbouw van de arbeidskorting en het premiedeel van de algemene heffingskorting dan plaatsvindt op basis van een (vaak lager) Nederlands inkomen. 

Cassatie door de Belastingdienst 

De Belastingdienst is tegen deze hofuitspraak in cassatie gegaan. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep echter verworpen, waarmee de uitspraak van het hof volledig in stand is gebleven. Daarmee staat deze rechtsopvatting nu definitief vast. 

Praktijkprobleem: aangiftesoftware sluit nog niet aan 

Hoewel de jurisprudentie inmiddels duidelijk is, zien wij in de praktijk dat de aangiftesoftware van de Belastingdienst voor de inkomstenbelasting hier nog niet op is ingericht. In veel gevallen wordt bij de berekening van de arbeidskorting en het premiedeel van de algemene heffingskorting nog steeds uitgegaan van het wereldinkomen. 

Het gevolg hiervan is dat de teruggave voor grensarbeiders lager uitvalt dan op basis van de geldende rechtspraak mag worden verwacht. Verschillen van enkele duizenden euro’s zijn daarbij geen uitzondering. 

Aandachtspunt bij de definitieve aanslag 

Wij adviseren grensarbeiders daarom om bij ontvangst van hun definitieve aanslag inkomstenbelasting 2025 (en, indien relevant, ook eerdere jaren) kritisch te controleren of de heffingskortingen correct zijn berekend en of is uitgegaan van het juiste inkomensbegrip. 

Indien gewenst beoordelen wij bij ontvangst van de aanslag graag of: 
  • de arbeidskorting juist is toegepast; 
  • het premiedeel van de algemene heffingskorting correct is berekend; en 
  • bezwaar zinvol is. 

Tot slot 

Deze uitspraken vormen een belangrijke bevestiging van de rechtspositie van grensarbeiders. Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat actieve controle noodzakelijk blijft zolang de aangiftesystemen nog niet volledig aansluiten bij de geldende jurisprudentie. 

Auteur(s)