BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.

Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid

De Nederlandse overheid heeft vergaande maatregelen getroffen ter bestrijding van het coronavirus. Ondernemers en organisaties worden hierdoor hard geraakt. Werknemers kunnen niet meer (volledig) aan het werk worden gezet terwijl de kosten doorlopen. 

De overheid heeft een pakket aan maatregelen gepubliceerd om de economische gevolgen van het coronavirus op te vangen. Onderdeel van deze maatregelen was het stopzetten van de overbelaste en onuitvoerbare regeling tot werktijdverkorting. De regeling is vervangen door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid, oftewel de NOW.

Hoe werkt de NOW?

Op basis van de NOW kan bij het UWV een subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd, onder voorwaarde dat er sprake is van een substantieel omzetverlies. 

In de eerste tranche van de NOW (de NOW-1) werd subsidie verstrekt voor de loonkosten in de maanden maart, april en mei 2020. Aansluitend werd in de tweede tranche van de NOW subsidie verstrekt voor de maanden juni, juli, augustus en september 2020 (de NOW-2). 

De NOW is inmiddels voor een tweede keer verlengd. In de derde tranche van de NOW wordt subsidie verstrekt voor de periode 1 oktober 2020 t/m 30 juni 2021 (de NOW-3). De NOW-3 is opgedeeld in drie tijdvakken van drie maanden (de NOW 3.1, 3.2 en 3.3).

Wij hebben voor u een overzicht gemaakt van de belangrijkste kenmerken van de verschillende tranches van de NOW. Dit overzicht kunt u downloaden als pdf. 

DOWNLOAD SCHEMA BELANGRIJKSTE KENMERKEN (PDF)

Download English version ‘Important features of the different installments of the NOW’ (pdf)

Hoe hoog is de subsidie?

De subsidie komt voor de NOW-1 en NOW-2 (kort gezegd) neer op maximaal 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies. Bij een lager omzetverlies daalt de subsidie. Voor het eerste tijdvak van de NOW-3 komt de subsidie neer op maximaal 80% van de loonsom. Voor het tweede en derde tijdvak van de NOW-3 komt de subsidie neer op maximaal 85% van de loonsom.

Het UWV heeft een rekentool beschikbaar gesteld om de hoogte van de subsidie te berekenen. Deze rekentool maakt ook zichtbaar wat het effect is van een ontslagprocedure of een daling van de loonsom in de subsidieperiode. De rekentool is te raadplegen via www.simulatienow.nl.

Wie kan een beroep doen op de NOW?

Alle werkgevers die geconfronteerd worden met een substantieel omzetverlies en werknemers in dienst hebben die in Nederland sociaal verzekerd zijn kunnen een beroep doen op de NOW. 

Wat wordt er bedoeld met ‘omzetverlies’?

Bij de NOW-1 werd het omzetverlies vastgesteld door een kwart van de omzet in 2019 te vergelijken met de verwachte omzet in een driemaandsperiode die begon op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020. Was de verwachte omzet in deze driemaandsperiode ten minste 20% lager dan een kwart van de omzet in 2019? Dan kon een beroep worden gedaan op de NOW.

Bij de NOW-2 werd het omzetverlies vastgesteld door een derde van de omzet in 2019 te vergelijken met de omzet in een viermaandsperiode die begon op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020. Was eerder een beroep gedaan op de NOW-1? Dan moest de viermaandsperiode voor de NOW-2 direct aansluiten op de eerder gekozen driemaandsperiode van de NOW-1. 

Bij de NOW-3 wordt het omzetverlies vastgesteld door een kwart van de omzet in 2019 te vergelijken met de omzet in een driemaandsperiode die begint op de eerste dag van de maand van één van de drie maanden in de subsidieperiode. Ook voor de NOW-3 geldt dat de periodes voor het berekenen van het omzetverlies direct moeten aansluiten bij een opvolgend beroep op de NOW.

Voor zowel de NOW-1, de NOW-2 als de NOW-3 geldt een minimaal omzetverlies van 20%.

Hoe moet de omzetdaling worden berekend bij een nieuwe onderneming of overname?

Als er sprake is van een nieuwe onderneming of er een overname heeft plaatsgevonden, dan kan de referentie-omzet (een kwart of een derde van de omzet in 2019) worden gewijzigd naar de omzet die is gerealiseerd vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening of de overname tot en met februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen en vermenigvuldigd met het aantal maanden in de subsidieperiode (drie of vier). Zo kan tot een meer representatieve referentie-omzet worden gekomen. 

Op welk niveau moet het omzetverlies worden vastgesteld?

Voor het vaststellen van het omzetverlies wordt uitgegaan van de natuurlijke of rechtspersoon die werkgever is, tenzij de werkgever onderdeel is van een concern. In dat geval moet worden gekeken naar de omzetdaling van het concern. Onder concern wordt verstaan: alle Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen van een groep en alle buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen van een groep met SV-loon in Nederland. Buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen zonder SV-loon in Nederland blijven voor het bepalen van de omzetdaling dus buiten beschouwing. De peildatum voor het vaststellen van het concern is voor de NOW-1 bepaald op 1 maart 2020 en voor de NOW-2 op 1 juni 2020. Voor de NOW-3 is de peildatum bepaald op 1 oktober 2020.

Als een zelfstandige werkmaatschappij wordt geconfronteerd met een omzetverlies van ten minste 20% terwijl hiervan op concernniveau geen sprake is, dan kan het omzetverlies ook op het niveau van een zelfstandige werkmaatschappij worden berekend. Dit wordt ook wel de concernuitzondering genoemd. Hiervoor gelden aanvullende voorwaarden. Zo moet er een overeenkomst tot werkbehoud worden gesloten met een vereniging of vertegenwoordiging van werknemers en staat deze optie niet open voor personeels-bv’s. Verder moet de gehele groep zich houden aan restricties met betrekking tot dividend en winstuitkeringen, bonussen aan bestuur of directie en de inkoop van eigen aandelen. Hiernaast zijn er voorwaarden met betrekking tot het overnemen van opdrachten of projecten en het uitlenen van personeel binnen de groep.

Wat wordt er bedoeld met ‘loonsom’?

Voor het berekenen van de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte gebruikt. Het UWV neemt deze gegevens automatisch over van de belastingdienst. Voor de NOW-1 werd in beginsel gekeken naar het socialeverzekeringsloon (SV-loon) in het referentietijdvak januari 2020. Voor de NOW-2 werd in beginsel gekeken naar het SV-loon in het referentietijdvak maart 2020. Voor de NOW-3 wordt in beginsel gekeken naar het SV-loon in het referentietijdvak juni 2020.

Zijn er door de werkgever ‘extra periode salarissen’ (zoals een dertiende maand) uitbetaald? Dan zal het UWV deze bij de uiteindelijke vaststelling van de subsidie uit de loonsom filteren. Hiermee kan in bepaalde situaties worden voorkomen dat het lijkt alsof de loonsom over de subsidieperiode daalt. Looncomponenten die afhankelijk zijn van bedrijfsresultaten of prestaties van de werknemer (zoals bonussen) worden echter niet uit de loonsom gefilterd.

Verder is er een maximum gekoppeld aan het loon. Voor de NOW-1 en NOW-2 kwam dit maximum neer op tweemaal het maximummaandloon (€ 9.538,- per werknemer per maand). Voor de NOW-3 gelden geïndexeerde bedragen (€ 9.691 voor het eerste tijdvak van de NOW-3 en € 9.718 voor het tweede en derde tijdvak van de NOW-3). Loon boven deze maximumbedragen komt niet voor subsidie in aanmerking.

Bovenop de loonsom komt een opslag voor werkgeverslasten zoals vakantiegeld, pensioen en sociale premies. Onder de NOW-1 bedroeg de opslag 30%. Onder de NOW-2 en NOW-3 bedraagt de opslag 40%.

Daalt de loonsom in de subsidieperiode? Dan kan dit leiden tot een substantiële verlaging van de subsidie of zelfs een volledige terugbetalingsplicht. Voor elke euro waarmee de loonsom in de subsidieperiode daalt wordt namelijk € 0,90 op de subsidie in mindering gebracht. Onder de NOW-3 is wel sprake van een vrijstellingspercentage. Als de daling van de loonsom binnen het vrijstellingspercentage van 10% blijft, dan zijn er geen gevolgen voor de subsidie.

Onder de NOW-1 kan er ook sprake zijn van extra subsidie wanneer de loonsom in de subsidieperiode (maart t/m mei) stijgt. In dat geval vormt de loonsom in de subsidieperiode de grondslag voor de subsidieberekening, waarbij de loonsom in de maanden april en mei is gemaximeerd op de loonsom in de maand maart.

Wanneer wordt de subsidie verstrekt en definitief vastgesteld?

Het UWV verstrekt een voorschot van 80% van de verwachte subsidie. Dit voorschot wordt in 2-3 termijnen voldaan, waarbij de eerste termijn doorgaans binnen 1-2 weken na de subsidieaanvraag wordt uitbetaald. 

Vaststelling van de NOW-1 subsidie kan vanaf 7 oktober 2020 via de website van het UWV worden aangevraagd. Vaststelling van de NOW-2 subsidie is mogelijk na 15 april 2021 en voor de NOW-3 subsidie kan vaststelling na 1 september 2021 worden aangevraagd. Vaststelling van de subsidie moet plaatsvinden binnen 24 weken of binnen 38 weken indien een accountantsverklaring is vereist. Een accountantsverklaring is vereist bij een voorschot van in totaal € 100.000,- of meer of een subsidie van in totaal € 125.000,- of meer per concern. Bedrijven die een beroep doen op de concernuitzondering en de omzetdaling op het niveau van een zelfstandige werkmaatschappij berekenen moeten altijd een accountantsverklaring overleggen.  

Ook als geen accountantsverklaring is vereist moeten bedrijven die een voorschot van € 20.000,- of meer ontvangen, of een subsidie van € 25.000,- of meer ontvangen, een derdenverklaring overleggen waarin onder meer de omzetdaling wordt bevestigd. Dit kan bijvoorbeeld een verklaring van een accountant, brancheorganisatie of financieel dienstverlener zijn. De overheid heeft hiervoor een formulier beschikbaar gesteld.

Nadat vaststelling van de subsidie is aangevraagd zal het UWV binnen 52 weken een eindafrekening verstrekken. Op basis daarvan kan nog een correctie plaatsvinden. Dit kan betekenen dat extra subsidie wordt verstrekt of dat er subsidie moet worden terugbetaald. Hierbij zal een drempelbedrag gelden voor de invordering van een te hoog verleende subsidie. Bedragen tot € 500,- hoeven door werkgevers niet te worden terugbetaald.

Hoe en wanneer kan een beroep worden gedaan op de NOW?

Van 6 april 2020 t/m 5 juni 2020 kon een beroep worden gedaan op de NOW-1 voor de maanden maart, april en mei 2020. Van 6 juli 2020 t/m 31 augustus 2020 kon vervolgens subsidie worden aangevraagd voor de loonkosten in de maanden juni, juli, augustus en september 2020 (de NOW-2). Een beroep op de NOW-3 is mogelijk van 16 november 2020 t/m 13 december 2020 voor het eerste tijdvak, van 15 februari 2021 t/m 14 maart 2021 voor het tweede tijdvak en van 17 mei 2021 t/m 13 juni 2021 voor het derde tijdvak.

Kan ook een beroep worden gedaan op de NOW voor werknemers met een flexibel contract?

De NOW is ook bedoeld voor de loonkosten van werknemers waarvoor geen loondoorbetalingsplicht bestaat, zoals werknemers met een oproepcontract. Zo kunnen bedrijven of organisaties deze moeilijke periode overbruggen zonder dergelijk personeel te laten gaan.

Verder is de NOW bedoeld ter compensatie van loonkosten voor uitzend- en payrollkrachten. In dit geval moet het uitzend- of payrollbureau een beroep doen op de NOW.

Welke verplichtingen zijn er bij een beroep op de NOW?

Bij een beroep op de NOW bestaat de verplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en de subsidie aan te wenden voor betaling van de loonkosten. Ook mag er onder de NOW-1 en NOW-2 in beginsel geen ontslagaanvraag worden ingediend op grond van bedrijfseconomische redenen. Daalt de loonsom of wordt er toch een ontslagaanvraag ingediend? Dan kan de subsidie worden verlaagd. 

Onder de NOW-3 is de ontslagboete bij het starten van een ontslagprocedure bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen en bij collectief ontslag komen te vervallen. Hiernaast geldt er onder de NOW-3 een vrijstellingspercentage van 10%, op basis waarvan de loonsom kan dalen zonder dat dit gevolgen heeft voor de subsidie.

Verder is een werkgever verplicht om de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of (bij gebreke daarvan) de werknemers te informeren over het beroep op de NOW. Sinds de NOW-2 heeft een werkgever ook een inspanningsplicht tot scholing en ontwikkeling van werknemers. Onder de NOW-3 bestaat tevens een verplichting om, op basis van telefonisch contact met het UWV, te zorgen voor werk-naar-werk begeleiding wanneer er een ontslagprocedure wordt gestart bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen. Als hier niet aan wordt voldaan, dan leidt dit tot een korting van 5% op de subsidie. Ook heeft een werkgever gedurende 5 jaar na de datum waarop de subsidie is vastgesteld de verplichting om op verzoek nadere informatie of documenten te overleggen.

Hiernaast gelden er aanvullende voorwaarden wanneer:

  • er een beroep is gedaan op de NOW als zelfstandige werkmaatschappij, of
  • er een beroep is gedaan op de NOW-2 / NOW-3 én er een bedrag wordt ontvangen waarvoor een accountantsverklaring vereist is.

In dat geval zijn er restricties met betrekking tot het uitkeren van dividend of winst aan aandeelhouders en derden, alsmede bonussen of winstdelingen aan bestuurders en directieleden. Ook mogen er geen eigen aandelen worden ingekocht. Deze verboden zien in beginsel op het jaar 2020. Voor het tweede en derde tijdvak van de NOW-3 zien de verboden in beginsel op het jaar 2021. Bij een gebroken boekjaar gelden de verboden vanaf de NOW-2 voor het boekjaar of de boekjaren waarin de subsidieperiode valt.

Behoort een reorganisatie tot de mogelijkheden?

Bij een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen zal het UWV meewegen of het ontslag voorkomen had kunnen worden bij een beroep op de NOW. Als dit het geval is, dan kan het UWV besluiten om de ontslagaanvraag af te wijzen. Een reorganisatie is dus vooral een optie wanneer een beroep op de NOW niet mogelijk is of redelijkerwijs geen (structurele) oplossing biedt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er, ondanks het beroep op de NOW, nog steeds sprake is van een verlieslijdende situatie. Wordt er tijdens een beroep op de NOW een reorganisatie doorgevoerd? Dan moet er steeds rekening mee worden gehouden dat dit zal leiden tot een verlaging van de subsidie. Dat is anders wanneer de daling van de loonsom binnen het vrijstellingspercentage van de NOW-3 blijft.

Kan ik nog werktijdverkorting aanvragen?

Het is niet meer mogelijk om werktijdverkorting aan te vragen. Lopende aanvragen zijn in behandeling genomen op basis van de nieuwe NOW-regeling. Ook is er aanvullende informatie opgevraagd om te kunnen vaststellen of aan de voorwaarden van de nieuwe regeling wordt voldaan.

Wat gebeurt er met een reeds verleende vergunning tot werktijdverkorting?

Een reeds verleende vergunning tot werktijdverkorting blijft van kracht. Hiernaast kan een beroep worden gedaan op de NOW. De WW-gelden op basis van de vergunning tot werktijdverkorting worden dan verrekend met de loonsom waarvoor compensatie kan worden aangevraagd.

Meer weten over de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid? 

Heeft u een vraag over de NOW of wenst u hulp bij het aanvragen hiervan? Behalve de NOW, kunt u ook nog aanspraak maken op andere fiscale maatregelen. Voor al uw vragen rondom ondernemen tijdens de coronacrisis kun u contact met ons op via onderstaande knop. 

Neem contact op met het BDO crisismanagementteam