Artikel:

Wtza: impact op structuren met hoofd- en onderaannemers

18 oktober 2021

Met ingang van 1 januari 2022 treedt de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) in werking. De Wtza geldt – kortgezegd - voor alle nieuwe en bestaande zorgaanbieders, zowel voor hoofdaannemers als onderaannemers.

De Wtza bestaat uit 3 onderdelen:

  1. de meldplicht;
  2. de vergunningplicht;
  3. de eis van een onafhankelijk toezichthouder (verbonden aan de vergunningplicht).

De vergunningsplicht geldt voor instellingen die (a) medisch specialistische zorg (doen) verlenen of (b) met meer dan tien zorgverleners zorg verlenen. Deze vergunningplicht is uitsluitend gericht op hoofdaannemers en niet op onderaannemers. Voor onderaannemers geldt uitsluitend de meldplicht.

De vergunningsplicht geldt echter wel voor onderaannemers wanneer de hoofdaannemer een zogenoemde ‘lege huls’ is. Uit de toelichting op de Uitvoeringsregeling Wtza volgt dat een zorgaanbieder als “lege huls” wordt aangemerkt wanneer deze zelf geen zorg verleent, maar uitsluitend zorg ‘doet’ verlenen door een onderaannemer. In dat geval moeten zowel de hoofdaannemer als de onderaannemer over een toelatingsvergunning beschikken (mits zij aan de hierboven genoemde criteria voldoen). Dit kan in de praktijk grote gevolgen hebben.

Algemene regeldruk

Aan het hebben van een vergunning is een groot aantal vereisten verbonden zoals de eis van een interne toezichthouder, eisen aan kwaliteiten van personeel en materieel, eisen aan interne procedures en beheersingssystemen en eisen aan de administratie. Een vergunningsplicht leidt voor onderaannemers in het algemeen dus tot een grotere regeldruk.

De eis van een onafhankelijk toezichthouder

Vergunningsplichtige instellingen moeten voldoen aan eisen omtrent de bestuursstructuur (het instellen van een toezichthoudend orgaan) en op inzichtelijke wijze de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding vastleggen.

Deze verplichting geldt dus ook voor onderaannemers die zorg verlenen voor een ‘lege huls’. Praktisch gezien kan het in bepaalde gevallen zo zijn dat de interne toezichthouder van de instelling die uitsluitend in opdracht van die ‘lege huls’ werkt, bestaat uit dezelfde personen als de interne toezichthouder van de hoofdaannemer. Met de kanttekening dat dit niet kan wanneer de hoofdaannemer aandelen houdt in de onderaannemer, tenzij de hoofdaannemer en de onderaannemer tot dezelfde groep behoren.

Op dit moment is het niet duidelijk of ‘getrapt’ toezicht in een groepsstructuur onder de Wtza is toegestaan. Mogelijk dienen de toezichthouders tevens formeel tot toezichthouder bij de (dochter)zorginstellingen te worden benoemd. De wet (en de toelichting daarop) bieden hierover geen uitsluitsel.

Winstoogmerk

De vergunningsplicht voor onderaannemers van een “lege huls” leidt er niet per definitie toe dat voor deze onderaannemers tevens een ‘winstklem’ gaat gelden. Slechts voor zorgverleners die rechtstreeks contracteren met zorgverzekeraars geldt immers dat deze in beginsel geen winstoogmerk mogen hebben (tenzij een categorie zorgverlening uitgezonderd in het Uitvoeringsbesluit WTZi). Voor onderaannemers is dit doorgaans niet het geval.

Verantwoordingsverplichtingen

De jaarverantwoordingsverplichtingen voor zorgaanbieders worden met ingang van 1 januari 2022 geregeld in de Wet marktordening gezondheidszorg (WMG) en de Regeling openbare jaarverantwoording WMG. Voortaan zullen (vrijwel) alle zorgaanbieders onder de uitgebreide jaarverantwoordingsregels van de WMG gaan vallen. Ook onderaannemers die de zorg geheel of gedeeltelijk uitvoeren voor een hoofdaannemer zullen straks een uitgebreide jaarverantwoording moeten gaan opstellen.

Heeft u vragen over de Wtza? Neem dan gerust contact op met één van onze zorgrecht juristen van BDO Legal.