BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

Wijzigingen Wet Arbeidsmarkt in Balans per 2021; de gevolgen voor payrollondernemingen

13 mei 2020

De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) is op 1 januari 2020 ingegaan. Deze wet heeft de arbeidsvoorwaarden van payrollwerknemers gelijk getrokken met die van medewerkers in loondienst. Met één uitzondering, payrollwerknemers hebben wat betreft hun pensioen een jaar vertraging opgelopen. In dit perspectief lichten we de gewijzigde regeling en de gevolgen voor payrollondernemingen uit.

Als een werknemer via payrolling wordt aangenomen, neemt de payrollonderneming de verantwoordelijkheid en uitvoering van de arbeidsvoorwaarden van de werknemer over van de werkgever. De werkgever wordt dan ‘inlener’ genoemd. Deze inlener hoeft vervolgens zelf niets meer te doen aan de salarisadministratie, het inhouden van sociale premies en dus ook geen pensioen te regelen voor de werknemer. Omdat payrollondernemingen een eigen cao hebben, valt de medewerker ook niet onder de cao van de branche waarin hij of zij werkt. Dit betekent dat mensen met exact dezelfde functie toch totaal andere arbeidsvoorwaarden hebben.

Verplichtstelling pensioenregeling 

Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP) voert de pensioenregelingen in deze flexbranche uit. Payrollwerkgevers vallen nu onder de werkingssfeer van de verplichtstelling van StiPP als ze voor meer dan 50% van het premieplichtig loon werknemers onder leiding en toezicht van een derde ter beschikking stellen. Werknemers bij een payrollwerkgever die onder de verplichtstelling vallen, worden in de huidige situatie dus aangemeld in de pensioenregelingen van StiPP.

Wijziging

In 2020 verandert er wat dit betreft nog niets, maar payrollwerknemers vallen vanaf 1 januari 2021 niet meer onder deze verplichtstelling. 

Gewijzigde regeling per 1 januari 2021
De WAB bepaalt dat payrollmedewerkers recht hebben op een ‘adequate’ pensioenregeling. De werkgever geeft twee mogelijkheden om te voldoen aan de eis om deze adequate pensioenregeling voor de payrollwerknemer te regelen:

  1. de payrollwerknemer laten deelnemen aan de pensioenregeling van de inlener;
  2. de werkgever gaat deelnemen aan een pensioenregeling die voldoet aan de wettelijke eisen van een adequaat pensioen.

Een pensioenregeling is in elk geval adequaat als die hetzelfde is als die van medewerkers in vaste dienst. Zo niet, dan gelden de voorwaarden van de pensioenregeling van de payrollonderneming.

Gevolgen voor payrollondernemingen

Bovenstaande betekent in een aantal gevallen dat de betreffende payrollonderneming vanaf 2021 dus een pensioenregeling moet optuigen. De WAB heeft daar een aantal minimumvoorwaarden voor benoemd:

  1. er mag geen wachttijd of drempelperiode zijn voordat de opbouw van het pensioen begint;
  2. er moet zowel een voorziening voor een ouderdomspensioen als een nabestaandenpensioen zijn;
  3. de collectieve werkgeverspremie bedraagt ten minste 14,6% van de pensioengrondslagsom van de payrollwerknemers die recht hebben op een pensioenregeling.

De kosten voor de pensioenregeling wordt opgebracht door de payrollonderneming, maar kunnen doorgerekend worden aan de inlener.

Reden

Met deze nieuwe regels wil de WAB voorkomen dat payrollwerknemers op arbeidsvoorwaarden gaan concurreren met werknemers in loondienst. 
Als payrollwerknemers namelijk een goedkopere (en voor hen kwalitatief lagere) pensioenregeling accepteren, kan de arbeid goedkoper worden aangeboden. Daar is payrolling niet voor bedoeld. Het dient voor ontzorging, niet tot een kostenbesparing op arbeid.

Wilt u meer weten?

Herkent u zich in deze situatie en wilt u hier meer over weten? Neemt u dan contact op met één van onze specialisten.