Artikel:

Wetsvoorstel wijziging arbeidsvoorwaarden payrollwerknemers

07 december 2017

Op 23 november 2017 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) ingediend. Dit voorstel geeft payrollwerknemers het recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als hun collega’s bij de opdrachtgevers waar zij werkzaam zijn.

Huidige situatie t.a.v. payrollwerknemers

Door de huidige wetgeving is het mogelijk dat payrollwerknemers andere arbeidsvoorwaarden hebben dan gelijke of vergelijkbare werknemers bij de onderneming (de opdrachtgever van de payrollwerkgever) waar zij werkzaam zijn. Zo zijn er met name verschillen in (vaste) eenmalige uitkeringen, pensioen, bovenwettelijke vakantiedagen, scholing, bovenwettelijke aanvullingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.

Naast de verschillen in arbeidsvoorwaarden, kunnen payrollwerkgevers ook gebruik maken van een ‘lichter arbeidsrechtelijk regime’. Zo is er een mogelijkheid om een uitzendbeding op te nemen in de arbeidsovereenkomst met de payrollwerknemer, waardoor het einde van de opdracht bij de opdrachtgever automatisch het einde van de arbeidsovereenkomst met de payrollwerkgever betekent. Tevens is in de Cao voor Uitzendkrachten (waar veel payrollonderneming onder vallen) een uitbreiding van de ketenregeling opgenomen, waardoor het dus langer kan duren voordat een payrollwerknemer voor onbepaalde tijd in dienst komt bij de payrollonderneming.  

Inhoud wetsvoorstel

De belangrijkste wijzigingen zoals opgenomen in het wetsvoorstel zijn:

  1. In de Waadi komt een definitie van payrolling die identiek is aan de definitie van payrolling zoals opgenomen in de Ontslagregeling, te weten:
    “Het op basis van een overeenkomst van opdracht, die niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, een arbeidskracht ter beschikking stellen, om onder toezicht en leiding van die opdrachtgever arbeid te verrichten, waarbij degene die de arbeidskracht ter beschikking stelt alleen met toestemming van de opdrachtgever bevoegd is de arbeidskracht aan een ander ter beschikking te stellen.”

    Bepalend voor de vraag of sprake is van payrolling is de individuele overeenkomst tussen de payrollwerknemer en de payrollwerkgever. Werknemers die in dienst zijn van een uitzendbureau dat ook aan payrolling doet, worden hierdoor gelijk behandeld.
  2. Er komt een nieuw artikel in de Waadi over gelijke behandeling van payrollwerknemers. De gelijke behandeling ziet daarbij niet alleen op zaken als loon, overwerk en rusttijden maar ook op voorwaarden als duur van de vakantie, verlofregelingen, kinderopvangfaciliteiten, scholing, ondernemings- en sectorale regelingen, loondoorbetaling bij ziekte en financiële participatie en een gelijkwaardige pensioenregeling.
  3. Van de hierboven genoemde gelijke behandeling kan niet bij cao worden afgeweken, zoals dit bij de reguliere uitzendkrachten wél mogelijk is.
  4. Heeft de opdrachtgever zelf geen werknemers in dienst, dan heeft de payrollwerknemer recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector van het beroeps- of bedrijfsleven waar de opdrachtgever werkzaam is. Dit omvat niet slechts de arbeidsvoorwaarden uit cao’s, maar ook die uit eventuele rechtspositieregelingen. Daarnaast omvat dit de standaardarbeidsvoorwaarden en gewoonterecht heersend in de sector van de opdrachtgever.
  5. Bij een terbeschikkingstelling in het kader van payrolling kan geen gebruik meer worden gemaakt van het uitzendbeding en de uitzondering op de ketenregeling zoals in art. 7:691 BW. Het ‘lichter arbeidsrechtelijk regime’ kan zodoende niet langer worden toegepast op payrollwerknemers. Dit is een aanzienlijke wijziging.
  6. De nieuwe regels gelden alleen voor terbeschikkingstellingen die zijn aangegaan op of na de datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Voor reeds lopende terbeschikkingstellingen worden de nieuwe regels van toepassing zes maanden na inwerkingtreding van de wet. Er is dus sprake van een (korte) overgangsperiode.

Conclusie en advies

Bovenstaande wijzigingen zullen grote gevolgen hebben voor payrollconstructies. De arbeidsovereenkomsten tussen payrollondernemingen en hun werknemers – en de daarbij behorende arbeidsvoorwaarden – zullen immers aangepast moeten worden.. Het nu reeds in kaart brengen van de verschillen in arbeidsvoorwaarden en de benodigde aanpassingen in arbeidsovereenkomsten en contracten met opdrachtgevers is daarom raadzaam. De arbeidsjuristen en ondernemingsrechtjuristen van BDO Legal kunnen u hierover adviseren en dit proces begeleiden.  

Meer weten?

Heeft u vragen over dit thema, of andere arbeidsrechtelijke vragen? De arbeidsjuristen en ondernemingsrechtjuristen van BDO Legal helpen u hier graag bij. Neem contact op per e-mail of bel (070) 338 08 30 (Rijswijk) / (073) 640 57 99 (Den Bosch) / (030) 284 99 60 (Utrecht).