Artikel:

Wet DBA uitgesteld tot 1 januari 2020, behalve voor kwaadwillenden

12 februari 2018

De Minister van SZW en de staatssecretaris van Financiën kondigen aan dat niet wordt gehandhaafd op de wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) tot 1 januari 2020. Deze opschorting geldt echter niet voor kwaadwillenden en dit begrip wordt vanaf 1 juli aanmerkelijk verruimd. Zij benoemen expliciet dat de Belastingdienst moet bewijzen dat sprake is van een kwaadwillende.

Regeerakkoord – Tijdspad wetsvoorstel

In oktober 2017 werd in het regeerakkoord op hoofdlijnen beschreven op welke manier de wet DBA wordt gewijzigd. Voor degenen die een hoog uurtarief kunnen vragen (gedacht wordt aan € 75 per uur), wordt het bijvoorbeeld onder voorwaarden mogelijk om een dienstbetrekking uit te sluiten. Bij een laag uurtarief (waarschijnlijk tussen € 15 en € 18) is, een aantal uitzondering daargelaten, sprake van een dienstbetrekking. In overige situaties kan zekerheid worden ontleend aan een opdrachtgeversverklaring. Mits juist ingevuld en de feiten niet veranderen.

Vrijdag 9 februari werd aansluitend hierop aangekondigd dat het bijbehorende wetsvoorstel in 2018 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. In 2019 volgt de parlementaire behandeling, waardoor de nieuwe wet inzake (schijn-)zzp’ers waarschijnlijk per 1 januari 2020 in werking kan treden. Na intreding zal vervolgens nog ongeveer een jaar een terughoudend handhavingsbeleid worden gevoerd.

Verduidelijken begrip gezagsverhouding

Er is geen sprake van een gezagsverhouding als één van de volgende elementen in een arbeidsverhouding ontbreekt: verrichten van persoonlijke arbeid, ontvangen van een beloning of het aanwezig zijn van een gezagsverhouding. Vooral dit laatste punt zorgt voor veel verwarring. Daarom zal de Minister van SZW het begrip ‘gezagsverhouding’ al vóór 1 januari 2019 verduidelijken.

Wie is kwaadwillend?

Tot 1 juli 2018 zal de Belastingdienst alleen handhaven bij de ernstigste gevallen van kwaadwillenden. Het gaat dan om partijen die onmiskenbaar buiten het wettelijk kader treden. Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin het risico aanwezig is van uitbuiting, fraude, opzet of zwendel.

Per 1 juli 2018 wordt ook gehandhaafd op kwaadwillenden die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laten ontstaan of voortbestaan. De Ministers van SZW en Financiën benadrukken dat de Belastingdienst moet aantonen dat hiervan sprake is. Dat kan als de Belastingdienst het volgende bewijst:

  • Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking en
  • Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid en
  • Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Hoewel de Belastingdienst een redelijk zware bewijslast heeft, verwachten wij dat het aantal discussies met de Belastingdienst wel eens fors kan gaan toenemen.

Meer weten?

Werkt u met zzp’ers en twijfelt u of zij ook daadwerkelijk kwalificeren als zzp’er? Wilt u hierover meer zekerheid? Neem dan contact op met de Adviesgroep Loon- & Premieheffing: stuur een e-mail of bel naar (070) 33 80 722. Wij kunnen de status van uw arbeidsrelaties beoordelen en eventueel samen met u bezien of er alternatieve mogelijkheden zijn om uw risico’s te beperken of te voorkomen.

Wilt u graag weten of uw organisatie ‘in control’ is met betrekking tot de loonheffingen (sectorindeling, personeel- en salarisadministratie, keten- en inlenersaansprakelijkheid, werkkostenregeling en/of subsidiemogelijkheden)? Vul dan de geheel vernieuwde BDO loonheffingencheck in.