Artikel:

WBTR: wat staat een zorginstelling te wachten?

23 maart 2021

Op 1 juli 2021 treedt de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (de WBTR) in werking. Deze wet beoogt (onder andere) de kwaliteit van het bestuur en het toezicht van instellingen in de semipublieke sector te verbeteren. Door deze wet wijzigen voorschriften voor bestuurders en toezichthouders van verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. In dit artikel gaan wij in het bijzonder in op de wijzigingen voor zorginstellingen in de vorm van een stichting.

Raad van Commissarissen

Op grond van de Wet toelating zorginstelling (WTZi) is het al vereist dat grotere zorginstellingen (met een WTZi-toelating) een structuur hebben met een onafhankelijk orgaan dat toezicht houdt op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de zorginstelling. De basis die nu in het Burgerlijk Wetboek wordt ingevoerd geeft daarom met name duidelijkheid over wat feitelijk al gebruikelijk was.

Belet en ontstentenis

Indien uw zorginstelling in de statuten geen zogenoemde ontstentenis- en beletregeling heeft opgenomen, dient de zorginstelling dit bij de eerstvolgende gelegenheid in de statuten op te nemen. De regeling kan inhouden dat, indien een bestuurder tijdelijk of definitief zijn taken niet meer kan uitoefenen, de bestuurstaken op grond van deze regeling kunnen worden uitgeoefend door een vooraf aan te wijzen vervanger.

Tegenstrijdig belang

In de wet wordt verder verankerd dat bestuurders en commissarissen niet mogen deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over een onderwerp waarbij die persoon een tegenstrijdig belang heeft. In het kort is er sprake van een tegenstrijdig belang als een bestuurder of commissaris bij een onderwerp een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting, bijvoorbeeld als de bestuurder namens de zorginstelling een pand huurt dat in eigendom is van hem/haarzelf.

Aansprakelijkheid bij faillissement

De bestuurders of commissarissen kunnen straks makkelijker aansprakelijk worden gehouden voor het tekort in de boedel na faillissement van de zorginstelling. Tot nu toe gold deze regeling alleen voor de zogenaamde commerciële stichting, maar deze zal dus nu voor alle stichtingen gelden. Uiteraard dient voor aansprakelijkheid vast te staan dat het faillissement in belangrijke mate is veroorzaakt door een onbehoorlijke taakvervulling en hiervan is sprake wanneer geen redelijk denkend bestuurder of commissaris onder dezelfde omstandigheden zo zou hebben gehandeld. Er geldt een vermoeden van een onbehoorlijke taakvervulling bij het niet naleven van de jaarrekeningverplichtingen.

Meerderheid stemrecht

Na invoering van de wet is het niet meer mogelijk dat de statuten bepalen dat een bestuurder of commissaris in zijn eentje meer stemmen kan uitbrengen dan de overige bestuurders/commissarissen gezamenlijk. Is zo’n bepaling opgenomen? Deze blijft nog geldig maar dient bij de eerstvolgende statutenwijziging óf binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de wet te worden geschrapt.

Uitbreiding criteria ontslag bestuurders en leden Raad van Toezicht

Ook worden de gronden waarop een bestuurder van een stichting kan worden ontslagen door de rechter uitgebreid. De rechter kan worden verzocht tot ontslag als de belanghebbende meent dat er sprake is van a) verwaarlozing van de bestuurlijke taak b) een ingrijpende wijziging van de omstandigheden op grond waarvan het voortduren van de functie als bestuurder in redelijkheid niet kan worden geduld of c) andere gewichtige redenen. Eenzelfde regeling wordt ingevoerd voor ontslag van commissarissen.

Statuten wijzigen; direct?

Er gaat met de inwerkingtreding van de wet het nodige veranderen. De wettelijke regelgeving voor de stichting wordt aanzienlijk uitgebreid. Zo is het belangrijk om bij de eerstvolgende mogelijkheid de statuten hierop aan te passen. In ieder geval moet een belet- en ontstentenis regeling worden opgenomen. Een met de wet strijdige regeling inzake de meerderheid van het stemrecht zal juist geschrapt worden.

Tot slot

Heeft u vragen over de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen? Neem dan gerust contact op met één van onze publiek recht juristen.