BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

Uitspraak eigenwoningregeling: schuld aan partner aangemerkt als eigenwoningschuld

29 maart 2017

De eigenwoningregeling is bijzonder complex. Zeker in een situatie van een echtscheiding wordt dit duidelijk. Onlangs moest de rechter er aan te pas komen om te bepalen wat precies de fiscale gevolgen waren van de scheiding en de gevolgen voor de eigen woning.

Na een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem blijkt dat bij een (echt)scheiding en een eigen woning het bepalen van de hoogte van de eigenwoningschuld en de eigenwoningreserve voor ieder van de partners zeer complex is. Zeker wanneer één van de partners meer eigen middelen heeft ingebracht dan de ander.

Casus

De samenwonende partners hebben bij de aankoop van de woning ieder een ander bedrag aan eigen middelen ingebracht, maar het juridische eigendom van de woning is 50-50 verdeeld. Vervolgens heeft partner A ook bij de gedeeltelijke aflossing gedurende de samenleving meer bijgedragen. De totale meerinbreng van partner A bedraagt € 380.000. Dit is door partner B administratief aannemelijk gemaakt. Ten tijde van het uit elkaar gaan wordt de woning voor een waarde van € 890.000 tussen de partners verdeeld. Daarnaast bedraagt de totale eigenwoningschuld aan derden € 580.000. In het samenlevingscontract van partijen staat verder vermeld dat partijen ieder voor de helft bijdragen in de investeringen in de eigen woning en dat bij ongelijke bijdrage er een renteloze vordering ontstaat van de ene partner op de ander. Verder delen ze beiden ieder voor de helft in de voor- of nadelige gevolgen van waardeveranderingen.

Deze uitspraak betreft de eigenwoningregeling uit 2012. Onder het oude recht kon op basis van artikel 3.119b, lid 2, Wet IB 2001 (tekst 2012) de eigen woningreserve op gezamenlijk verzoek van de belastingplichtige en zijn gewezen partner aan elk van hen worden toegerekend naar de mate van de feitelijke gerechtigdheid tot het vervreemdingssaldo eigen woning. Partner B doet hierop een beroep. De inspecteur wil hieraan niet meewerken. Artikel 3.119b, lid 2, Wet IB 2001 (tekst 2012) is inmiddels per 1 januari 2013 vervallen.

Arrest van het Hof

Het Hof past artikel 3.119b, lid 2 Wet IB 2001 (tekst 2012) niet toe. Het Hof oordeelt dat partner B een schuld van € 190.000 heeft aan partner A (de helft van € 380.000). Deze schuld kwalificeert volgens het Hof als een eigenwoningschuld voor partner B. Hierdoor ontstaat er, samen met het aandeel van partner B in de aanwezige eigenwoningschulden bij derden, bij hem als gevolg van de verdeling van de woning geen eigenwoningreserve.

Vordering-schuldverhouding tussen partners schriftelijk vastleggen

De uitspraak in kwestie kan ook in soortgelijke situaties van belang zijn. Bijvoorbeeld in geval van door één van de partners ontvangen schenking voor de eigen woning (onder privéclausule), welke door hem of haar wordt gebruikt ten behoeve van de eigen woning. Onder meer door meerinbreng bij de aankoop, financiering van onderhoud of verbetering dan wel aflossing van zijn of haar deel van de eigen woningschuld. Deze partner krijgt door de schenking een vordering op de andere partner ter grootte van de helft van het geschonken bedrag. Deze schuld van de andere partner kwalificeert op basis van onderhavige uitspraak voor hem of haar als eigenwoningschuld, waardoor ongelijke aandelen in de totale (latente) eigenwoningreserve kunnen ontstaan.

In onderhavige uitspraak is van belang dat partner B de schuld aan partner A administratief kan aantonen. Het advies bij EW-schenkingen aan één van de partners is daarom om deze vordering-schuldverhouding tussen de partners schriftelijk vast te leggen. De leden van de Adviesgroep Estate Planning hebben hiervoor een model opgesteld.

Contact

Deze uitspraak geeft de complexiteit aan van de eigenwoningregeling. Velen van u hebben een eigen woning. Herkent u onderdelen uit deze casus en heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan gerust contact op met uw BDO-adviseur of onze fiscale specialisten.

Bron: Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden 14 maart 2017, nr. 16/00864, ECLI:NL:GHARL:2017:2100