Artikel:

Tijdelijke vrijstelling RVU: vervroegd pensioen op het menu?

26 april 2021

De AOW-/pensioengerechtigde leeftijd schuift steeds verder op. Veel werknemers zouden niets liever willen dan eerder stoppen met werken. Vervroegd uit dienst treden was echter tot 2021 een dure aangelegenheid. Dit kwam onder meer doordat werkgevers konden worden geconfronteerd met een RVU-heffing van 52% over uitkeringen die bedoeld waren als overbrugging tot de AOW-/pensioengerechtigde leeftijd. Met ingang van 1 januari 2021 zijn er echter nieuwe regels die mogelijkheden bieden om tot een vervroegde uitdiensttreding te komen zonder een RVU-heffing te hoeven betalen.

Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)

Als een werknemer voor de AOW-/pensioengerechtigde wil stoppen met werken, dan kan ervoor worden gekozen om het dienstverband eerder te beëindigen en een financiële regeling te treffen. Een dergelijke afspraak kan echter kwalificeren als een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Als de Belastingdienst oordeelt dat hiervan sprake is, dan is de werkgever een (eind)heffing van 52% over de totale uitkering verschuldigd. Er is sprake van een RVU als het dienstverband van een oudere werknemer (55 jaar of ouder) wordt beëindigd en de regeling ervoor zorgt dat de werknemer financieel in staat wordt gesteld om de periode vanaf de einddatum van het dienstverband tot de datum van de AOW- of pensioengerechtigde leeftijd te overbruggen. Als het dienstverband om een andere reden wordt beëindigd (bijvoorbeeld in verband met disfunctioneren), dan is er doorgaans geen sprake van een RVU.

Voorwaarden tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing

Met ingang van 1 januari 2021 geldt een tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing. Deze vrijstelling geldt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025. Op basis van de vrijstelling hoeft een werkgever geen RVU-heffing van 52% af te dragen wanneer de regeling voldoet aan de onderstaande voorwaarden:

  • de werknemer bereikt uiterlijk op 31 december 2025 de leeftijd die (maximaal) 36 maanden voor de AOW-gerechtigde leeftijd ligt;
  • de uitkering wordt aan de werknemer toegekend in de laatste 36 maanden voor het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • er mag geen overschrijding zijn van het drempelbedrag. Het drempelbedrag is maximaal het bedrag dat gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen dat geldt op 1 januari van het jaar van de uitkering. In 2021 is dit bijvoorbeeld maximaal € 1.847,- bruto per maand (voor de maximale periode van 36 maanden komt dit neer op een bedrag van € 66.492,- bruto);
  • het drempelbedrag moet per maand worden berekend. Dit betekent dat, wanneer de uitkering minder dan 36 maanden voor de AOW-gerechtigde leeftijd ingaat, de vrijstelling enkel geldt voor de resterende maanden tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

Voorbeeldsituatie

Piet is werkzaam als monteur en bereikt op 1 januari 2023 zijn AOW-gerechtigde leeftijd. Aangezien werken door zijn leeftijd steeds moeizamer gaat, komt Piet met zijn werkgever overeen dat het dienstverband met ingang van 1 juni 2021 wordt beëindigd en dat hij op deze einddatum een beëindigingsvergoeding ontvangt. Tussen de einddatum en de datum dat Piet zijn AOW-gerechtigde leeftijd bereikt ligt een periode van 19 maanden. Dit betekent dat een maximale beëindigingsvergoeding van € 35.093,- bruto (19 x € 1.847,- bruto) is vrijgesteld voor de RVU-heffing. Als een hoger bedrag wordt afgesproken, dan is over het meerdere wel een RVU-heffing van 52% verschuldigd.

Mogelijkheden

Door de tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing wordt het voor werkgevers en oudere werknemers mogelijk om afspraken te maken over eerder stoppen met werken, zonder dat dit wordt bestraft met een flinke (eind)heffing. Zulke afspraken kunnen bijvoorbeeld worden vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst waardoor het dienstverband beëindigd wordt door middel van wederzijds goedvinden en de werknemer financieel wordt ondersteund in de periode tot het bereiken van de AOW-/pensioengerechtigde leeftijd. Er kan dan worden gekozen om een beëindigingsvergoeding ineens te betalen of maandelijks een bedrag aan de werknemer te betalen in aanvulling op het pensioen.

Conclusie

De gewijzigde wetgeving is onderdeel van een breder pakket om vervroegde uitdiensttreding van oudere werknemers te faciliteren. Het kan daarom interessant zijn om binnen de organisatie te kijken of er oudere werknemers zijn waarbij van beide kanten de behoefte bestaat om voor de AOW-/pensioengerechtigde leeftijd tot een beëindiging van het dienstverband te komen. In dat geval is het mogelijk om een regeling te treffen zonder dat een RVU-heffing van 52% verschuldigd is. Onze juristen kunnen uiteraard assisteren bij de vormgeving van zo’n regeling en de vastlegging hiervan in een beëindigingsovereenkomst.

Tot slot

Heeft u een vraag over de tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing? Neem dan gerust contact op met één van de specialisten van BDO Legal