Artikel:

Streng beleid bij het aanwijzen als eindheffingsbestanddeel onder de WKR

06 augustus 2021

Vorig jaar is er in het Handboek loonheffingen een versoepeling opgenomen over het aanwijzen als eindheffingsbestanddeel onder de Werkkostenregeling (WKR). Ondanks deze versoepeling voert de Belastingdienst in dit kader nog steeds een streng beleid. Dat blijkt uit een zaak die recent werd voorgelegd aan de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven. In dit perspectief geven wij eerst een korte toelichting bij wat er onder de WKR wordt bedoeld met ‘aanwijzen’. Vervolgens gaan wij in op wat er in deze zaak speelde en hoe u een dergelijke discussie kunt voorkomen.

Aanwijzen onder de WKR

Onder de WKR is in de hoofdregel iedere vergoeding, verstrekking of ter beschikking stelling van een werkgever aan een werknemer belast loon. Er zijn een aantal uitzonderingen op deze hoofdregel. Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van intermediaire kosten, een nihilwaardering, een gerichte vrijstelling of kan een loonbestanddeel ten laste van de vrije ruimte worden gebracht. Bij deze laatste twee opties, moet het loonbestanddeel tijdig aangewezen worden als eindheffingsbestanddeel. Een werkgever heeft correct ‘aangewezen’, als uit zijn administratie blijkt dat het loonbestanddeel onder een bepaalde gerichte vrijstelling wordt gebracht of ten laste van de vrije ruimte wordt gebracht. Dit kan onder andere blijken uit de loonstrook, de grootboekrekening of uit het personeelshandboek. Van belang is dat de aanwijzing uiterlijk plaatsvindt op het moment dat de werknemer het loon geniet.

Casus

In 2011 heeft verzoeker per abuis onnodig loonheffingen afgedragen voor aan haar werknemers verstrekte maaltijden. Met toepassing van een gerichte vrijstelling konden deze maaltijden ook onbelast worden verstrekt. De maaltijden werden echter tot het individuele loon van de werknemers gerekend. Deze fout is voortgezet in de jaren daarna tot het jaar 2018. In 2018 werd de fout ontdekt. Daarop is een verzoek tot ambtshalve vermindering ingediend. Voor de jaren 2011 en 2012 was vanwege verjaring geen ambtshalve vermindering meer mogelijk. Voor de daaropvolgende jaren werd het verzoek om inhoudelijke redenen afgewezen. Gelet op vorenstaande is er onlangs een verzoek ingediend bij de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven.

Verzoeker geeft aan dat zij de maaltijden per ongeluk niet als eindheffingsloon heeft aangemerkt. Zodoende doet zij een beroep op de correctiemogelijkheid in het Handboek loonheffingen. Echter stelt de staatssecretaris dat hier geen sprake is van een fout of vergissing als bedoeld in het Handboek, maar dat achteraf werd geconstateerd dat verzoeker de maaltijden aan had willen wijzen als eindheffingsbestanddeel. De staatssecretaris benadrukt dat op een dergelijke eerder gemaakte keuze niet teruggekomen kan worden. 

Coulante houding van de Belastingdienst?

Vorig jaar is in het Handboek een versoepeling opgenomen ten aanzien van de ‘aanwijsverplichting’ voor de WKR. Volgens deze versoepeling gaat de Belastingdienst er in beginsel vanuit dat een loonbestanddeel is aangewezen als eindheffingsbestanddeel als is voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een gerichte vrijstelling. De staatssecretaris stelt dat deze versoepeling in de volgende context moet worden geplaatst. De voorziening moet aan de voorwaarden van de gerichte vrijstelling voldoen en de voorziening moet niet tot het individuele loon van de werknemer worden gerekend. De commissie deelt het standpunt van de staatssecretaris. Dit betekent dat de Belastingdienst de strenge aanpak bij het aanwijzen van eindheffingsbestanddelen zal blijven handhaven.

Waarom is dat voor u van belang?

U kunt een discussie met de Belastingdienst over het aanwijzen van een eindheffingsbestanddeel voorkomen door de voorzieningen tijdig en op de juiste plaats in uw WKR-administratie op te nemen. De voorzieningen kunnen onder de gerichte vrijstellingen worden geschaard (mits er aan de voorwaarden wordt voldaan), ook als dit per ongeluk niet meteen is gebeurd. Zoals uit voorgaande blijkt, is het hierbij wel van belang dat de voorziening nog niet tot het individuele loon van de werknemer is gerekend. Het niet aanwijzen als eindheffingsbestanddeel heeft tot gevolg dat er wel loonheffingen moeten worden betaald. Deze loonheffingen kunnen helaas niet zonder slag of stoot worden teruggevorderd.

Meer informatie

Wilt u meer weten over het aanwijzen van de eindheffingsbestanddelen? Neem dan contact op met uw contactpersoon binnen BDO of één van onze loonheffingenspecialisten. Zij helpen u graag.