Artikel:

Sociaal plan met vrijwilligers- en plaatsmakersregeling niet gekwalificeerd als RVU

08 augustus 2018

Er hoeft geen rekening te worden gehouden met de uitstroom van werknemers en de hoogte van de feitelijk overeengekomen beëindigingsvergoedingen. Er moet worden gekeken naar de bedoeling van de regeling aan de hand van haar objectieve kenmerken en voorwaarden.

Casus: is er sprake van een RVU?

Op 22 juni jl. deed de Hoge Raad uitspraak in de volgende zaak. X BV is in het kader van een reorganisatie een sociaal plan overeengekomen met de vakbonden. In het sociaal plan is bepaald dat bij onderling uitwisselbare functies het afspiegelingsbeginsel wordt gehanteerd. Daarnaast bevat het sociaal plan een vrijwilligers- en een plaatsmakersregeling. De inspecteur is van mening dat sprake is van een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en weigert een beschikking af te geven. Volgens het Hof ’s-Hertogenbosch is geen sprake van een RVU, maar een regeling die ertoe strekt alle werknemers van X BV, ongeacht hun leeftijd, een mogelijkheid te bieden om vrijwillig hun dienstverband te beëindigen tegen een vertrekvergoeding op basis van de kantonrechtersformule.

Juridisch kader

Op grond van art. 32ba Wet LB wordt een - door een werkgever gedane - uitkering ingevolge een regeling vervroegde uittreding aangemerkt als loon, dat als een eindheffingsbestanddeel wordt belast naar een tarief van 52%. Dit houdt in dat over de uitkering zowel reguliere loonheffingen door de werknemer zijn verschuldigd, als 52% eindheffing door de werkgever. Een regeling vervroegde uittreding is een regeling die (nagenoeg) uitsluitend ten doel heeft te voorzien in een of meer uitkeringen of verstrekkingen ter overbrugging tot het ingaan van het pensioen of de AOW. Zo kunnen ontslagvergoedingen, loondoorbetalingen na beëindiging van de werkzaamheden en VUT-regelingen, als onderdeel van een sociaal plan, als RVU worden aangemerkt. In de regel wordt een regeling niet als RVU aangemerkt als de beëindiging van de werkzaamheden plaatsvindt op grond van objectieve criteria. Een voorbeeld hiervan is de toepassing van het afspiegelingsbeginsel, op grond waarvan het personeelsbestand wordt verminderd op basis van objectieve criteria. In de praktijk komt het echter vaak voor dat het afspiegelingsbeginsel wordt vergezeld met een vrijwilligers- en een plaatsmakersregeling. Op grond van deze regeling kunnen andere werknemers de plaats innemen van degenen die oorspronkelijk middels het afspiegelingsbeginsel zijn aangewezen.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat voor een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) bepalend is of de uitkeringen of verstrekkingen bedoeld zijn ter overbrugging of aanvulling van het inkomen van de werknemer tot de pensioendatum. Volgens de Hoge Raad moet worden gekeken naar de objectieve kenmerken en voorwaarden van de Regeling. De motieven van inhoudingsplichtige doen dan niet ter zake. De feitelijke uitstroom van werknemers en de hoogte van de feitelijk overeengekomen beëindigingsvergoeding, die het hof in zijn overwegingen heeft betrokken, eveneens niet. De Hoge Raad bevestigt op andere gronden de uitspraak van het hof.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over de Regeling Vervroegd Uittreden? Neem dan contact op met één van onze specialisten.