Artikel:

Schenkingen met uitsluitingsclausule op gemeenschappelijke bankrekening

25 juli 2019

Vergoedingsrechten tussen echtgenoten kan in echtscheidingssituaties een bron van felle discussie vormen. In de regel wordt gediscussieerd of een vergoedingsrecht bestaat als de ene partner uit zijn/haar privévermogen geld heeft geleend aan de andere partner. Dat is op voorhand niet duidelijk waarbij de regels van stel- en bewijsplicht ook tot verschillende inzichten leidt. De lagere rechtspraak en de literatuur waren verdeeld over de vraag of een vergoedingsrecht ontstaat als tijdens het bestaan van de huwelijksgemeenschap uit het privévermogen van een echtgenoot betalingen zijn gedaan ten behoeve van consumptieve bestedingen. Recent maakte de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:504) duidelijk hoe hiermee omgegaan moet worden. Hieronder wordt een soortgelijke situatie geschetst aan de hand van een voorbeeld.

Case: getrouwd in gemeenschap van goederen

Mevrouw X was in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met de heer Y. Zij ontving een aantal schenkingen waarop een zogenaamde uitsluitingsclausule rust. Deze clausule bepaalt dat dergelijke schenkingen niet in de gemeenschap van goederen (zullen) vallen. Het huwelijk werd in 2014 ontbonden. De ontvangen schenkingen waren indertijd overgeboekt naar een gemeenschappelijke bankrekening, waarna vervolgens allerlei gemeenschapsschulden werden betaald. Mevrouw X stelt dat zij via deze schenkingen privévermogen in de gemeenschap heeft gestort waarmee diezelfde gemeenschap is gebaat. Daarom meent mevrouw X dat zij een vordering heeft op de gemeenschap ter grootte van de indertijd ontvangen schenkingen. Haar ex-echtgenoot Y was het hier niet mee eens omdat hij van mening was gestorte gelden door vermenging tot het gemeenschappelijk vermogen waren gaan behoren.

De Hoge Raad oordeelde dat nu vaststond dat de betalingen waren verricht ter voldoening van gemeenschapsschulden, dit het vermoeden rechtvaardigt dat mevrouw X een vergoedingsrecht op de gemeenschap heeft. Het ligt op de weg van de heer Y om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen op grond waarvan het vergoedingsrecht van mevrouw X op de gemeenschap niet (of niet volledig) geldend kan worden gemaakt. Dat is bijvoorbeeld het geval als er privéschulden worden betaald.

Bevestiging stel- en bewijsplicht

Deze uitspraak maakt duidelijk dat de schenkingen verkregen onder uitsluitingsclausule tot het privévermogen van mevrouw X bleven behoren. Dat het geld door de vrouw naar de gezamenlijke rekening was overgeboekt, deed verder ook niet ter zake. Bij de verdeling van het gemeenschappelijke vermogen ontstaat een vergoedingsrecht van de vrouw. Deze uitspraak is van groot belang omdat hiermee duidelijk wordt, op wie de stel- en bewijsplicht rust.

Meer informatie

Heeft u te maken met een soortgelijke situatie zoals hierboven omschreven en wilt u hierover meer duidelijkheid? Neem gerust contact op met één van onze specialisten.