BDO.nl maakt gebruik van cookies

De website van BDO maakt gebruik van cookies. Dit doen we om onze site persoonlijker en gebruiksvriendelijker te maken, onder andere door analyse van bezoekersgedrag. Door verder te gaan op de website gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Lees meer over cookies op bdo.nl.
Artikel:

Renteaftrek eigen woning bij partners

13 februari 2018

De partnerregeling in de Wet Inkomstenbelasting 2001 in combinatie met de eigenwoningregeling leidt in bepaalde situaties tot ongewenste effecten. De aftrek van de rente op leningen voor de gezamenlijke eigen woning wordt in sommige situaties namelijk (ongewenst) beperkt. Maar ook kan het overgangsrecht inzake bestaande eigenwoningschulden (van voor 2013) niet altijd volledig worden voortgezet.

Dit is opgemerkt door de staatssecretaris van Financiën. In 2017 constateerde hij dat als partners samen een woning kopen, de eigenwoningregeling in de Wet IB 2001 niet altijd tot de gewenste uitkomst leidt op het moment dat zij de woning gezamenlijk financieren. Wanneer één van de partners vóór de gezamenlijke aankoop al in bezit was van een eigen woning met eigenwoningschuld, neemt deze partner een zogeheten ‘eigenwoningverleden’ mee. Dit ‘eigenwoningverleden’ uit zich onder andere in een eventuele gerealiseerde overwaarde bij verkoop (de eigenwoningreserve), maar ook de duur van de renteaftrek en het gebruik kunnen maken van het overgangsregime voor eigenwoningschulden die vóór 1 januari 2013 zijn aangegaan.

Goedkeuring

Vanwege de ongewenste effecten die dit in de praktijk met zich meebrengt, heeft de staatssecretaris bij besluit van 30 januari 2018 goedkeuring verleend voor bepaalde situaties. Deze goedkeuring geldt onder voorwaarden voor partners die een eigen woning in de verhouding 50%-50% hebben gekocht en voor deze aankoop een schuld zijn aangegaan in de dezelfde verhouding (50%-50%). Met de goedkeuring wordt onder voorwaarden toegestaan dat het ‘eigenwoningverleden’ van beide partners wordt verdeeld in gelijke delen over deze partners. Dit geldt voor zowel het regime van de leningen, als voor een eventuele eigenwoningreserve.

Terugwerkende kracht en aangifte

Aan de goedkeuring wordt terugwerkende kracht verleend tot aangiften met ingang van het jaar 2013. Voor belastingjaren waarvoor nog geen aangifte inkomstenbelasting is ingediend, kunnen partners een beroep doen op deze goedkeuring door het verwerken van de goedkeuring in hun aangifte inkomstenbelasting. Voor jaren waarvoor de aangiften al zijn ingediend en de definitieve aanslag al onherroepelijk vaststaat, dienen partners gezamenlijk een verzoek te doen om ambtshalve vermindering voor de betreffende jaren, mits er minder dan vijf jaar zijn verlopen na het einde van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft.

Andere situaties

Hoewel de staatssecretaris in zijn voorbeeld alleen spreekt over 50%-50% verdelingen heeft hij eveneens een opening geboden voor gevallen waarbij de eigendoms- en schuldverhouding anders is dan 50%-50%. Op het moment dat er sprake is van een andere verhouding kunnen belastingplichtige partners zich gezamenlijk wenden tot de Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen in Den Haag. De staatssecretaris zal dan beoordelen of de goedkeuring naar analogie kan worden toegepast op hun situatie.

Meer informatie

Mocht u zich herkennen in een dergelijke situatie, neem dan contact op met onze specialisten om uw situatie nauwgezet te bekijken. Uiteraard kunt u hier ook terecht met al uw vragen over het complexe dossier eigen woning.