Artikel:

Regeerakkoord: weinig fiscale thema’s voor zorginstellingen

17 december 2021

Op 15 december 2021 is na de langste formatie ooit, eindelijk het langverwachte Coalitieakkoord met de titel ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ gepresenteerd. In dit Coalitieakkoord zijn de belangrijkste plannen voor de komende kabinetsperiode opgenomen. In dit perspectief gaan wij in op de belangrijkste (fiscale) plannen voor zorginstellingen. Hierbij maken we ook een vergelijking met de plannen die de coalitiepartijen hadden opgenomen in hun verkiezingsprogramma’s. Zie hiervoor ook ons perspectief over de analyse van de verkiezingsprogramma’s. 

Weinig fiscale plannen voor zorginstellingen

In het Regeerakkoord zijn weinig plannen opgenomen die direct een grote fiscale impact zullen hebben op zorginstellingen. Wel zijn er kleine wijzigingen die invloed zullen hebben op zorginstellingen.

Zo is het kabinet voornemens om met ingang van 1 januari 2024 de onbelaste reiskostenvergoeding te verhogen. Deze bedraagt op dit moment € 0,19 per kilometer. De precieze tariefsverhoging zal nog worden uitgewerkt. Daarom is op dit moment nog niet duidelijk hoe deze regeling eruit zal komen zien. Wel is aangegeven dat de verwachte budgettaire impact € 200 miljoen in 2024 en € 400 miljoen per jaar vanaf 2025 bedraagt. 

Daarnaast zal het hoge tarief in de overdrachtsbelasting (voor verkrijgingen door rechtspersonen, zoals zorginstellingen) met ingang van 2023 worden verhoogd van 8% naar 9%. Mocht uw instelling dan ook voornemens zijn om vastgoed aan te kopen, kan het voordelig zijn om dit nog in 2022 te doen.

Indirecte fiscale gevolgen

In het Regeerakkoord zijn wel een aantal belangrijke niet-fiscale plannen opgenomen die (indirect) een invloed zullen hebben op de fiscale positie van zorginstellingen. Zo zal wonen en zorg binnen de ouderenzorg stapsgewijs worden gescheiden. Dit kan een belangrijke impact hebben op de zogenoemde ‘werkzaamhedentoets’ voor toepassing van de zorgvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Deze toets houdt in dat de activiteiten van de instelling voor minimaal 90% uit ‘zorg’ in fiscale zin moeten bestaan. Het scheiden van wonen en zorg leidt (mogelijk) tot het ‘weghalen’ van niet-zorg (verhuur van woonruimte), waardoor eerder een beroep op de zorgvrijstelling mogelijk zou zijn. Daarnaast merken we op dat de kale verhuur van onroerend goed door stichtingen veelal niet is belast met vennootschapsbelasting. 

Samenwerking in de zorg

Daarnaast is in het Coalitieakkoord opgemerkt dat samenwerking een belangrijk thema is voor het behoud van passende en betaalbare zorg. Samenwerking in de zorg is op dit moment echter onvoldoende fiscaal gefaciliteerd. Zo kwalificeert het (al dan niet tijdelijk) detacheren van personeel of bijvoorbeeld samenwerking door het delen van een backoffice (het leveren van administratieve ondersteuning) in de meeste gevallen niet als zorg voor de vennootschapsbelasting. Ook vragen zulke activiteiten veel aandacht vanuit het perspectief van de btw, om kostprijsverhogende btw-heffing te voorkomen.

Uiteraard is het afwachten hoe de plannen daadwerkelijk zullen worden geïmplementeerd. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.