Artikel:

Reactie staatssecretaris van Financiën op vragen over aangekondigde spoedreparatie inzake de fiscale eenheid

22 december 2017

Eerder hebben wij u bericht over de aangekondigde spoedmaatregelen in de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 25 oktober 2017 naar aanleiding van de conclusie van advocaat-generaal (A-G) Campos Sanchéz-Bordona van het Hof van Justitie EU (HvJ). Het gaat in die conclusie over de ‘per-element-benadering’ van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting in de Nederlandse context.

Antwoorden Tweede Kamervragen

Naar aanleiding van Tweede Kamervragen heeft de Staatssecretaris van Financiën schriftelijke antwoorden gegeven. De belangrijkste punten uit deze antwoorden zijn:

  1. De staatssecretaris acht de kans niet groot dat het oordeel van het HvJ voor de Nederlandse schatkist gunstiger uitpakt dan de conclusie van de A-G. Hij verwacht dus dat het HvJ zal oordelen dat Nederland voordelige elementen van de fiscale eenheid ook in grensoverschrijdende situaties met een EU-lidstaat zal moeten toekennen.
  2. In de spoedmaatregelen anticipeert de staatssecretaris hierop door ook in binnenlandse situaties dergelijke voordelen te ontnemen. Als het HvJ de conclusie van de A-G volgt, gaan de spoedmaatregelen in met terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017, 11:00 uur. De spoedmaatregelen zijn ook van toepassing op bestaande situaties. Het eerbiedigen van die gevallen wordt afgewezen wegens ‘budgettaire derving’.
  3. De spoedmaatregelen zullen op termijn worden opgevolgd door een toekomstbestendige concernregeling. Daarbij zal ruimte bestaan om in overleg met het bedrijfsleven en belangengroeperingen alternatieven te onderzoeken.
  4. De beantwoording bevat een nadere beschouwing over de spoedmaatregelen toegespitst op de renteaftrekbeperkingen van art. 10a en art. 13l Wet VPB 1969. Zijn de spoedmaatregelen van toepassing in 2017, dan wordt de rente alleen beperkt voor zover deze niet-aftrekbare rente toerekenbaar is aan de periode na 25 oktober 2017, 11:00 uur.
  5. In de fiscale literatuur en door de NOB is erop gewezen dat Nederland het fiscale-eenheidssysteem ‘EU-proof’ zou kunnen maken door een grensoverschrijdende fiscale eenheid toe te staan. In zo’n systeem wordt een buitenlandse (EU/EER)-dochter vanuit Nederlands VPB-perspectief als een vaste inrichting gezien. De objectvrijstelling waakt dan tegen het importeren van buitenlandse verliezen naar Nederland. De staatssecretaris ziet dit alternatief niet als een reële optie en voert hiervoor als reden aan dat uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag door internationaal opererende bedrijven zou worden vergemakkelijkt en dat leidt tot budgettaire derving.

Meer informatie?

In de praktijk zal men rekening moeten houden met de reële kans dat de fiscale eenheid in de nabije toekomst wordt vervangen door een ander – vermoedelijk veel beperkter – systeem. Dat zal voor veel cliënten een grote impact hebben. Heeft u vragen of wenst u meer informatie over uw specifieke situatie? Neem dan contact op met Michel Ruijschop, Bart van der Burgt, Lisanne Rijff of uw BDO-adviseur.