Artikel:

Platforms verantwoordelijk voor btw-heffing e-commerce – stand van zaken

14 december 2018

Per 1 januari 2021 veranderen de btw-regels voor e-commerce. De drempelbedragen voor afstandsverkopen en de vrijstelling voor invoer van kleine zendingen vervallen dan. Alle afstandsverkopen van goederen zullen dan belast zijn in het land van aankomst van de goederen.  

Onder de nieuwe regels worden platforms geacht de goederen te kopen en verkopen aan de afnemers. Dat betekent dat zij verantwoordelijk worden voor het aangeven en betalen van de btw op B2C-goederenleveringen. Deze regeling geldt voor de volgende twee gevallen:

  1. De goederen zijn afkomstig uit een niet EU-land en hebben een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro.
  2. De leverancier van de goederen is niet gevestigd in de EU en levert goederen binnen de EU. Het kan hierbij zowel gaan om binnenlandse leveringen als leveringen binnen EU.

Meer duidelijkheid voor de btw-positie van platforms

Op 11 december jl. heeft de EU twee voorstellen gedaan voor wijzigingen van de Btw-richtlijn en de Btw-uitvoeringsverordening. De voorstellen bieden met name meer duidelijkheid voor de btw-positie van platforms. Op grond van de voorgestelde uitvoeringsverordening geldt de hiervoor genoemde regeling voor platforms niet wanneer de activiteiten beperkt zijn tot:

  1. Het verwerken van betalingen in verband met de leveringen van goederen
  2. Adverteren of listen van de goederen
  3. Uitsluitend de gebruiker naar een andere elektronische interface leiden, waar de goederen worden aangeboden.

Ook geldt de regeling niet wanneer aan de drie volgende voorwaarden is voldaan:

  1. het platform stelt niet direct of indirect de algemene voorwaarden vast waaronder de goederen worden geleverd;
  2. het platform is niet direct of indirect betrokken bij het in rekening brengen van de te betalen vergoeding bij de afnemer; en
  3. het platform is niet direct of indirect betrokken bij het bestellen of afleveren van de goederen.

Om het correcte bedrag aan btw te betalen moeten de platforms soms uitgaan van informatie verstrekt door de leveranciers. Als deze informatie onjuist is en het platform kan laten zien dat zij niet wist en niet redelijkerwijs had kunnen weten dat deze informatie onjuist was, kan te weinig betaalde btw niet bij het platform worden nageheven.

Betalingen buiten het platform om

BDO verwelkomt de voorgestelde richtlijn en uitvoeringsverordening, omdat deze meer duidelijkheid geeft over de reikwijdte van de regeling voor platforms. BDO benadrukt echter wel dat onder de voorstellen geen rekening wordt gehouden met het feit dat betalingen voor de goederen buiten het platform om kunnen gaan. Platforms met een dusdanig business model zullen ervoor moeten zorgen dat zij de verschuldigde btw innen bij de leveranciers. Dit is een risico voor hen. Daarnaast verwacht BDO discussie tussen platforms en belastingautoriteiten over het criterium ‘redelijkerwijs had kunnen weten’.

Meer informatie?

Meer weten? Neem dan contact op met een van onze specialisten.