BDO Nederland gebruikt cookies en trackingtechnologieën om het browser-gebruik op onze site te verbeteren, gepersonaliseerde content te tonen en traffic te analyseren. Door het gebruik van onze website, stemt u in met het gebruik van functionele cookies. Door op onderstaande button te klikken, stemt u in met analytische cookies. Lees meer over ons cookiebeleid en privacybeleid.
Artikel:

Ontwikkelingen rondom heffing bij excessief lenen van de eigen vennootschap

18 juni 2020

Afgelopen week informeerden we mkb-ondernemers in de podcast Over Ondernemen al over de laatste stand van zaken rondom het conceptwetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap (hierna: BV) dat vorig jaar ter internetconsultatie is aangeboden. Op 17 juni jl. is het daadwerkelijke wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel bevat een maatregel voor een heffing voor dga’s op schulden bij de eigen BV, als die schulden in totaal méér dan € 500.000 bedragen. De maatregel zal in 2023 ingaan. In dit perspectief geven we aanmerkelijkbelanghouders zoals dga’s meer informatie en advies.

Doel van het wetsvoorstel

Het Kabinet wil met dit wetsvoorstel het bovenmatig lenen bij de eigen BV tegengaan en hiermee belastinguitstel en belastingafstel in de toekomst voorkomen. Bovenmatig betekent in dit geval meer dan
€ 500.000.

Voor wie geldt de maatregel? 

De maatregel gaat niet alleen gelden voor dga’s die meer dan € 500.000 lenen, maar voor alle aanmerkelijkbelanghouders (ab-houders). Er is sprake van een ab-houder als een persoon een aandelenbezit van 5% of meer in een aandelenvennootschap, meestal een BV, heeft. Als deze ab-houder een fiscale partner heeft, wordt de heffing verdeeld over de ab-houder en zijn partner. Als de ab-houder een schuld heeft bij verschillende BV’s waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, worden die leenbedragen bij elkaar opgeteld.

Wanneer geldt de heffing? 

Voor zover het totaalbedrag aan leningen op 31 december 2023 méér bedraagt dan € 500.000, wordt dit in 2023 belast bij de ab-houder en zijn fiscale partner. De heffing wordt in principe elk jaar herhaald, waarbij een bedrag dat in een jaar al is belast niet in het daaropvolgende jaar nógmaals wordt belast.

Voorbeeld

Stel X heeft € 600.000 geleend bij BV Y en € 300.000 bij BV Z. In beide BV’s heeft hij een aanmerkelijk belang. Het bovenmatige deel is dan € 400.000 (€ 900.000 minus € 500.000). Dit wordt bij X belast tegen het dan geldende inkomstenbelastingtarief. Zoals het er nu uitziet, zal dat tarief 26,9% zijn.

Leningen van deze BV’s aan bepaalde familieleden van de ab-houder, onder meer kinderen, ouders, grootouders en kleinkinderen, die zelf geen aanmerkelijk belang in de BV hebben, worden na aftrek van hun eigen maximumbedrag van € 500.000 ook meegeteld als schuld bij de ab-houder.

Wat kwalificeert als schuld? 

Alle soorten schulden vallen onder de maatregel, dus bijvoorbeeld ook rekening-courantschulden en schulden voor de financiering van effecten en vastgoed in privé. Leningen die als eigenwoningschuld kwalificeren, tellen echter niet mee. Al moet de BV in die situatie wel een hypotheekrecht op de woning hebben. Om als eigenwoningschuld te kwalificeren, gelden specifieke fiscale regels. 

Er zijn regels die ontwijking van de heffing moeten voorkomen. Zo valt ook een lening van de BV die via een 'ander' loopt onder de maatregel en zijn zelfs leningen bij een bank soms ‘besmet’. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval als de BV garant staat voor de banklening omdat de aanmerkelijkbelanghouder de lening niet ‘op eigen kracht’ van de bank had kunnen betrekken.

Aanpassingen op conceptwetsvoorstel 

Op het oorspronkelijke conceptwetsvoorstel is veel commentaar geleverd. Onder meer de bewuste dubbele heffing die voortvloeide uit het conceptwetsvoorstel was een doorn in het oog van velen. Zowel in nationale als in internationale situaties kon in voorkomende gevallen wel een (vijf)-dubbele heffing optreden! Op dit punt is een belangrijke aanpassing gekomen. Het uitgangspunt is nu dat de aanmerkelijkbelanghouder slechts éénmaal inkomstenbelasting betaalt over het bovenmatig van de BV geleende geld. Dit is positief, maar helaas zijn enkele andere voorgestelde aanpassingen niet verwerkt in het wetsvoorstel.

Advies voor dga’s

De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2023 en het eerste toetsmoment is op 31 december 2023. Wij adviseren dga’s daarom hun schuldpositie bij hun eigen BV tijdig tegen het licht te houden. 

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van onze adviseurs.