Artikel:

Onderwijsvrijstelling en examendiensten: let op de btw-gevolgen

23 september 2021

Onderwijsinstellingen laten met enige regelmaat examentrajecten verzorgen door externe partijen. De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld over de toepassing van de onderwijsvrijstelling op diensten die worden verricht door externe partijen in het kader van examentrajecten. Verzorgt u deze diensten of neemt u deze diensten af? Dan heeft dit arrest mogelijk belangrijke consequenties voor u.

De onderwijsvrijstelling

Het verzorgen van onderwijs is in veel gevallen vrijgesteld van btw. Het moet dan wel gaan om wettelijk geregeld onderwijs of specifiek aangewezen onderwijs. Voor ondernemers die vrijgesteld onderwijs verzorgen geldt dat de levering van goederen en diensten die onmisbaar zijn voor het vrijgestelde onderwijs tevens kunnen delen in de onderwijsvrijstelling. Hierbij kan gedacht worden aan het ter beschikking stellen van schoolboeken, onderwijsprogramma’s en personeel. Soms worden examens afgenomen door een andere ondernemer. In dat geval geldt dat de vrijstelling ook van toepassing is op het afnemen van examens als het vrijgesteld onderwijs betreft. Daarnaast vallen vanaf 1 januari 2019 ook toelatingsexamens die toegang geven tot vrijgesteld onderwijs onder de vrijstelling.

De zaak

In deze procedure betreft het een BV die in opdracht van het College voor Toetsen en Examens examendiensten verricht voor bepaalde onderdelen van het staatsexamen Nederlands als tweede taal. De BV kwalificeert niet als een erkende onderwijsinstelling en de door de BV verrichtte examendiensten bestaan uit het ontwikkelen en opstellen van uitgaven, het samenstellen en gereedmaken van examens, het testen van opgaven en het verwerken en beoordelen van de afgenomen examens. De afname van de examens vindt zowel in schriftelijke als digitale vorm plaats en wordt georganiseerd door DUO die daarbij de onderwijsvrijstelling toepast. De BV is van mening dat de onderwijsvrijstelling van toepassing is op de door haar verrichtte examendiensten. 

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat niet alleen het afnemen en uitdelen van examenopgaven tot het afnemen van examen worden gerekend, maar ook examendiensten die noodzakelijk zijn voor het organiseren en afnemen van de examens, zoals het ontwikkelen, opstellen en het beoordelen van de examenopgaven. Hiermee kent de Hoge Raad een ruime betekenis toe aan het begrip examendiensten voor toepassing van de onderwijsvrijstelling. Desondanks heeft BV geen recht op de toepassing van de vrijstelling. De BV is namelijk geen erkende onderwijsinstelling.

Belang voor de praktijk

Het belang voor de praktijk van deze zaak is tweeledig, in die zin dat het oordeel van de Hoge Raad de toepassing van de onderwijsvrijstelling zowel verruimd als beperkt. Naar onze mening is ruime uitleg die de Hoge Raad toekent aan het begrip examendiensten zeer welkom. Dit betekent dat ondernemers die diensten verrichten ter zake van het verzorgen van een deel van een examentraject, zonder dat zij de examens zelf afnemen, de onderwijsvrijstelling kunnen toepassen en daarmee geen btw in rekening hoeven te brengen aan afnemers die vaak slechts beperkt btw kunnen verrekenen. De beperking hiervan is echter gelegen in de eis die volgens de Hoge Raad geldt ten aanzien van de status van de ondernemer; het moet gaan om een erkende onderwijsinstelling. Niet-erkende onderwijsinstellingen die examendiensten aanbieden moeten dus btw factureren aan hun afnemers die deze btw vaak slechts beperkt in aftrek kunnen brengen, hetgeen leidt tot hogere onderwijskosten.

Wij zetten onze vraagtekens bij de harde eis die de Hoge Raad stelt ten aanzien van de status van de ondernemer en de gevolgen ervan voor andere vrijstellingen. De Nederlandse wetgeving stelt deze eis namelijk niet expliciet ten aanzien van derden die examendiensten verrichten. Mogelijk heeft het arrest van de Hoge Raad ook gevolgen voor ondernemers die thans voor bepaalde activiteiten de onderwijsvrijstelling toepassen, maar niet zijn erkend. Daarnaast lijkt deze beperking af te doen aan het doel van de onderwijsvrijstelling. Het belasten van examendiensten door niet-erkende onderwijsinstellingen leidt tot hogere kosten, terwijl de onderwijsvrijstelling als doel heeft om de toegang tot onderwijs makkelijker te maken door hogere kosten te voorkomen. De toegang tot deze diensten wordt door de beperking echter bemoeilijkt. Wij zijn dan ook van mening dat het afnemen van examens in principe het btw-regime van het genoten onderwijs moet volgen en dat dit moet gelden voor het hele examentraject.

Meer informatie?

Als u vragen heeft of de gevolgen voor uw situatie wilt beoordelen, neem dan contact op met een van onze adviseurs. Wij zijn u graag behulpzaam!