Artikel:

Nieuwe WNT-uitvoeringsregeling en beleidsregels 2019 zijn bekend

28 november 2018

Op 21 november 2018 zijn de nieuwe Uitvoeringsregeling WNT en de Beleidsregels WNT 2019 gepubliceerd. Samengevat gaat het om de volgende wijzigingen in 2019 ten opzichte van 2018:

  1. Voor bepaalde componenten is duidelijker vastgelegd of ze wel of niet tot de WNT-bezoldiging moeten worden gerekend. Dit betreft de afkoop van vakantiedagen, de behandeling van VPL- en vergelijkbare premies, werkgeversbijdragen aan fondsen voor scholing en ontwikkeling, alsmede de compensatie voor loonderving na een bedrijfsongeval of bij een beroepsziekte;
  2. Er is een wijziging opgenomen over de manier waarop de WNT-verantwoording binnen groepen vormgegeven mag worden;
  3. Verduidelijkt is hoe moet worden omgegaan met pro forma rechterlijke uitspraken over ontslagvergoedingen, en;
  4. Bezoldigingsafspraken waarop het overgangsrecht van toepassing is mogen nooit tot gevolg hebben dat een eerder geldend bezoldigingsmaximum wordt overschreden.

Niet-opgenomen vakantieverlof bij uitdiensttreding

In de praktijk komt het vaak voor dat er, bij het einde van het dienstverband, niet-opgenomen vakantiedagen over zijn waarbij omstandigheden zich voordeden die het onmogelijk maakten om deze te benutten vóór het einde van het dienstverband. Omdat dit nogal eens rigide uitpakte - gelet op de doelstelling van de WNT - is nu geregeld dat topfunctionarissen bij het einde van hun dienstverband maximaal vier weken niet-opgenomen vakantieverlof kunnen laten afkopen zonder gevolgen voor de WNT. Voorheen werd een dergelijke uitbetaling tot de bezoldiging gerekend.

Werkgeverspremie of -bijdrage VPL onderdeel van de bezoldiging

Dit jaar is er een rechterlijke uitspraak geweest waarin de vraag centraal stond of de werkgeverspremie overgangsrecht VPL aan te merken was als bezoldiging in het geval een topfunctionaris zelf geen aanspraak heeft op een uitkering. De kantonrechter concludeerde toen dat het bezoldigingsbegrip van de WNT op dit punt niet geheel duidelijk was. Om deze onduidelijkheid weg te nemen is voortaan expliciet bepaald dat de werkgeverspremie overgangsrecht VPL in alle gevallen tot de bezoldiging in de zin van de WNT moet worden gerekend.

Het komt regelmatig voor dat een topfunctionaris voor verschillende rechtspersonen binnen een groep werkt maar slechts bij één van de groepsmaatschappijen een arbeidsovereenkomst heeft. Voortaan mag de WNT-verantwoording in de jaarrekening van iedere groepsmaatschappij worden opgenomen. Ook is in de WNT bepaald dat ontslagvergoedingen die voortvloeien uit een rechterlijke uitspraak niet kunnen leiden tot een onverschuldigde betaling. Dit geldt voortaan ook voor uitkeringen die de werkgever en de werknemer zijn overeengekomen en die vervolgens is bevestigd door de rechter in een pro forma-uitspraak. 

Maximum aan verhogingen van bezoldiging gedurende het overgangsrecht

Stel een topfunctionaris is na de inwerkingtreding van WNT-1 (1 januari 2013), maar voor de inwerkingtreding van de WNT-2 (1 januari 2015) in dienst getreden. De bezoldiging mag in die situatie niet boven het bezoldigingsmaximum van de WNT-1 uitkomen. Afspraken over verhoging van de bezoldiging die in de periode 2013-2014 zijn gemaakt worden gedurende 4 jaar gerespecteerd voor de WNT-2 maar mogen voortaan niet tot gevolg hebben dat het bezoldigingsmaximum van WNT-1 wordt overschreden.

Meer informatie

Mocht het bovenstaande nog leiden tot vragen, dan kunt u uiteraard contact opnemen met de WNT-specialisten van BDO.