Artikel:

Nieuw besluit over de zorgvrijstelling vennootschapsbelasting

07 januari 2019

Op 21 december 2018 is het lang verwachte besluit gepubliceerd met (nieuw) beleid rondom enkele subjectieve vrijstellingen in de vennootschapsbelasting, waaronder de zogeheten zorgvrijstelling. De wijze van zorgverlening en de financiering van de zorg heeft afgelopen jaren grote veranderingen gekend en er was behoefte aan actualisering en nadere toelichting op de toepassing van de zorgvrijstelling. In het besluit zijn een aantal nieuwe beleidsstandpunten opgenomen, tevens zijn op bepaalde punten verduidelijkingen aangegeven en is het beleid voor thuiszorginstellingen geactualiseerd. Hierna een korte samenvatting van het besluit en de meest opvallende punten. Lees hier een uitgebreide update van het zorgbesluit

Zorgvrijstelling vennootschapsbelasting

Een zorginstelling kan een beroep doen op de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting indien voldaan wordt aan twee voorwaarden die nader worden uitgewerkt in dit besluit:

  • De werkzaamhedeneis;
  • De winstbestemmingseis.

Werkzaamhedeneis

De werkzaamhedeneis houdt in dat een zorginstelling minimaal 90% kwalificerende zorgwerkzaamheden dient uit te voeren. De vraag in de praktijk is veelal wat onder deze “zorgwerkzaamheden” valt. In het besluit wordt een algemeen toetsingskader gegeven. Aangegeven wordt dat er geen sluitende definitie is te geven van het begrip ‘genezen, verplegen en verzorgen’ zoals gehanteerd binnen de zorgvrijstelling. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat sprake is van een vorm van zorg waarvan de vergoeding voortvloeit uit collectief gefinancierde zorg. Ten aanzien van jeugdzorgactiviteiten zal naar verwachting op een later moment een nadere toelichting volgen.

Nieuw in het besluit is een toelichting op welke preventieve activiteiten wel onder de zorgdefinitie vallen (kortgezegd geïndiceerde preventieactiviteiten). In het besluit wordt voor een aantal specifieke groepen zorglichamen ingegaan op de vraag welke werkzaamheden van deze instellingen kwalificeren voor de werkzaamhedeneis. Voor thuiszorgorganisaties geeft het besluit een actualisering van kwalificerende activiteiten. Voor verzelfstandigde medische laboratoria geeft het besluit de kaders waaronder zij vrijgesteld kan zijn voor de vennootschapsbelasting.

Voor andere type zorginstellingen biedt het besluit, naast de wettekst en rechtspraak, handvatten om te bepalen of aan deze voorwaarde kan worden voldaan.

Winstbestemmingseis

De winstbestemmingseis schrijft voor dat als een zorginstelling winst behaalt, deze winst zowel statutair als feitelijk uitsluitend kan worden aangewend ten bate van het algemeen maatschappelijk belang. Doel van dit vereiste is te waarborgen dat de onder de zorgvrijstelling vrijgestelde winsten niet kunnen worden aangewend anders dan ten bate van de vrijgestelde zorgsfeer of een algemeen maatschappelijk belang.

Vanuit deze gedachte, is de staatssecretaris van mening dat de zorgvrijstelling niet geschreven is voor BV’s. Om als zorg-BV toch in aanmerking te komen voor de zorgvrijstelling heeft de staatsecretaris in het besluit nadere voorwaarden gesteld, waaronder de eis dat de aandelen van de zorg-BV uiteindelijk gehouden dienen te worden door een stichting (of een lichaam van publiekrechtelijke aard). Daarnaast zijn er in dit besluit een aantal eisen gesteld aan de inrichting van het bestuur en de Raad van Toezicht alsmede aan een aantal statutaire bepalingen.

Indien de zorg-BV niet voldoet aan de voorwaarden, dan wordt tot 1 januari 2021 de mogelijkheid geboden om alsnog aan de voorwaarden te voldoen. Reeds gemaakte afspraken met de Belastingdienst worden geacht vanaf deze datum te zijn opgezegd.

Wat voor gevolgen heeft het besluit?

Dit besluit geeft een aantal beleidsstandpunten rondom de werkzaamhedeneis en de winstbestemmingseis. Dit kan van invloed zijn op de huidige vennootschapsbelastingpositie van een zorginstelling. In sommige opzichten biedt het een verruiming en in andere gevallen juist een verscherping. In potentie kan het besluit hierdoor gevolgen hebben voor elke zorginstelling en dat betekent dat er niet zomaar van worden uitgegaan dat de zorgvrijstelling nog steeds van toepassing is. Wij adviseren zorginstellingen om inzichtelijk te maken of (nog steeds) wordt voldaan aan de voorwaarden. Zodat indien mogelijk tijdens de overgangsperiode toegewerkt kan worden naar een structuur die zal voldoen aan de voorwaarden van dit nieuwe besluit.

Zeker vrijgestelde zorginstellingen die de zorg verrichten vanuit een BV of een coöperatie zullen actief dienen te beoordelen of hun structuur of statuten aangepast dienen te worden.

Meer informatie

Wilt u weten welke gevolgen het besluit voor uw organisatie heeft, of heeft u een andere vraag over het besluit? BDO kan u ondersteunen in het maken van die inventarisatie. Ook denken wij graag met u mee over oplossingen. Wilt u weten welke mogelijkheden BDO biedt voor uw organisatie? Neem dan contact op met een van onze specialisten via (088) 236 48 03 of stuur een e-mail naar [email protected] Lees meer informatie over het besluit zorgvrijstelling