Artikel:

Nieuw beleid over btw-vrijstelling beheer collectief vermogen

12 april 2019

Het beheer van collectief bijeengebrachte vermogens is vrijgesteld voor de btw. Om te kunnen spreken van een collectief beleggingsfonds of -instelling moet onder andere sprake zijn van bijzonder overheidstoezicht. In een recent gepubliceerd beleid geeft de Staatssecretaris aan wanneer daar naar zijn mening sprake van is.

Voorwaarden toepassing vrijstelling

De vrijstelling is van toepassing op instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s). Daarnaast is de vrijstelling van toepassing op beleggingsfondsen die dezelfde kenmerken als icbe’s hebben en met deze icbe’s concurreren. Uit de jurisprudentie volgen vier voorwaarden waaraan moet worden voldaan wil gesproken worden van een collectief beleggingsfonds:

  1. Het fonds moet worden gefinancierd door meer dan één deelnemer;
  2. De inleg moet worden belegd volgens het beginsel van risicospreiding;
  3. Het beleggingsrisico wordt gedragen door de deelnemers; en
  4. Het fonds moet zijn onderworpen aan bijzonder overheidstoezicht.

Over de invulling van de vierde voorwaarde bestaat onduidelijkheid. In het beleid wordt nader invulling gegeven aan deze voorwaarde.

Eis van bijzonder overheidstoezicht

De eis van bijzonder overheidstoezicht kent een relatief korte geschiedenis. Deze werd door het Hof van Justitie in 2015 in de zaak Fiscale Eenheid X geïntroduceerd. Sinds dat arrest is er discussie ontstaan over de invulling van deze eis, wat ook heeft geleid tot diverse procedures. In het beleid wordt nu verduidelijking gegeven over wat kwalificeert als bijzonder overheidstoezicht.

Volgens het beleid zijn de volgende fondsen onderworpen aan bijzonder overheidstoezicht:

  • Icbe’s en beleggingsinstellingen die vergunning plichtig zijn of waarvoor de beheerder vergunning plichtig is op grond van artikel 2:65 respectievelijk 2:69b Wet Financieel Toezicht (hierna: Wft)
  • Beleggingsinstellingen die vallen onder het registratieregime (licht toezicht) van artikel 2:66a Wft
  • Interne fondsen van verzekeraars die vallen onder het toezicht van DNB en AFM op verzekeraars;
  • Interne fondsen in een master-feederbeleggingsstructuur die vallen onder het financieel toezicht op de extern opererende feederbeleggingsinstelling of feeder-icbe;
  • Pensioenfondsen en Premiepensioeninstellingen.

Het toezicht op beleggingsondernemingen die een vergunning hebben op grond van artikel 2:96 Wft en op grond daarvan individueel vermogensbeheer verlenen, kwalificeert niet als bijzonder overheidstoezicht in de zin van de vrijstelling. Dit toezicht omvat namelijk niet het vermogen van het fonds. Hetzelfde geldt voor individueel vermogensbeheer op grond van bijvoorbeeld een bankvergunning.

Fondsen die vallen onder het zogenoemde grandfathering-regime vallen niet onder de vergunningplicht van de Wft op basis van een bijzondere overgangsregeling. Voor die situaties is goedgekeurd dat het beheer van het vermogen van de beleggingsinstelling onder de btw-vrijstelling kan vallen, ook al is geen sprake van bijzonder overheidstoezicht.

Buitenlandse beheerders

Ook indien sprake is van een buitenlandse beheerder, kan sprake zijn van bijzonder overheidstoezicht. Beheerders met een zetel in een andere EU-lidstaat die beschikken over een vergunning in die lidstaat, kunnen door middel van het verrichten van diensten of door middel van een bijkantoor beleggingsinstellingen in Nederland beheren of rechten van deelneming in Nederland aanbieden als wordt voldaan aan de artikelen 2:70, 2:71 en 2:72 Wft. Er kan dan van worden uitgegaan dat sprake is van bijzonder overheidstoezicht. Beheerders met een zetel buiten de EU dienen een vergunning aan te vragen als zij een Nederlandse beleggingsinstelling willen beheren of rechten van deelneming in een beleggingsinstelling in Nederland willen aanbieden. Er is sprake van bijzonder overheidstoezicht als de beheerder van buiten de EU beschikt over een vergunning op grond van artikel 2:65 of 2:69b Wft.

Gevolgen voor de praktijk

Het besluit is een welkome handreiking van de Staatssecretaris om invulling te geven aan de eis van bijzonder overheidstoezicht. Desondanks verwachten wij nog procedures over de reikwijdte van de vrijstelling. Zo lopen er momenteel nog zaken over de vraag of pensioenfondsen die een Defined Benefit (DB) regeling uitvoeren ook als een collectief beleggingsfonds beschouwd kunnen worden. Ook is er discussie over wanneer sprake is van beheer. In gevallen waarin geen sprake is van overheidstoezicht als genoemd door de Staatssecretaris kunnen ook nog geschillen met de Belastingdienst ontstaan. Voor nu raden wij u aan te bezien of uw fonds of instelling of het fonds of instelling dat u beheert kwalificeert als collectief beleggingsfonds. Dit is van belang om te bepalen of u terecht de vrijstelling toepast dan wel tot toepassing van de vrijstelling over kunt gaan. Uiteraard zijn wij u graag behulpzaam bij deze beoordeling. Neem hiervoor contact op met een van onze btw-adviseurs.